In een autoritaire staat gaat al het gezag uit van het staatshoofd. De machthebber bepaalt hoe hij deze macht uitoefent, welke wetten hij stelt, hoe hij ze uitvoert en de naleving ervan nastreeft. Dat is niet zo in een democratie of rechtsstaat. Daar vormt de grondwet het basiscontract tussen de burgers en de staat. Ze bevat de fundamentele rechten en vrijheden van de burgers, zoals het recht op vrije meningsuiting of het recht op vergadering, of nog het gelijkheidsbeginsel, de vrijheid van persoon, van eredienst en van onderwijs,...
...

In een autoritaire staat gaat al het gezag uit van het staatshoofd. De machthebber bepaalt hoe hij deze macht uitoefent, welke wetten hij stelt, hoe hij ze uitvoert en de naleving ervan nastreeft. Dat is niet zo in een democratie of rechtsstaat. Daar vormt de grondwet het basiscontract tussen de burgers en de staat. Ze bevat de fundamentele rechten en vrijheden van de burgers, zoals het recht op vrije meningsuiting of het recht op vergadering, of nog het gelijkheidsbeginsel, de vrijheid van persoon, van eredienst en van onderwijs,... Daarnaast bepaalt de grondwet hoe de macht verdeeld wordt onder een wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht (de scheiding der machten). In de grondwet wordt geregeld hoe wetten tot stand komen, hoe de regering gevormd wordt, welke mogelijkheden zij heeft om de wetten uit te voeren en tenslotte hoe de rechterlijke macht toeziet op de naleving ervan. De huidige Belgische grondwet bestaat slechts uit 198 artikelen met tot slot een titel 'inwerkingtreding en overgangsbepalingen'. De grondwet is een fundamentele wet. Alle overige wetten dienen ermee conform te zijn. Dit betekent dat de grondwet voor een natie de hoogste wet is waaraan alle andere ondergeschikt zijn. Als een wet strijdig zou zijn met de grondwet kan een overheid of de burger zich ertegen verzetten. Vindt u dat een bepaalde wet strijdig is met de grondwet, dan stapt u naar een advocaat, die een procedure start bij het Arbitragehof. Gebeurt dit tijdens een proces, dan kan uw advocaat de rechtbank vragen een 'prejudiciële vraag' te stellen bij het Arbitragehof. Dan moet het Arbitragehof zich eerst over de eventuele strijdigheid met de grondwet uitspreken, vooraleer het proces kan worden verdergezet. De grondwet is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van een land. Sinds de zeventiende eeuw brokkelde de macht van de Europese koningen meer en meer af. Engeland liep hierin voorop als eerste staat die een wetgevende macht oprichtte ter controle van het vorstelijk gezag. Het was ook het Engelse staatsrecht dat voor het eerst voorzag in een aantal onvervreemdbare burgerrechten. Verlichte geesten in Frankrijk kwamen dan weer tot de conclusie dat de macht diende verdeeld te worden tussen een wetgevende, een uitvoerende en een rechterlijke macht. In 1776 kwam de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring tot stand. Zij belichaamde al deze principes samen. Ze voorzag namelijk zowel in fundamentele rechten voor de burgers (weliswaar alleen voor Europese blanken, niet voor Indianen of slaven), een uitwerking van de trias politica (de drie machten) en een toevoeging over de individuele rechten van de burgers, The Bill of Rights, zoals bijvoorbeeld het recht op vrije meningsuiting. De Franse Revolutie (in 1789) bracht onder meer de Verklaring van de rechten van de mens en van de burger voort en door Napoleon werden deze basisprincipes over het Europese continent verspreid. Bij de onafhankelijkheid van België werd een commissie samengesteld die de opstelling van een nieuwe grondwet moest voorbereiden. Op 10 oktober 1830 werd een Nationaal Congres van 200 leden verkozen met als eerste opdracht het opstellen en goedkeuren van de grondwet. Dit gebeurde op 7 februari 1831. Het was een doordachte combinatie van de Franse en de Nederlandse grondwetten, en het Engels staatsrecht. Toen de jonge natie op zoek diende te gaan naar een koning, wou zij meteen duidelijk weten hoe zij er aan toe zou zijn met deze vorst uit Saksen-Coburg. Bovendien wou de burgerij haar in de Belgische opstand behaalde verdiensten verzilveren. Zij wou een staatsbestel afdwingen dat alle macht aan de natie (de burger) toekende en dus een grondwet laten opstellen die de macht van de koning beperkte. In 1831 zat Leopold I nog zelf de ministerraad voor als vorst van een land dat hem tot zijn grote tegenzin een grondwet had opgedrongen. De grote principes van de grondwet van 1831 bleven tot op heden behouden. De latere en recente herzieningen betreffen voornamelijk de verdeling van de macht tussen het federale België en de gemeenschappen en gewesten. De grondwet blijft ook op vandaag de hoogste norm die tot grondslag dient voor alle overige wetten. Elk overheidsorgaan put rechtstreeks of onrechtstreeks zijn bevoegdheid uit de grondwet. Voor juristen is zij zo heilig dat ze door hen vaak foutief met een hoofdletter wordt geschreven, net zoals in de grondwet zelf... Elfri De Neve