Neen, het brugpensioen verdwijnt niet en ook het overlevingspensioen overleeft. Ze krijgen beiden wel een andere naam, die beter aansluit op de realiteit, én de voorwaarden verscherpen. Strengere voorwaarden is trouwens de rode draad die doorheen het regeerakkoord loopt. Want één ding is zeker: we gaan met z'n allen langer werken - of beter, niet zo vroeg mogen stoppen -, niet gewerkte periodes zullen minder recht geven op pensioen en de fiscus zal een grotere hap uit ons (spaar)geld nemen.
...

Neen, het brugpensioen verdwijnt niet en ook het overlevingspensioen overleeft. Ze krijgen beiden wel een andere naam, die beter aansluit op de realiteit, én de voorwaarden verscherpen. Strengere voorwaarden is trouwens de rode draad die doorheen het regeerakkoord loopt. Want één ding is zeker: we gaan met z'n allen langer werken - of beter, niet zo vroeg mogen stoppen -, niet gewerkte periodes zullen minder recht geven op pensioen en de fiscus zal een grotere hap uit ons (spaar)geld nemen. De tekst van dit artikel is gebaseerd op het regeerakkoord zoals het werd goedgekeurd door de voltallige Kamer in de nacht van 22 op 23 december 2011. Verschillende maatregelen moeten nog worden uitgevoerd via Koninklijke Besluiten. Wij komen daar ten gepaste tijde in Plus Magazine op terug. Hoewel de kersverse minister van Pensioenen aangaf naar een harmonisering te willen werken van de drie pensioenstelsels (ambtenaren, zelfstandigen, loontrekkenden) is daar voorlopig nog geen sprake van. Wel nieuw voor de ambtenaren: zij zullen niet meer verplicht worden te stoppen op 65 jaar en hun pensioen zal berekend worden op basis van het gemiddelde loon van de laatste tien jaren (vroeger was dat vijf jaar). In dit artikel vindt u de voornaamste wijzigingen voor loontrekkenden.De wettelijke pensioenleeftijd blijft 65 jaar. Wie 65 is kan op pensioen, ongeacht hoe lang hij gewerkt heeft. Maar wie voldoende lang gewerkt heeft, kan wat vroeger stoppen. Momenteel kunt u op 60 jaar met vervroegd pensioen als u 35 jaar gewerkt hebt. Let wel: stopt u na 35 jaar, dan hebt u geen volledig pensioen. Daarvoor moet u 45 jaar gewerkt hebben. Zowel de leeftijds- als de loopbaanvoorwaarde voor het vervroegd pensioen zullen geleidelijk opschuiven (zie tabel 1). Er blijven wel uitzonderingen voor mensen die op jonge leeftijd zijn beginnen werken en dus een lange loopbaan hebben. In 2012 verandert er niets. Dat komt omdat u, wanneer u voor 65 jaar met pensioen wilt, zelf één jaar op voorhand een aanvraag moet doen. Wie voor 28 november 2011 zijn vervroegd pensioen aanvroeg, kan dus nog in 2012 met vervroegd pensioen op basis van de oude voorwaarden. "Het feit dat we langer zullen moeten werken valt moeilijk te betwisten als we niet willen dat ons pensioensysteem failliet gaat. We leven tien jaar langer op één generatie tijd!". "Wat we wel kunnen (en moeten) betreuren is dat het systeem zo weinig soepel is. Mensen die vermoeid zijn door zwaar werk vragen niet noodzakelijk om vroeger te stoppen, zij vragen wél een aangepaste taak. Zelfs als het theoretisch mogelijk is, blijft de praktijk hier vaak in gebreke". "Een heikel punt bij de tewerkstelling van oudere werknemers is uiteraard het loon. Oudere werknemers worden ontslagen omdat ze te duur zijn. Hun rendement heeft een grens bereikt die niet noodzakelijk wordt gecompenseerd door hun ervaring". "Mogen we zeggen dat hier een grond van waarheid in schuilt? Zouden we ons kunnen voorstellen dat het loon op een bepaalde leeftijd een plafond bereikt, of - nog gewaagder- zou verminderen? Werknemers van een zekere leeftijd hebben meestal hun woning afbetaald, hun kinderen zijn het huis uit, kortom hun financiële behoeften liggen wat lager. Een beetje minder inkomen zou hun levenskwaliteit niet aantasten". "Deze kwestie is nog niet bediscussieerd op de publieke fora en dat is begrijpelijk: het zou een cultuurschok teweegbrengen (vooral in Europa) en het gevaar voor misbruiken is niet denkbeeldig. In de coulissen wordt ze echter almaar vaker geopperd door economisten en zal dus stilaan onvermijdelijk deel uitmaken van het te voeren debat." Zeg niet meer: "Ik wil graag met brugpensioen", maar zeg: "Ik wil graag het statuut van werkloze met bedrijfstoeslag". Het brugpensioen verandert inderdaad van naam om meer in overeenstemming te zijn met de realiteit. Want brugpensioen is geen vorm van vervroegd pensioen, maar een bijzonder statuut binnen de werkloosheid. Een bruggepensioneerde is een werkloze die bovenop zijn uitkering nog een aanvullende vergoeding van zijn werkgever krijgt. Het regeerakkoord verzwaart niet alleen de voorwaarden voor het brugpensioen, maar knabbelt ook aan de gelijkstelling voor het latere pensioen. Maar net als vroeger moet u eerst ontslagen worden (geen brugpensioen als u zelf ontslag neemt), moet u recht hebben op een werkloosheidsuitkering (daarvoor moet u voldoende jaren hebben gewerkt in een bepaalde periode) en moet er een CAO zijn die recht geeft op een aanvullende vergoeding en die de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden bepaalt. De nationale CAO nr. 17, die van toepassing is op alle werknemers uit de privésector, blijft bestaan en behoudt een recht op brugpensioen voor werknemers die ontslagen worden vanaf 60 jaar. Deze leeftijd zal eventueel opgetrokken worden tot 62 jaar vanaf 2020. Wie in een 'gewone' onderneming werkt - dus niet in een onderneming in moeilijkheden of herstructurering - zal in de toekomst op brugpensioen kunnen gaan op de leeftijd van 60 jaar na een loopbaan van 40 jaar (tabel 2). Voor lopende en hernieuwde CAO's gelden deze voorwaarden vanaf 1 januari 2015. Tot 31 december 2014 blijven de oude voorwaarden van kracht. Voor nieuwe CAO's na 1 januari 2012 gelden de nieuwe voorwaarden (60 jaar - 40 jaar gewerkt) onmiddellijk. Er zijn er geen afwijkingen meer voor mensen met een zwaar beroep of lange loopbaan. Iedereen zal trouwens een lange loopbaan van 40 jaar moeten hebben. In ondernemingen in moeilijkheden zal brugpensioen nog mogelijk zijn op een lagere leeftijd. In 2012 zal dat nog kunnen op 52 jaar. Per jaar komen er 6 maanden bij tot 55 jaar in 2018. Voor bedrijven in herstructurering zal de afwijkende leeftijd in 2013 op 55 jaar komen te liggen. Het halftijds brugpensioen wordt vanaf 2012 niet meer toegekend. Wie nog in dit systeem zit, kan erin blijven, maar er worden geen nieuwkomers meer aanvaard. Ook op dit punt wordt er gesnoeid. Wie zijn brugpensioen heeft aangevraagd voor 28 november 2011, zal nog volgens de oude regels gelijkgesteld worden. De jaren brugpensioen zullen worden meegeteld voor de berekening van het pensioen op basis van het laatste begrensde brutoloon. Voor de brugpensioenen die onder de nieuwe regeling vallen, zullen de jaren brugpensioen voor 60 jaar gelijkgesteld worden op basis van het minimumrecht per loopbaanjaar. Dat is niet zo voor de brugpensioenen in een bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering. Wat is het minimumrecht? Elk jaar dat u werkt, levert u 1/45ste op van uw pensioen. Elk gewerkt jaar wordt in aanmerking genomen aan een geplafonneerd loon, dus een maximum. Er geldt echter ook een minimum. Momenteel bedraagt dat euro 21.327 bruto. "De regering heeft een hervorming van de eindeloopbanen, (brug)pensioenen en vervroegde penisoenen op tafel gelegd. Net als andere organisaties betreuren ook wij het gebrek aan uitleg van onze nieuwe ministers en de snelheid waarmee alle maatregelen plots werden gestemd. Maar dat het systeem zou herbekeken worden, stond uiteraard al lang in de sterren geschreven. We hebben nu eenmaal te maken met een verouderende bevolking en dus verhoogde uitgaven op het vlak van de pensioenen. We leven langer én beter. De hervormingen van het brugpensioenstelsel verwonderen ons dan ook niet. Ze liggen in de lijn van het Generatiepact, dat ook al datzelfde doel voor ogen had: mensen langer aan het werk houden. Want het is een feit dat de tewerkstellingsgraad bij 50-plussers erg laag ligt in ons land". "Nieuwe Brugpensioen-cao's zullen pas kunnen op 60 jaar, mits 40 jaar werken. Maar het brugpensioen minder toegankelijk maken en het vervroegd pensioen uitstellen volstaat niet. Oudere werknemers moeten hun werk kunnen doen in goede omstandigheden en op dat vlak moeten nog inspanningen worden geleverd." Loontrekkenden die ouder zijn dan 50 jaar konden voor 28 november 2011 een tijdskrediet aanvragen voor 50-plussers onder de oude voorwaarden. Dit betekent: een vermindering met 1/5 of de helft, die volledig gelijkgesteld is tot het pensioen, met een verhoogde uitkering vanaf 51 jaar. De voorwaarde was wel dat men 20 jaar in loondienst had gewerkt. De aanvraag moet toegekomen zijn op de RVA voor 28 november 2011. Het regeerakkoord verandert de spelregels voor wie een tijdskrediet aanvroeg na 28 november 2011. De landingsbanen zullen enkel nog mogelijk zijn voor 55-plussers die 25 jaar gewerkt hebben. De verhoogde uitkering geldt vanaf 55 jaar. Wel nog mogelijk op 50 jaar voor werknemers die een zwaar beroep hebben uitgeoefend en op voorwaarde dat het beroep voorkomt op de lijst van knelpuntberoepen. De lopende tijdskredieten en degene aangevraagd voor 28 november 2011 zullen worden gelijkgesteld op basis van het laatste begrensde brutoloon. De tijdskredieten aangevraagd na 28 november 2011 zullen worden meegerekend voor het pensioen op basis van het minimumrecht (zie ook brugpensioen en werkloosheid). In de openbare sector geldt nog een apart stelsel voor loopbaanonderbreking. Vanaf 2012 zal die beperkt worden tot maximaal 60 maanden. Het is de bedoeling het systeem van de loontrekkenden en dat van de overheid te harmoniseren tegen 2020. De werkloosheidsuitkeringen zullen sneller dalen. Wat 50-plussers betreft is het vooral de anciënniteitstoeslag die verstrengd wordt. Ook belangrijk: de gelijkstelling van werkloosheidsperiodes voor de berekening van het pensioen wordt beperkt. De werkloosheid wordt in drie periodes verdeeld: Eerste periode (vanaf 2013): 1 jaar, de eerste drie maanden aan 65% (dat is 5% meer dan vroeger) van een begrensd loon van maximum euro 2324, dan zes maanden aan 60% van dit loon, dan drie maanden aan 60% van een loon dat begrensd is op euro 2166. Tweede periode (vanaf 2012): eerste 12 maanden, 60% voor gezinshoofden, 55% voor alleenstaanden, 40% voor samenwonenden. De volgende 24 maanden daalt de uitkering elke drie maanden. Dat geldt niet voor werklozen die 20 jaar gewerkt hebben (25 jaar tegen 2017) en alleenstaanden van 55 jaar of ouder. Derde periode (vanaf 2012): na maximum vier jaar, een forfait (onbeperkt in de tijd). Bent u 50 jaar, hebt u een beroepsverleden van 20 jaar en bent u 1 jaar volledig werkloos (geen brugpensioen), dan hebt u momenteel recht op een anciënniteitstoeslag. Dit is een extra bedrag, bovenop de gewone uitkering. Vanaf 1 juli 2012 zal de leeftijdsvoorwaarde op 55 jaar worden gebracht. Bepaalde werklozen moeten niet langer beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en mogen een dienstbetrekking weigeren. Momenteel is dat het geval voor werklozen van 58 jaar of werklozen van 50 jaar die al 1 jaar uitkeringen hebben ontvangen en die een beroepsverleden hebben van 38 jaar. Het regeerakkoord brengt de leeftijd voor de beschikbaarheid vanaf 2013 op 60 jaar en zelfs mogelijk op 65 jaar voor regio's met een lage werkloosheid. De controle op de beschikbaarheid zal aangescherpt worden: vanaf 2013 zal de actieve beschikbaarheid gecontroleerd worden op 55 jaar en in 2016 op 58 jaar. Voortaan zal een werkloze een baan moeten aanvaarden die tot op 60 km afstand ligt (vroeger 25 km). Voor de berekening van het pensioen werden tot nog toe periodes van werkloosheid onbeperkt in de tijd gelijkgesteld met een gewerkte periode, op basis van het laatste begrensde effectieve brutoloon. De werkloosheidsuitkeringen van de derde periode zullen nu aan een lager bedrag gelijkgesteld worden voor het pensioen, nl. het bedrag van het minimumrecht per loopbaanjaar (euro 21.327 - zie ook de gelijkstelling van de periodes brugpensioen). Momenteel mag iemand die met pensioen is bijverdienen, maar dan wel binnen bepaalde grenzen. Overschrijdt u die grenzen, dan wordt uw pensioen ingekort (tot 15% overschrijding) of zelfs geschorst (boven 15% overschrijding). De grenzen hangen af van uw leeftijd, het type pensioen (rust- of overlevingspensioen) en uw gezinslast. Vanaf 2013 zullen nieuwe regels gelden voor het bijverdienen als gepensioneerde. Voor 65 jaar: de sanctie op de overschrijding van de grenzen zal in verhouding staan tot de overschrijding. Er zal dan geen verschil meer zijn tussen een overschrijding van meer of minder dan 15%. Vanaf 65 jaar: in 2013 wordt de inkomensgrens afgeschaft voor wie 42 loopbaanjaren telt. Vanaf 2014 zal de loopbaanvoorwaarde eventueel worden verhoogd. WEETJE Het inkomen dat u verdient bovenop uw pensioen levert geen extra pensioenrechten op! "Het regeerakkoord bevat maatregelen om het bijverdienen voor gepensioneerden te versoepelen. De tekst lijkt ons echter (opzettelijk?) wazig en is helemaal niet zo positief als hij laat uitschijnen. De regering schrapt nu de inkomensgrens voor 65-plussers, maar voert meteen een nieuwe grens in: je moet minstens 42 jaar hebben gewerkt (en die grens kan nog worden verhoogd). Resultaat: héél weinig gepensioneerden zullen hieraan voldoen. De meesten zullen binnen het gesanctioneerde systeem vallen: bij overschrijding van de grenzen wordt het pensioen ingekort. Dat motiveert niet om bij te verdienen en stimuleert eigenlijk zwartwerk. Wat ook jammer is: nog steeds zullen de bijdragen die worden afgehouden van het loon voor het extra werk, geen extra pensioen opleveren. Dat zou nochtans welkom zijn, vermits de huidige pensioenen vaak ontoereikend zijn. SeniorFlex blijft daarom pleiten voor een totale afschaffing van de grenzen." Op 62 jaar kunt u met vervroegd pensioen gaan. U hebt dan méér dan genoeg jaren gewerkt (zie p. 67). Kiest u ervoor om door te werken tot 65 jaar (of langer als u dat wenst), dan zullen de jaren bovenop de 45 jaar in de toekomst ook meetellen voor de berekening van uw pensioen. Dat is tot nog toe niet het geval. De loopbaan wordt nu beperkt tot 45 jaar en de minst goede jaren (de jaren waarin u het minst bijdragen hebt betaald) worden niet meegerekend. Deze eenheid van loopbaan zal in alle stelsels geleidelijk worden afgeschaft. Het overlevingspensioen krijgt een andere naam: overgangsuitkering. Mensen wier partner (in de toekomst niet enkel de gehuwde, maar ook de wettelijk samenwonende) overlijdt, zullen een overgangsuitkering krijgen waarvan de duur zal afhangen van de leeftijd, het aantal kinderen en het aantal jaren van wettelijk samenwonen of huwelijk. Wie na deze overgangsuitkering geen baan heeft, zal recht hebben op een werkloosheidsuitkering. Er zal een overgangsmaatregel worden uitgewerkt, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen iemand die jonger of ouder is dan 30 jaar op het moment dat de partner overlijdt. Annemie Goddefroy en Jocelyne Minet