Er zijn twee grote huwelijksstelsels: de gemeenschap en de scheiding van goederen. Hebben de echtgenoten niet expliciet (in een overeenkomst) voor één stelsel gekozen, dan vallen ze automatisch onder het wettelijk stelsel. Er zijn dan drie vermogens: het eigen vermogen van elk van de echtgenoten en het gemeenschappelijk vermogen.
...

Er zijn twee grote huwelijksstelsels: de gemeenschap en de scheiding van goederen. Hebben de echtgenoten niet expliciet (in een overeenkomst) voor één stelsel gekozen, dan vallen ze automatisch onder het wettelijk stelsel. Er zijn dan drie vermogens: het eigen vermogen van elk van de echtgenoten en het gemeenschappelijk vermogen. Zijn 'eigen': goederen die van nature persoonlijk zijn zoals kleren en juwelen (behalve juwelen die gekocht zijn als belegging) goederen die dienen voor de uitoefening van het beroep (werden ze aangekocht tijdens het huwelijk, dan is er wel een vergoeding mogelijk û zie verder) goederen die de echtgenoten al bezaten voor hun huwelijk goederen die de echtgenoten tijdens hun huwelijk gekregen hebben door een erfenis, testament of schenking. Behoren tot de gemeenschap: de goederen die verkregen werden tijdens het huwelijk. Ook de inkomsten zijn gemeenschappelijk. Hiermee wordt zowel het loon van beide echtgenoten bedoeld, als de inkomsten uit een eigen goed. Voorbeeld U bezat al een eigen appartement voor u huwde. Sinds uw huwelijk woont u in een huis dat u samen met uw partner hebt gekocht. Het appartement is uw eigen goed, maar de huurinkomsten die u eruit haalt zijn gemeenschappelijk. Weetje Ook als uw loon op een rekening gestort wordt die enkel op uw naam staat, behoort het geld tot de gemeenschap! Let op! Bij het wettelijk stelsel geldt een 'vermoeden van gemeenschap': alle goederen, bankrekeningen en aankopen worden geacht van de gemeenschap te zijn. Bij een echtscheiding of overlijden wordt ervan uitgegaan dat alle goederen gemeenschappelijk zijn, behalve als het tegendeel wordt bewezen. Dit is soms niet makkelijk (bijv. bij persoonlijke kasbons). Goederen die gekocht worden tijdens het huwelijk zijn in principe gemeenschappelijk. Soms kunnen ze echter 'eigen worden'. Dat gebeurt via de techniek van de (weder)belegging. Stel dat één van de echtgenoten een som geld erft en hiermee een huis koopt. Het huis is dan gemeenschappelijk (tijdens het huwelijk gekocht) maar kan eigen worden als de echtgenoot-koper in de aankoopakte laat plaatsen dat hij het huis koopt om eigen fondsen te beleggen. Dit onder voorwaarde dat het huis gekocht werd met minstens 50 % eigen middelen. Hij/zij wordt dan de enige eigenaar, ook al wordt er een deel (minder dan 50 %) gefinancierd met het gemeenschappelijk vermogen. Dit is ook mogelijk als het geld afkomstig is van de verkoop van een geërfd (geschonken) huis. Dan is het een wederbelegging. Let op! Als het de gezinswoning is die met eigen middelen van één van de echtgenoten gefinancierd wordt, kan de echtgenoot-eigenaar het huis niet verkopen zonder toestemming van de andere echtgenoot. Gaat het om een ander onroerend goed (bijv. een appartement aan zee), dan kan dat wel. Stel dat één van beide echtgenoten al een bouwgrond bezit voor het huwelijk. De echtgenoten beslissen er samen een huis op te bouwen, waarvoor ze allebei geld investeren. Hoewel de wederhelft het huis mee financiert, 'volgt' het huis de grond en wordt het juridisch eigendom van de eigenaar van de grond! Daarom heeft de wetgever in een systeem van 'vergoedingsrekeningen' voorzien als het wettelijk stelsel ontbonden wordt (bij echtscheiding of overlijden). Het komt er dan op neer dat het eigen vermogen een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen geeft, of omgekeerd. In bovenstaand geval zal er uit het eigen vermogen van de echtgenoot-eigenaar een vergoeding naar het gemeenschappelijk vermogen gaan. Dat is ook het geval voor een gemeenschappelijk aangekocht huis, waarvan de verbouwingen gefinancierd worden met de erfenis van één van beide echtgenoten. De schulden aangegaan voor het huwelijk zijn eigen. Schulden aangegaan tijdens het huwelijk û ook door één van de echtgenoten û zijn gemeenschappelijk! Ze kunnen zowel op het gemeenschappelijk als op het eigen vermogen van elke echtgenoot verhaald worden. De fiscus kan dus uw eigen vermogen aanspreken voor een schuld van uw echtgeno(o)t(e)! Vallen buiten schot: schulden i.v.m. onderhoudsgeld, de uitoefening van het beroep en buitensporige schulden voor het huishouden. nA Jean-François Ledoux, advocaat