In een autoritaire staat gaat al het gezag uit van het staatshoofd. De machthebber bepaalt hoe hij deze macht uitoefent, welke wetten hij stelt, hoe hij ze uitvoert en de naleving ervan nastreeft. Dat is niet zo in een democratie of rechtsstaat. Daar vormt de grondwet het basiscontract tussen de burgers en de staat. Ze bevat de fundamentele rechten en vrijheden van de burgers, zoals het recht op vrije meningsuiting of het recht op vergadering, of nog het gelijkheidsbeginsel, de vrijheid van persoon, van eredienst en van onderwijs,...
...