Met de jaren wordt ons organisme fragieler en vergroot de kans op ernstige vormen van infectieziekten. Dat besef heeft de jongste jaren het onderzoek naar geschikte vaccins voor oudere leeftijdsgroepen doen explode- ren. Het leverde nieuwe inzichten en werkzame stoffen op.
...

Met de jaren wordt ons organisme fragieler en vergroot de kans op ernstige vormen van infectieziekten. Dat besef heeft de jongste jaren het onderzoek naar geschikte vaccins voor oudere leeftijdsgroepen doen explode- ren. Het leverde nieuwe inzichten en werkzame stoffen op. Wij trokken naar vaccinspecialist professor Pierre Van Damme van de Universiteit Antwerpen voor een actuele stand van zaken en een vaccinatieschema op maat van vijftigplussers. De jaarlijkse inenting tegen griep is al een tijdje ingeburgerd. "Elk najaar vanaf eind september wordt deze inenting sterk aanbevolen voor alle 65-plussers en voor volwassenen uit de zogeheten risicogroepen: mensen met onderliggende aandoeningen zoals hart- en leverziekten, diabetes, longlijden, zwaarlijvige mensen met een te hoge BMI, rokers en excessieve drinkers", verduidelijkt professor Van Damme. "Het griepvaccin wordt elk jaar opnieuw samengesteld op basis van de circulerende griepstammen. Vooral bij ouderen kan deze ziekte dodelijk uithalen omdat zij veel vatbaarder zijn voor kwalijke complicaties als longontsteking, hersenvliesontsteking of ontsteking van het hart." Het griepvaccin biedt vandaag een bescherming die schommelt tussen 30 en 70%, afhankelijk van de leeftijd. Het vaccin kan niet altijd voorkomen dat een griepbesmetting optreedt, maar is wel erg efficiënt in het vermijden van ernstige complicaties. Wie ondanks het vaccin griep oploopt, zal met andere woorden enkel last hebben van milde symptomen. Het vaccin zelf bevat geen levende virussen en kan dus geen griep veroorzaken. De meeste mensen voelen geen of lichte bijwerkingen (roodheid, harde plek op de prikplaats) van deze inenting. De immuunrespons op het griepvaccin daalt wel met de leeftijd. Om die respons te boosten lopen er momenteel onderzoeken naar manieren om het afweersysteem een handje te helpen. Mogelijke pistes zijn hoger gedoseerde vaccins, vaccins met hulpstoffen of andere toedieningswijzen. Een andere mogelijkheid die wetenschappelijk wordt onderzocht is het gebruik van functionele voedingsmiddelen zoals yoghurtdrankjes met probiotica. Deze drie infectieziekten hebben met elkaar gemeen dat de bescherming - zowel na een natuurlijke infectie als na vaccinatie ertegen - na verloop van tijd afneemt en soms zelfs verdwijnt. Vandaar het belang om uw vaccinatiestatus voor deze aandoeningen zorgvuldig op te volgen. Tetanus is in ons land een zeldzame aandoening geworden. Toch blijft het aangewezen om u hiertegen in te enten. In zowat een op twee gevallen kent de ziekte immers een dodelijke afloop. De bacterie die tetanus veroorzaakt, bevindt zich onder meer in aarde en in straat- en huisstofmijt. Via een open wonde die door aarde bevuild wordt, kan de bacterie het lichaam binnendringen en een infectie veroorzaken. De basisvaccinatie tegen tetanus wordt op jonge leeftijd gegeven en biedt ongeveer tien jaar afdoende bescherming. Komt er geen herhalingsvaccin, dan daalt het aantal antistoffen tegen de ziekte na verloop van tijd gevoelig. Op de leeftijd van 50 jaar is dan nog amper de helft van de mensen afdoende beschermd. Vanaf 70 jaar loopt dat aantal terug tot 28%. "Dat toont meteen aan dat een algemeen rappel om de tien jaar absoluut aan te bevelen is. Het vaccin tegen tetanus is gekoppeld aan dat tegen difterie. Die ziekte, veroorzaakt door een bacterie die een krachtige toxine afscheidt in het lichaam, kan onder meer het hart en het zenuwstelsel raken. Het bekendste symptoom is een agressieve angina." Intussen bestaat er een tetanusvaccin dat naast difterie ook tegen kinkhoest beschermt, een aandoening die voor volwassenen doorgaans niet levensgevaarlijk is. Dit gecombineerde vaccin geeft weinig bijwerkingen. "Toch is het van groot belang dat ook volwassenen zich opnieuw tegen kinkhoest laten vaccineren", benadrukt professor Van Damme. "In de eerste plaats om zichzelf te beschermen: na tien tot 15 jaar is iedereen de antistoffen uit het eerste vaccin grotendeels kwijtgespeeld. Maar ook om jonge kinderen rondom hen niet te besmetten want voor pasgeborenen kan kinkhoest fataal zijn. Zuigelingen kunnen pas op acht weken tegen tetanus, difterie en kinkhoest worden ingeënt. Dan duurt het vervolgens nog enkele maanden vooraleer hun immuunsysteem hiertegen gewapend is. In die onbeschermde tussenperiode moet elke besmetting worden vermeden. Dat kan door een cocoonvaccinatie waarbij alle volwassenen - ouders, grootouders - rondom de zuigeling tegen kinkhoest worden gevaccineerd. Op die manier zorg je voor een groepsimmuniteit waar de kleintjes wel bij varen". Een vaccinatie tegen pneumokokken is vandaag aanbevolen voor alle 65-plussers en voor vijftigers met chronische longaandoeningen en hartziekten. Het risico op pneumokokkeninfecties verhoogt met de leeftijd, net als de ernst van de aandoening. "De pneumokokkenbacterie wordt vooral geassocieerd met longontstekingen maar kan ook aan de basis liggen van ziekten als sinusitis, sepsis, oorontstekingen, meningitis (hersenvliesontsteking) en verwikkelingen bij hart- en longlijden. Ouderen en risicopatiënten lopen de meeste kans op ernstige infecties of een blijvend letsel zoals hersenschade. Twee op drie ernstige pneumokokkeninfecties komen trouwens voor bij vijftigplussers. Een extra argument pro vaccinatie is de toenemende resistentie van de pneumokokkenbacterie tegen antibiotica. Dat maakt het voor artsen steeds moeilijker om deze infecties te bestrijden." Er bestaat al geruime tijd een vaccin dat bescherming biedt tegen de 23 meest voorkomende types van pneumokokkeninfecties. De doeltreffendheid ervan schommelt tussen 50 en 80%. Intussen is er ook een tweede vaccin - dat tegen 13 in plaats van 23 types beschermt - in Europa beschikbaar, specifiek voor de preventie van pneumokokkeninfecties bij mensen boven 50 jaar. Recent onderzoek met dit vaccin, dat al jaren aan baby's wordt toegediend, toont aan dat het eveneens erg goede resultaten geeft bij vijftigplussers. De Hoge Gezondheidsraad buigt zich daarom over nieuwe aanbevelingen voor het gebruik van deze twee vaccins. Duidelijk is dat patiënten die al met het 23-voudig vaccin werden ingeënt, best een herhalingsinenting krijgen met het 13-voudig vaccin. Dat zorgt voor een betere immuniteit. Deze herhalingsinentingen dienen om het geheugen van ons immuunsysteem te activeren, zodat het opnieuw antistoffen aanmaakt. De bijwerkingen van het pneumokokkenvaccin beperken zich meestal tot wat lokale roodheid op de injectieplaats, soms ook wat spierpijn of koorts. Herinnert u zich niet meer of u ooit tegen deze drie infectieziekten werd ingeënt, dan doet u er goed aan dat alsnog in orde te brengen. Dat is ook nodig wanneer er slechts één dosis van het vaccin werd toegediend en u dus onvolledig bent gevaccineerd. Een deel van de 50-plussers heeft een of meer van deze infectieziekten als kind ooit doorgemaakt. Dat zorgt voor een natuurlijke immuniteit tegen die specifieke aandoening. Alleen als u met zekerheid deze drie infectieziekten hebt doorgemaakt, hoeft u zich niet te laten inenten. Hebt u twijfels of hebt u maar één van de drie ziekten onder de leden gehad, dan laat u zich best vaccineren voor een betere bescherming. Deze infectieziekten zijn immers lang niet uitgeroeid. De voorbije jaren waren er in Europa opnieuw opstoten van onder meer mazelen en bof. Ook de bofepidemie dit voorjaar in verschillende steden in ons land toont aan dat deze ziekte nog circuleert. Al werden vooral jongeren getroffen en ontsprongen andere leeftijdsgroepen de dans. "Een groot deel van die adolescenten werd ooit gevaccineerd maar bij een deel van hen gebeurde dat onvolledig. Bovendien is het bofonderdeel van het drieledige vaccin het minst efficiënte van de drie: het beschermt maar voor 70 tot 90% van de gevallen. Dat kan worden gecompenseerd door te zorgen voor voldoende groepsimmuniteit: door grote delen van de bevolking te vaccineren, kan je op die manier de ziekte terugdringen en vermijden dat ze gaat circuleren onder wie minder goed beschermd is." In een aantal landen krijgen 60-plussers vandaag de raad mee zich te laten vaccineren tegen het zostervirus dat gordelroos of zona veroorzaakt. Zona is een aandoening die vooral op latere leeftijd voorkomt. Meer dan de helft van de gevallen treft mannen en vrouwen ouder dan 60 jaar. Toch is het volgens het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg nog niet duidelijk hoelang het vaccin werkt en welke resultaten het geeft bij mensen met een verminderde weerstand. Ook hier beraadt de Hoge Gezondheidsraad zich over een aanbeveling. Momenteel is het vaccin bij ons nog niet op de markt. Hepatitis A is een infectieziekte, veroorzaakt door een virus, die voor een tijdelijke leverontsteking kan zorgen. In ons land is er geen besmettingsgevaar maar bij reizen naar Afrika, Zuid-Amerika en Azië, doet u er goed aan zich hiertegen te laten vaccineren. Wie de ziekte ooit doormaakte is levenslang beschermd. Boven de leeftijd van 60 jaar is die kans nog reëel. Laat dit best checken via een labotest. Het virus wordt vooral via besmet voedsel of water verspreid. Er bestaat een gecombineerd vaccin dat eveneens tegen hepatitis B beschermt. "Het volledige vaccinatieschema tegen hepatitis A houdt twee dosissen in en biedt nadien levenslange immuniteit. Voor de gecombineerde vaccinatie tegen hepatitis A én B zijn drie dosissen vereist." Ook bij hepatitis B is een besmettelijk virus de grote boosdoener. De ziekte kan onder meer leiden tot ernstige leverstoornissen, geelzucht en zelfs leverkanker. Het virus wordt overgedragen via bloed, sperma, uri-ne, zweet of seksueel contact en circuleert in Afrika, Zuidoost-Azië, Chi-na en Zuid-Amerika. Opletten dus als u een ingreep moet ondergaan in deze landen maar ook bij risicosporten of onveilige seksuele contacten. De vaccinatie gebeurt best enkele maanden voor uw vertrek. Wie een positieve immuniteit heeft na een volledig vaccinatieschema, hoeft nadien geen herhalingsinentingen meer te krijgen. Onbekend bij ons maar veelvoorkomend in veel Oost- en Midden-Europese landen. "De aandoening wordt overgebracht door besmette teken en kan zorgen voor een ontsteking van de hersenvliezen of het hersenweefsel. In de meeste gevallen is de ziekte goed- aardig en geeft ze vooral griepsymptomen. In landen als Oostenrijk en Zwitserland is vandaag zowat de hele bevolking hiertegen ingeënt. Het risico op teken is het grootst tussen april en oktober. Citytrippers hoeven zich geen zorgen te maken maar trekt u naar het platteland of plant u een avontuurlijke wandel- of kampeervakantie in een van deze landen, dan laat u zich best vooraf vaccineren." Voor een goede bescherming zijn twee inentingen nodig ten laatste drie maanden voor uw vertrek, gevolgd door een derde inenting vijf tot twaalf maanden later. Er is ook een snelsche-ma dat twee weken voor vertrek kan worden toegediend. Na drie jaar is een eerste herhalingsinenting nodig." Afhankelijk van de bestemming en het type reis kunnen vaccinaties aanbevolen zijn tegen gele koorts, buiktyfus, rabiës e.a. Een volledig overzicht vindt u op www.itg.be. Kari Van Hoorick