Tja, elke familie heeft haar rariteiten en dat is in de plantenwereld niet anders. Irissen kennen we vooral als vaste planten. Ze bloeien in de vroege zomer en voelen zich prima in natte grond of als moerasplanten in het ondiepe gedeelte van een vijver. De dwergiris (Iris reticulata) gedraagt zich echter als een echt buitenbeentje. Dit plantje wordt niet hoger dan 15 cm en bloeit vanaf half februari tot een eind in ma...

Tja, elke familie heeft haar rariteiten en dat is in de plantenwereld niet anders. Irissen kennen we vooral als vaste planten. Ze bloeien in de vroege zomer en voelen zich prima in natte grond of als moerasplanten in het ondiepe gedeelte van een vijver. De dwergiris (Iris reticulata) gedraagt zich echter als een echt buitenbeentje. Dit plantje wordt niet hoger dan 15 cm en bloeit vanaf half februari tot een eind in maart. De bloei start meestal net na de sneeuwklokjes en net voor de krokussen. En terwijl de klassieke irissen groeien uit wortelstokken, zijn dwergirissen bolplanten. De grootste troef van dwergirissen is hun felle kleur. Elke bloem bestaat uit drie helblauwe, violette of purperen bloemblaadjes met een gele of oranje vlek met tijgerstrepen. Die vlek wordt wel eens het honingmerk genoemd. Tot de mooiste variëteiten behoren Edward (geel honingmerk) en Harmony (oranje honingmerk). De bladeren zijn echter niet meer dan rechthoekige grassprietjes en dat doet de kleuren nog sterker tot hun recht komen. Als u dwergirissen in de tuin hebt staan, moet u echt hopen op een laagje sneeuw want tegen die witte ondergrond pronken de bloemen als vurige tongen die het seizoen uitdagen. Omdat dwergirissen dwergen zijn - laat u niet misleiden door onze grote foto!- moet u 25 bolletjes per vierkante meter planten. Dat lijkt veel, maar alleen zo kunt u een opvallend kleureffect scheppen, en nog méér als u ze combineert met gele krokussen. Om er maximaal plezier van te hebben, plant u onze vurige tongen het best aan de rand van een border die goed zichtbaar is vanuit de keuken of de woonkamer. Ook in een rotstuintje, op een talud, langs een grindpad en aan de voet van een buxusbol of een conifeer spelen ze een knap kleurenspel. De standplaats is liefst zonnig, maar verder stellen de dwergirissen geen eisen. Het planten van de kleine, niervormige bolletjes doet u het best in oktober. Hebt u veel last van slakken, dan haalt u de bloembolletjes in april uit de grond want de diertjes zijn er verlekkerd op. Zijn er geen slakken in de buurt, dan kunt u de bolletjes vele jaren in de grond laten. Dan zult u merken dat ze op den duur zichzelf vermeerderen. n Ludo Hugaerts