We weten allemaal dat er af en toe bloedinzamelingen worden gehouden: in het gemeentehuis, een school, een ziekenhuis. Maar waarom geven mensen bloed? En wie mag het? Olivier Bertrand van het Belgische Rode Kruis antwoordt.
...

We weten allemaal dat er af en toe bloedinzamelingen worden gehouden: in het gemeentehuis, een school, een ziekenhuis. Maar waarom geven mensen bloed? En wie mag het? Olivier Bertrand van het Belgische Rode Kruis antwoordt. Iedereen van 18 tot 65 jaar mag bloed geven. In Frankrijk kan het tot de leeftijd van 70 jaar, daar wordt bij ons nu ook aan gedacht. Wij hebben alle bloedgroepen nodig, ze zijn allemaal belangrijk, ook de zeldzame. In noodgevallen of als er een bevoorradingsprobleem is, kan iedereen in principe bloedgroep 0- ontvangen (algemene donor). Dat hoeft niet, want bij elke afname wordt de bloedgroep vastgesteld. Na twee bloedafnames ontvang je een officiële donorkaart. Het minimumgewicht is 50 kilo. Belangrijk is echter vooral de verhouding tussen het gewicht en de lengte want die dient om het bloedvolume te bepalen. Over het algemeen heeft iedereen 4,5 tot 6 liter bloed. De wet zegt dat een bloedafname nooit meer dan 13 % van het bloedvolume mag bedragen, wat in de praktijk neerkomt op 430, 450 of 470 ml. Ja! De arts stelt de kandidaat-donor daarom eerst enkele algemene vragen over zijn gezondheid. En de bloeddruk moet correct zijn: niet te laag, niet te hoog. Inderdaad. Uiterlijk 24 uur na de afname wordt het bloed gescheiden en de producten die dat oplevert zijn rode bloedlichaampjes, bloedplaatjes en bloedplasma. De ontvanger heeft ze niet altijd alledrie nodig. Daarna worden de drie producten geanalyseerd om eventuele ziektes of contra-indicaties op te sporen. Wij testen systematisch op hepatitis B en C, aids, syfilis en in sommige gevallen ook op malaria. De witte bloedlichaampjes, de rode bloedlichaampjes, de hemoglobine enzovoort worden geanalyseerd. Nee, want tussen het moment waarop de donor een ziekte oploopt en het moment waarop dat in de analyse wordt ontdekt, zit wat wij de blinde periode noemen. Het is dus echt van het grootste belang dat de arts vóór de bloedafname de juiste vragen stelt om de risico's die de donor heeft genomen zo goed mogelijk in te schatten. Gelukkig doen er zich zelden problemen voor. Absoluut niet! Je moet normaal eten, want anders zou je kunnen flauwvallen. Na de bloedafname krijgt de donor trouwens een koekje, of een wafel... Ja, als hij telkens nieuwe wegwerpnaalden gebruikt. Anders moet je 4 maanden wachten om het risico van infecties uit te sluiten. Dat hangt van het land af, maar ook van de streek die u hebt bezocht. Na een reis buiten Europa kan de wachttijd tot 6 maanden bedragen. In bepaalde gevallen (ziektes, operaties, gebitsverzorging, medicatie...) is bloed geven niet mogelijk. Dat kan tijdelijk of definitief zijn, maar de arts moet dat voor elke donor afzonderlijk bepalen. Hij zal het verbieden als er een risico bestaat voor de donor, bijvoorbeeld na hart- en vaatproblemen, of voor de ontvanger, bijvoorbeeld als het bloed besmet is. Nee. Bloed geven gebeurt altijd anoniem en er mag geen enkele band zijn tussen de gever en de ontvanger. Je kunt dus niet zeggen: Ik wil bloed geven voor mijn nichtje, want zij heeft dringend mijn bloedgroep nodig. Van de zakken bloed die wij aan de ziekenhuizen geven, weten wij zelf niet eens voor wie ze gebruikt zullen worden. Ze worden zonder persoonlijke bestemming bezorgd. De wet bepaalt dat tussen twee bloedafnames minstens twee maanden moeten verlopen en dat je niet vaker dan viermaal per jaar bloed mag geven. Wij zijn zelfs nog wat strenger. Wij hanteren een tussentijd van 75 dagen omdat wij dat beter vinden voor de donor. In de praktijk organiseert het Rode Kruis om de drie maanden een bloedinzameling. Het lichaam maakt snel nieuw bloedplasma en nieuwe bloedplaatjes aan, maar voor de rode bloed- lichaampjes is wat meer tijd nodig. Normaal is je bloed na zes tot acht weken weer optimaal op peil. Ja, maar dat gaat heel snel voorbij. Voor wie een te hoge bloeddruk heeft, is bloed geven dus geen therapeutische oplossing... Nee, zo werkt het systeem niet. Maar als je bloed nodig hebt, krijg je dat als donor wel gratis, op voorwaarde dat je ziekteverzekering in orde is. De meesten doen het om levens te redden. Wij hebben nu 220 000 bloeddonoren per jaar, maar dat zou best meer mogen zijn. Naar schatting voldoet 4 % van de bevolking aan de criteria om bloed te mogen geven. Vaak geven de mensen voor het eerst bloed als er een mobiele bloedinzameling bij hun in de buurt is. Het is dus een kwestie van gelegenheid. Anderen geven bloed omdat ze rechtstreeks betrokken zijn, bijvoorbeeld wanneer een familielid bloed nodig heeft. Die mensen beseffen goed dat zij zelf misschien ooit ook bloed nodig zullen hebben. Dan is het een kwestie van bewustwording. Zeker niet. Wij hebben vastgesteld dat er in de zogenaamde slaapsteden heel weinig mensen meewerken. Daar kennen ze elkaar niet, er is geen betrokkenheid, geen gemeenschapsleven. In sommige landelijke streken heb je daarentegen wel die dorpsgeest en die solidariteit. Als wij daar een bloedinzameling organiseren is iedereen op de hoogte en zijn er veel kandidaten. Natuurlijk! Zeker omdat de tijdelijke contra-indicaties uit voorzorg toenemen. Bovendien hebben de ziekenhuizen steeds meer bloed nodig. Met andere woorden: de vraag stijgt en het aanbod van donoren lijkt af te nemen... Dus: ja, wij hebben voortdurend nieuwe donoren nodig. Aarzel niet om inlichtingen te vragen en de eerste stap te zetten. U zult er geen spijt van hebben! Wilt u donor worden? Dat kan makkelijk en snel via het in- ternet (www.bloedgevendoetleven.be) of u belt 0800 777 00. Het Rode Kruis neemt contact met u op!Gwenaëlle Ansieau