J ean Janssens is 78 jaar en al enkele jaren weduwnaar. Hij is nog altijd in topvorm, maar staat wel eens stil bij het moment dat dit niet meer het geval zal zijn. Jean is immers het type dat alles goed geregeld wil hebben. Vandaar dat hij zijn dochter Lisa vraagt of zij later eventueel ("als ik niet meer in staat zal zijn dat zelf te doen") zijn financiële zaken wil behartigen. Dat wil Lisa wel, maar in een sluitende juridische regeling zodat er geen moeilijkheden kunnen rijzen met andere familieleden.
...

J ean Janssens is 78 jaar en al enkele jaren weduwnaar. Hij is nog altijd in topvorm, maar staat wel eens stil bij het moment dat dit niet meer het geval zal zijn. Jean is immers het type dat alles goed geregeld wil hebben. Vandaar dat hij zijn dochter Lisa vraagt of zij later eventueel ("als ik niet meer in staat zal zijn dat zelf te doen") zijn financiële zaken wil behartigen. Dat wil Lisa wel, maar in een sluitende juridische regeling zodat er geen moeilijkheden kunnen rijzen met andere familieleden. De familie Peeters telt 5 kinderen. Vader Louis Peeters is weduwnaar en lijdt al een tijdje aan de ziekte van Alzheimer. De 5 kinderen hebben zich nooit met de financiële zaken van hun vader ingelaten, maar nu Louis in een instelling verblijft, moet het ouderlijk huis verkocht worden. Frans, de oudste zoon, wil deze zaken wel ter harte nemen, maar dan wel enkel als zijn broers en zussen het daarmee eens zijn. Deze beide situaties zijn uit het leven gegrepen én ze kennen allebei dezelfde juridische oplossing: het aanstellen van een voorlopig bewindvoerder. Dat kan een professional zijn (een advocaat, een notaris,...) maar de meeste families kiezen liever voor iemand van eigen bloed.Om mensen te helpen die hun goederen niet langer zelf kunnen beheren - tijdelijk (bijvoorbeeld na een ongeval) of definitief -, heeft de wetgever in 1991 een specifiek regime in het leven geroepen: de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder, die het beheer van de goederen overneemt. De juridische regels werden ingelast in het burgerlijk wetboek (art. 488bis) en sinds 1991 al enkele keren gewijzigd. LET OP Het voorlopig bewind slaat enkel op de goederen, de bewindvoerder heeft niets te zeggen over de persoon (bijvoorbeeld over de beslissing om al dan niet naar een rusthuis te verhuizen), behalve als zijn daden een financiële weerslag hebben op zijn goederen. Beslist de persoon bijvoorbeeld om naar een peperduur privérusthuis te verhuizen en heeft hij daar het geld niet voor, dan kan de bewindvoerder zich daar wél tegen verzetten. Jean Janssens wil dat zijn dochter Lisa het bewind van zijn goederen overneemt als ooit de dag komt dat hij dit niet meer zal kunnen. Hoe pakt hij dat aan? Heel eenvoudig: hij tekent een verklaring bij de notaris of bij de vrederechter waarin hij Lisa aanduidt als zijn bewindvoerder. Hij kan dat nu al doen, ook al is hij op dit moment nog perfect in staat om zelf zijn goederen te beheren. Jeans verklaring wordt geregistreerd in een centraal register bij de Koninklijke Federatie van Belgische Notarissen. De registratie kost 10 euro. Als het moment ooit zou aanbreken dat Jean zijn goederen niet meer kan beheren, zal de vrederechter Lisa aanduiden als bewindvoerder, tenzij er op dat moment redenen zijn om dat niet te doen (bijv. als Lisa op dat moment zelf problemen zou hebben). In het geval van de familie Peeters stuurt zoon Frans (als kandidaat-bewindvoerder) een verzoekschrift naar de vrederechter (of hij geeft het af op de griffie) van het kanton waar zijn vader verblijft (in casu van de instelling). In het verzoekschrift staan een aantal verplichte gegevens (datum, naam, relatie tot de te beschermen persoon, namen van de meerderjarige familieleden tot de tweede graad, samenstelling van het vermogen,...). Frans moet er ook een geneeskundige verklaring (max. 15 dagen oud) van de gezondheidstoestand van zijn vader en een woonattest (waar Louis woont of verblijft) aan toevoegen. Hij vraagt het best een modelformulier bij de griffie, zodat hij zeker is dat hij niets vergeet te vermelden. Het is de vrederechter die met elk van de familieleden (tot de tweede graad) zal praten. Kunnen zij zich niet verplaatsen, dan komen de vrederechter en de griffier in principe zelfs naar hen toe, tenzij dit een onverantwoord moeilijke of dure onderneming zou zijn. In principe kunnen alle familieleden tot de tweede graad dus hun standpunt over de eventuele aanstelling van de bewindvoerder meedelen, maar het is de vrederechter die beslist. Is er grote onenigheid in het gezin, dan zal de vrederechter wellicht een professionele bewindvoerder aanduiden (een advocaat, boekhouder,...). In zijn vonnis van aanstelling legt de vrederechter vast in welke mate de bewindvoerder de persoon mag vertegenwoordigen, maar uiteraard moet hij daarbij de wet respecteren. Sommige zaken mag de bewindvoerder sowieso, voor andere heeft hij altijd de machtiging van de vrederechter nodig en bepaalde handelingen mag hij nooit stellen. Zie hierover de tabel onderaan deze pagina. Nu zijn vader in een instelling is opgenomen, wil Frans Peeters het ouderlijk huis verkopen. Uit het kader hieronder leren we dat hiervoor de voorafgaande machtiging van de vrederechter nodig is. Het woord voorafgaand is hier belangrijk. Het betekent immers dat Frans geen verkoopovereenkomst kan afsluiten onder de opschortende voorwaarde van het krijgen van een machtiging, zoals dat wel eens gebeurt met een lening. Er moet eerst een ontwerp van verkoopakte worden opgesteld, die pas kan ondertekend worden nadat de vrederechter de machtiging heeft gegeven. Frans zal het huis enkel mogen verkopen als hij kan aantonen dat zijn vader niet meer in zijn woning zal kunnen wonen. Bovendien moet hij aantonen dat verkopen de beste oplossing is, beter dan bijvoorbeeld verhuren. Bewindvoerders moeten elk jaar een verslag bezorgen aan de vrederechter, de beschermde persoon en de eventuele vertrouwenspersoon (de beschermde persoon of de vrederechter kan zo'n vertrouwenspersoon aanstellen, die de bewindvoerder controleert). Dit verslag bevat een overzicht van de inkomsten en uitgaven van het voorbije jaar en een samenvatting van de staat van het beheerde vermogen aan het begin en het einde van deze periode. Plus de data waarop de bewindvoerder contact gehad heeft met de beschermde persoon en/of de vertrouwenspersoon. Als voorlopige bewindvoeder mag Frans geen testament (laten) opmaken in plaats van zijn vader. Ook schenkingen mag hij niet doen. Zelfs als de vrederechter dat zou willen, kan hij het hem niet toestaan. LET OP Sinds 2003 heeft de wetgever het mogelijk gemaakt dat de beschermde persoon zelf een testament opstelt of iets schenkt, mits voorafgaande machtiging van de vrederechter. Uiteraard moet hij op dat ogenblik wilsgeschikt zijn. Dit wil zeggen dat hij de draagwijdte van zijn beslissing moet beseffen. Dit wordt vaak vergeten, maar is heel belangrijk. Veel ziektes evolueren immers langzaam, zodat de beschermde persoon vaak (of op bepaalde ogenblikken) nog perfect in staat is om een schenking te doen of een testament te maken. Dit kan met name belangrijk zijn in het kader van de successieplanning. Algemeen kun je zeggen dat de bewindvoerder als een goed huisvader met het geld van de beschermde persoon moet omgaan. Beleggingen moeten eerder defensief zijn zodat ze het vermogen van de beschermde persoon niet in gevaar brengen. De bewindvoerder moet ervoor zorgen dat het vermogen in stand blijft zodat het kan gebruikt worden om de levenssituatie van de beschermde persoon te verbeteren, maar verrijking is niet nodig. Als de bewindvoerder geld verliest door onnodig risicovolle beleggingen, kan hij daarvoor aansprakelijk gesteld worden (en een schadevergoeding moeten betalen). Uiteraard moet dit geval per geval worden bekeken, rekening houdend met de leeftijd van de beschermde persoon, zijn levensstandaard, enz. De bewindvoerder kan zich laten adviseren door een financieel expert, maar hij houdt wel de eindverantwoordelijkheid. Daarom wordt bewindvoerders aangeraden zich te verzekeren voor burgerlijke aansprakelijkheid (zie vraag 9). weetje De bewindvoerder mag wél een herbelegging doen. Hij heeft geen machtiging van de vrederechter nodig om een roerend goed aan te kopen maar moet dit wel vermelden in zijn jaarlijks verslag. Professionele bewindvoerders zijn verplicht een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid te nemen, niet-professionele bewindvoerders zijn dit niet verplicht maar ze kunnen zich verzekeren als ze dat wensen. Uiteraard is dit niet gratis. Wie de taak van bewindvoerder op zich wil nemen, kan dit het best vooraf met de familie bespreken. Professionele bewindvoerders krijgen een vergoeding van maximaal 3% van de jaarlijkse inkomsten van de beschermde persoon. Familieleden doen het meestal gratis, maar ze kunnen de vrederechter wel vragen om vergoed te worden. Die beslist, rekening houdend met de omvang van het vermogen, de familiale band, enz. Als hij een vergoeding toekent, mag ze maximaal 3% van de jaarlijkse inkomsten bedragen. Annemie Goddefroy