Ons lichaam bestaat voor zowat 60 % uit water. Via transpiratie, ademhaling en urine verliezen we elke dag 2,5 tot 3 liter vocht. Om goed te blijven functioneren (zie kader Wat gebeurt er als u niet genoegdrinkt?) moeten we dat vochtverlies compenseren. Via onze voeding nemen we dagelijks ongeveer 1 liter vocht op. De rest (1,5 tot 2 liter) moeten we aanvullen door te drinken.
...

Ons lichaam bestaat voor zowat 60 % uit water. Via transpiratie, ademhaling en urine verliezen we elke dag 2,5 tot 3 liter vocht. Om goed te blijven functioneren (zie kader Wat gebeurt er als u niet genoegdrinkt?) moeten we dat vochtverlies compenseren. Via onze voeding nemen we dagelijks ongeveer 1 liter vocht op. De rest (1,5 tot 2 liter) moeten we aanvullen door te drinken. Een gezonde volwassene kan zonder al te veel problemen 30 dagen overleven zonder eten. Zonder water daarentegen houdt hij het amper 48 uur vol. Wanneer we niet drinken drogen we uit, wat uiteindelijk tot coma en zelfs tot de dood kan leiden. Gelukkig beschikt ons lichaam over een efficiënt waarschuwingssignaal om dat te voorkomen: dorst. Bij een vochttekort vermindert onze bloedmassa, waardoor de bloeddruk daalt. Dat is voor de hersenen het teken om een waarschuwingssignaal uit te zenden dat ons aanzet om te drinken: we krijgen dorst en er wordt geen speeksel meer gevormd zodat we een droge mond krijgen. Tegelijkertijd zorgen de hersenen ervoor dat het vochtverlies via de urine wordt geblokkeerd. Daarom is donkergekleurde urine eveneens een signaal dat u te weinig gedronken hebt. In een aantal situaties volstaat 1,5 tot 2 liter drinken per dag niet. Eén daarvan is bij overvloedig zweten door extreme hitte. Elk jaar maakt de zomerhitte dodelijke slachtoffers. Een dehydratatie van 15 % kan al fataal zijn. En aangezien bij ouderen de dorstreflex minder efficiënt werkt, zijn zij vaak het eerste slachtoffer. Andere situaties waarin we extra moeten drinken zijn transpiratie bij fysieke inspanningen, ter compensatie bij het eten van erg eiwitrijke voeding en bij extra verlies van lichaamsvocht door diarree of koorts. Water is een ideale dorstlesser. Het bevat geen vet, geen cholesterol, geen calorieën. En er is keuze te over. Leidingwater of water uit de fles, met of zonder bubbels, water met een specifieke smaak of met een bijzondere mineralensamenstelling,... Laten we het aanbod even nader bekijken. Een eerste onderscheid wordt gemaakt tussen leidingwater, bronwater en natuurlijk mineraalwater. Leidingwater wordt geleverd via het openbare waterleidingsnet. In de wetgeving zijn niet minder dan 63 (!) criteria vastgelegd waaraan leidingwater moet voldoen: allemaal fysische, chemische en microbiologische parameters waarvoor maximum- of minimumwaarden bepaald zijn. Het leidingwater wordt regelmatig gecontroleerd om na te gaan of deze criteria worden nageleefd. De smaak en kleur van drinkwater zijn afhankelijk van het soort water waarvan het wordt gemaakt en de wijze waarop het wordt gezuiverd. Toevoeging van chloor is noodzakelijk om de zuiverheid te garanderen. Bronwater is afkomstig van een bron die wordt bevoorraad door oppervlakkige waterlagen. Hierdoor is de chemische samenstelling ervan veranderlijk en afhankelijk van het seizoen omdat ze onder meer kan worden beïnvloed door de neerslag. De benaming bronwater is wettelijk beschermd en er gelden maximumgehalten voor de mineralen, oligo-elementen en andere bestanddelen die erin kunnen voorkomen. Bronwater hoeft niet aan de bron te worden gebotteld maar kan via leidingen of per tankwagen naar een bottelarij vervoerd worden. Natuurlijk mineraalwater is afkomstig van dieper gelegen waterlagen in een strikt afgebakend gebied. De minerale samenstelling en de temperatuur van het water zijn zeer stabiel. Behalve koolzuurgas om het bruisend te maken, mag er niets aan worden toegevoegd. Het moet meteen aan de bron gebotteld worden. Voor natuurlijk mineraalwater schrijft de wet geen normen voor wat betreft de gehaltes aan mineralen. Mineraalwater mag dus veel meer fluor, natrium, magnesium, calcium enz. bevatten dan bron- water. Voor ongewenste bestanddelen gelden dezelfde criteria als voor bronwater. LET OP! Terwijl de meeste mensen zonder problemen grote hoeveelheden bronwater mogen drinken, is dat niet het geval voor alle soorten natuurlijk mineraalwater. Deze met zeer hoge mineraalgehaltes mogen niet onbeperkt gebruikt worden. De hoeveelheid en de samenstelling van de minerale zouten bepalen de smaak en de voedingswaarde van het water. De zogenaamde 'droogrest' is wat overblijft wanneer men het water gedurende 4 uur op 180 °C verhit. Deze waarde geeft een maat voor het mineraalgehalte van het water. Zo onderscheidt men: zeer licht gemineraliseerd water: droogrest < 50 mg/l licht gemineraliseerd water: droogrest tussen 50 en 500 mg/l matig gemineraliseerd water: droogrest tussen 500 en 1000 mg/l sterk gemineraliseerd water: droogrest > 1000 mg/l. Op het etiket van de fles kunt u lezen wat voor soort water het is en waar het vandaan komt. Maar wanneer u mineraalwater kiest, is het ook belangrijk een blik te werpen op de samenstelling (zie ook de tabel De samenstelling van courante mineraalwaters, p. 58). Natrium (Na) regelt de waterhuishouding en is essentieel voor de werking van zenuwen en spieren. We krijgen het vooral binnen onder de vorm van natrium- chloride, het klassieke keukenzout. Omdat onze voeding voldoende zout bevat, is het verstandig û zeker wanneer men zoutbeperkend moet eten û mineraalwater te drinken met een laag natriumgehalte. Ter vergelijking: voor bronwater is het maximumgehalte bepaald op 100 mg/l. Kalium (K) regelt de werking van spieren en zenuwen en geldt als prikkel voor diverse enzymen. Het komt slechts in geringe mate in mineraalwater voor. Calcium (Ca) draagt bij tot de opbouw van onze botten en tanden. Ook bij de bloedstolling en het doorsturen van zenuwprikkels speelt het een belangrijke rol. Calciumrijk water kan echter niet zonder meer melkproducten vervangen omdat het type calcium in water minder makkelijk wordt opgenomen door ons lichaam dan de calcium die aanwezig is in melkproducten. Te veel natrium en sulfaten verminderen de calciumopname. Fluor verbetert de opname van calcium, maar te veel fluor kan vlekken geven op de tanden. Ter vergelijking: voor bronwater geldt een maximumwaarde van 150 mg calcium per liter. In de tabel p. 58 zal het u opvallen dat verschillende mineraalwaters meer bevatten dan deze waarde, met als extremen Contrex en Hépar. Waarvoor dat nuttig kan zijn, leest u verder in deze tekst. Magnesium (Mg) is eveneens nood- zakelijk voor de botopbouw en speelt een belangrijke rol bij de werking van enzymen, de overdracht van zenuwprikkels en het samentrekken van de spieren. Een gebrek aan magnesium kan leiden tot nervositeit, vermoeidheid, maagkrampen en krampen in de kuiten en voeten. Magnesiumrijk water zou een interessante bron van magnesium kunnen zijn, ware het niet dat het ook een grote hoeveelheid andere minerale zouten bevat waardoor het minder geschikt is voor dagelijks gebruik. Fluor (F) helpt tandbederf te voorkomen maar te veel fluor kan vlekken veroorzaken op de tanden. Daarom mag bronwater niet meer fluor bevatten dan 1,5 mg per liter water. Chloriden (Cl) zorgen samen met natrium voor de vochtbalans in het lichaam. Bovendien vormt chloor een bestanddeel van ons maagzuur. Te veel chloriden geven water een bijzondere smaak, maar betekenen geen risico voor de gezondheid. Sulfaten (SO4) kunnen darmstoornissen veroorzaken. Vanaf 1000 mg/l hebben sulfaten in drinkwater een laxerend effect, maar ze kunnen de darm ook irriteren. Bicarbonaten (HCO3) zijn neutrale stoffen waarvoor geen maximumwaarden bestaan. Integendeel, ze bevorderen de spijsvertering. Nitraten (NO3) zijn schadelijk voor onze gezondheid. Voor deze stoffen geldt dus: hoe minder er in het drinkwater van zit, hoe beter. Een gedeelte van de opgenomen nitraten worden door onze darmflora immers omgezet in nitrieten die het zuurstoftransport door onze rode bloedcellen kunnen verstoren. Bronwater mag helemaal geen gezondheidsclaims dragen. Na toelating door de bevoegde instanties kan er enkel op vermeld staan dat het geschikt is voor de bereiding van babyvoeding. Op mineraalwaters kunt u wel heel wat vermeldingen terugvinden zoals 'geschikt voor een zout-arm dieet', 'rijk aan minerale zouten', 'zwak mineraalhoudend', 'calciumhoudend' of 'magnesiumhoudend'. Voor een doorsnee 'gezinswater' kiest u het best voor water met een droogrest beneden de 500 mg per liter, met minder dan 50 mg natrium per liter, zo weinig mogelijk nitraten en maximaal 1 mg fluor per liter. Mineraalwaters die uitzonderlijk rijk zijn aan bepaalde minerale zouten zijn eerder aan te bevelen voor specifieke kuren. Zo zijn waters die rijk zijn aan bicarbonaten (bijvoorbeeld Badoit, Perrier, San Pellegrino) geschikt bij uithoudingssporten. Zij neutraliseren het melkzuur dat tijdens de inspanning geproduceerd wordt en aanleiding kan geven tot spierkrampen en bevorderen de recuperatie. Een gebrek aan magnesium werkt angst, prikkelbaarheid en vermoeidheid in de hand. Ook krampen in de kuiten kunnen wijzen op een magnesiumtekort. Magnesiumrijk water drinken (bijv. Hépar, Apollinaris, Tönissteiner of Gerolsteiner) is in deze gevallen een aanrader. Maar drink nooit alleen dit water, wissel het af met licht-gemineraliseerd water. Calciumrijk water (Contrex, San Pellegrino) wordt soms aanbevolen ter preventie van nierstenen. nLeen Baekelandt