De strijd tegen de dierenproeven is een van de hardnekkigste gevechten die de verenigingen voor de dierenrechten voeren. Wij vroegen de mening van een wetenschapper: Daniel Portetelle, diensthoofd dierlijke en microbiële biologie van de Facultés agronomiques de Gembloux, is een autoriteit op het vlak van de ethische aspecten van dierenproeven.
...

De strijd tegen de dierenproeven is een van de hardnekkigste gevechten die de verenigingen voor de dierenrechten voeren. Wij vroegen de mening van een wetenschapper: Daniel Portetelle, diensthoofd dierlijke en microbiële biologie van de Facultés agronomiques de Gembloux, is een autoriteit op het vlak van de ethische aspecten van dierenproeven. Ten eerste is lijden een menselijk concept, een moreel begrip. Dieren kunnen wel pijn voelen, een fysieke sensatie, maar geen lijden. Sinds enkele jaren zijn de wetenschappers zich sterk bewust van de problematiek van het welzijn van het dier. In de context van de dierenproeven hanteren zij nu de regel van de drie V's: vervanging, vermindering en verfijning. Dit betekent dat men als het enigszins kan dierenproeven door andere experimenten moet vervangen, dat men het aantal dieren dat in proeven wordt gebruikt moet verminderen en dat men de methoden moet verfijnen. Dus al het mogelijke doen om de pijn die de dieren zouden kunnen voelen, te beperken. De laboratoria zijn onderworpen aan een hele reeks van strenge plichten. Alle experimenten moeten worden goedgekeurd door een ethische commissie, waarin niet alleen wetenschapsmensen zitting hebben maar ook een inspecteur van het ministerie van Volksgezondheid en een dierenarts die over het welzijn van de dieren moet waken. De commissie gaat na of het experiment gerechtvaardigd is. Ze zal elk experiment weigeren dat al elders ter wereld is uitgevoerd. En als er een alternatieve methode voor dierenproeven bestaat, moet die worden gebruikt. Ten slotte moeten de onderzoekers al het mogelijke doen om de pijn van het dier te beperken. In de afgelopen jaren is er veel vooruitgang geboekt in de verdovingstechnieken en het gebruik van pijnstillers. Voorlopig wel. Dieren zijn nuttig om de werking van het menselijke lichaam te begrijpen. De meeste experimenten op dieren worden uitgevoerd om de toxische gevolgen te onderzoeken van geneesmiddelen die voor mensen bestemd zijn. We moeten er ook aan herinneren dat de proeven voornamelijk op ratten en muizen gebeuren. Dieren die voor de mens 'gevoeliger' liggen (zoals apen, honden en katten) worden heel weinig gebruikt, ook als gevolg van de druk van de publieke opinie. Het aantal dieren dat in experimenten wordt gebruikt is sinds de jaren negentig sterk gedaald. De Europese instellingen doen echt hun best om alternatieven voor experimenten op dieren te vinden, ook al kost dat tijd. Ze hebben recht op respect. Dat betekent dat onderzoekers zich niet alles kunnen veroorloven, dat er grenzen zijn die we niet mogen overschrijven. Als pijn onvermijdelijk is, moeten we ze zoveel mogelijk beperken, bijvoorbeeld door pijnstillers of postoperatieve zorgen toe te dienen.Karima Amrous, Ludo Hugaerts