Met vijf andere ouderkoppels heeft fotograaf Benny De Grove (51) de vzw Kalliope opgericht. Allemaal hebben ze twee zaken gemeen: hun leeftijd ligt tussen 45 en 60, en ze hebben een volwassen gehandicapt kind. Hun doel: zelf een permanent opvangtehuis voor hun kinderen oprichten. Ook andere mentaal gehandicapten zullen er welkom zijn, maar de ouders willen zelf mee blijven bepalen hoe het huis ingericht en gerund wordt en hoe de omkadering door de verzorgers gebeurt. De investering willen ze deels uit eigen zak betalen en deels met geld uit allerlei benefietevenementen en feesten.
...

Met vijf andere ouderkoppels heeft fotograaf Benny De Grove (51) de vzw Kalliope opgericht. Allemaal hebben ze twee zaken gemeen: hun leeftijd ligt tussen 45 en 60, en ze hebben een volwassen gehandicapt kind. Hun doel: zelf een permanent opvangtehuis voor hun kinderen oprichten. Ook andere mentaal gehandicapten zullen er welkom zijn, maar de ouders willen zelf mee blijven bepalen hoe het huis ingericht en gerund wordt en hoe de omkadering door de verzorgers gebeurt. De investering willen ze deels uit eigen zak betalen en deels met geld uit allerlei benefietevenementen en feesten. "We zijn nu op zoek naar een be-staande instelling met wie we een partnerschap kunnen vormen. We zouden ons tehuis dan in de onmiddellijke omgeving van die instelling bouwen of verbouwen. Zij kunnen profiteren van de extra plaatsen die we scheppen, wij van hun knowhow en hun kennis van de wettelijke normen en subsidies. Deze materie is immers zo gecompliceerd dat je daar als ouder je tanden op stukbijt. En de bestaande voorzieningen zijn best oké, maar de wachtlijsten zijn ontmoedigend. Waar gaan onze kinderen terechtkomen als we hoogbejaard worden of er niet meer zijn? Misschien in een instelling waar ze zich ongelukkig voelen. Nu hebben we als ouders de leeftijd en de middelen om dat zelf in handen te nemen. We willen een tehuis dat voor onze kinderen even warm is als een gezin. Waar ze bijvoorbeeld geen toestemming van de directie moeten vragen als ze een feestje willen bouwen." Meer en meer gewone Belgen nemen initiatieven die je normaal van de overheid zou verwachten. We zien dat voor-al in de welzijnszorg, omdat we daar meestal zeer persoonlijk bij betrokken zijn. Bekend is het voorbeeld van Bie Lietaert die in Knokke het rusthuis van haar moeder opkocht toen dat dreigde gesloten te worden. In Aarschot richtten de familieleden van een opvangtehuis voor gehandicapte volwassenen samen met personeelsleden een comité op om het tehuis te besturen. Toch zien we de voorbeelden niet alleen in de welzijnszorg. Staf en Piet Wittevrongel zijn met hun vzw Save AskoyII volop bezig het wrak van de voormalige zeilboot van Jacques Brel uit het zand van een strand in Nieuw-Zeeland te halen, te restaureren en weer naar België te brengen. Meer en meer wijkcomités wachten niet op een initiatief van hun gemeentebestuur en proberen zelf een gegroepeerde (en dus voordeliger) aankoop van stookolie te organiseren. Daarbij botsen ze de jongste tijd helaas geregeld op leveranciers die weigeren te leveren omdat gegroepeerde bestellingen minder winstgevend zijn. In Lommel liep vorig jaar een project van een eigen dorpstelevisie en toen hebben nogal wat inwoners tijd en geld geïnvesteerd om zelf filmpjes en reportages te maken. De nieuwe burgerinitiatieven gaan verder dan het klassieke vrijwilligerswerk, de zelfhulpgroepen of het verenigingsleven. De initiatiefnemers moeten hier meestal (veel) eigen geld investeren en lopen ook het risico dat te verliezen. Begrijpelijk dus dat ze vaak veel tijd en energie in hun project stoppen. Vrijwel altijd ontstaan de initiatieven omdat de overheid in gebreke blijft, ze het openbare nut niet ziet of het geld niet heeft. Kennelijk beginnen we te beseffen dat de staat niet alles kan. Sterker nog: we nemen het die staat niet meer kwalijk. Niet zeuren, maar doen! Daarbij willen we als mondige burgers graag bewijzen dat we het beter, sneller en goedkoper kunnen dan de overheid. En achteraf houden we een stevige vinger in de pap. Marcel (60) en Gerda (56) Neven hebben de stallen en de schuur naast hun woning in Hoeselt verbouwd tot een aangepaste woning voor hun twee volwassen, mentaal gehandicapte dochters. De woning omvat een hobby- en fitnessruimte, een extra slaapkamer voor een verzorger en een computerkamer. Overdag verblijven de dochters in een dagcentrum, 's avonds en in het weekend in hun nieuwe woning. Hun ouders staan deels zelf in voor de verzorging, maar hebben ook een netwerk uitgebouwd van mensen die, al dan niet tegen betaling, 's nachts blijven inslapen of de verzorging overnemen als de ouders er niet zijn. Ze hebben alles uit eigen zak betaald, want de regelgeving laat nog niet toe dat initiatieven als deze subsidie kunnen krijgen. Tussen de allereerste plannen en de opening van een nieuw tehuis voor gehandicapten liggen gewoonlijk vier tot vijf jaar, als het initiatief uitgaat van de overheid of van een gevestigde zuil. Komt het initiatief van particulieren, dan opent het tehuis gemiddeld al na twee jaar. Dat is ook begrijpelijk: de overheid en de bestaande instellingen moeten rekening houden met allerlei bureaucratie, inspraakprocedures, regeltjes en openbare offertes. Als particulieren kunnen we veel van deze tussenstappen kortsluiten. In de meeste gevallen hebben we bovendien een direct persoonlijk of emotioneel belang in het project dat ons vooruitstuwt. Dat 50-plussers in de huidige golf van burgerinitiatieven een eersterangsrol spelen, mag evenmin verwonderen. Zij kunnen hun sociale netwerken maximaal inzetten om de juiste informatie te krijgen of om fondsen te verzamelen. In hun kennissenkring vinden ze altijd mensen die belangeloos hun ervaring in pakweg metselwerk, boekhouding, mediacontacten of sociale wetgeving ter beschikking willen stellen. Zijn leven lang heeft Juul Lambrechts (84) uit Puurs hard gewerkt als kleine ondernemer (in de machinebouw), met daarnaast één passie die hem nog steeds bezighoudt: het amateurtoneel. Hij heeft zelf geacteerd, geregisseerd en stukken geschreven. Zijn jongste werk, Leuke Mie, gaat op 25 april in première in het gemeenschapscentrum van Hingene-Bornem. Jaar na jaar heeft hij meegemaakt hoe amateurgezelschappen barsten van het talent en zich met hart en ziel inzetten, maar het moeten rooien met te weinig middelen. Daar-om heeft hij drie jaar geleden beslist 100.000 euro van zijn eigen vermogen in een fonds te stoppen dat zijn naam draagt. Het wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting (KBS). "Om de twee jaar kent mijn fonds een prijs (dit jaar euro 5600) toe waarmee een gezelschap een stuk kan brengen op een zo professioneel mogelijke manier. Amateurtoneel is altijd het stiefkind van onze cultuurministers geweest, ook al trekken die amateurtjes volle zalen en brengen ze mensen dichter bij elkaar. Mijn fonds kan dat gebrek aan middelen een beetje compenseren. Ik beslis zelf niet wie de prijs wint, dat doet een onafhankelijke jury. Ik verlang alleen dat de winnaars hun voorstelling zo ernstig mogelijk voorbereiden. Een paar Duvels mogen ze me natuurlijk ook altijd trakteren. Maar het belangrijkste is dat ik met de oprichting van het Juul Lambrechts Fonds zeker ben dat de steun na mijn dood door zal gaan. En dat ze misschien nog eens aan mij denken..." Net als Juul hebben intussen een goede honderd particulieren via de KBS een persoonlijk fonds opgericht om een maatschappelijk doel te dienen. De ene noemt het naar zichzelf, de andere naar een overleden familielid dat hij wil eren. De doeleinden lopen ver uiteen. Zo wil het Fonds Familie Nicolas Dehu projecten steunen voor kinderen uit Maurage, een deelgemeente van La Louvière, terwijl het Fonds Jos Bruurs de orgelkunst in de Noorderkempen wil helpen. Als u zulk een fonds wil oprichten, moet u er minimaal euro 75.000 instoppen. De KBS zorgt voor de oprichtingsformaliteiten, de boekhouding en het beheer. Aan dat basiskapitaal wordt niet geraakt, de werking gebeurt met de opbrengst van de rente. Uiteraard zijn er grenzen aan wat we als burger kunnen doen. De overheid spreekt tegenwoordig graag in modieuze termen als pps (publiek-particuliere samenwerking) en win-winsituaties. Maar als u de erbarmelijke putten in het wegdek vóór uw deur zelf gaat opvullen met asfalt, zou uw behulpzaamheid wel eens een gerechtelijk staartje kunnen krijgen. Al te goed is buurmans gek, inderdaad. Daarom geven we nog deze vuistregels mee: n Stort u nooit blindelings in een project, hoe belangrijk het voor u persoonlijk ook is. Maak een realistisch businessplan en vraag de hulp van mensen in uw kennissenkring (prijs u gelukkig als u onder uw vrienden een jurist of een boekhouder telt). n De Koning Boudewijnstichting heeft al veel steun verleend aan burgerinitiatieven en wil u ook helpen bij het opstarten van een fonds op uw naam. Voor info: KBS, Brederodestraat 21, 1000 Brussel, tel. 02 511 18 40 en www.kbs-frb.be n Elke burger van dit land heeft het recht om een verzoekschrift in te dienen bij de federale en de regionale parlementen (petitierecht). Dat kan soms een voorafgaandelijke nuttige stap zijn. In een verzoekschrift kunt u het federale of het regionale parlement in kwestie verzoeken een concreet voorstel te bespreken om het beleid of een wet te wijzigen. Het parlement is verplicht kennis te nemen van het verzoekschrift, maar niet om het te bespreken of het te aanvaarden. Een door u persoonlijk ondertekende brief aan de voorzitter van het parlement volstaat om een verzoekschrift in te dienen. n Is uw project van zuiver gemeentelijk belang, dan kunt u zelfs proberen een gemeentelijk referendum uit te lokken. U moet dan wel de handtekeningen van minimaal 10% van de stemgerechtigde kiezers in uw gemeente verzamelen. In dat geval is de gemeente verplicht de volksraadpleging te organiseren. De uitslag is niet bindend voor het gemeentebestuur. Maar zelfs dan zullen de handtekeningenactie en het eventuele referendum zeker voldoende aandacht voor uw project hebben opgeleverd. n Ludo Hugaerts