Dokter Peter Goethals is cardioloog-ritmoloog van het Brusselse ziekenhuis Sint-Jan en secretaris van de Belgian Hearth Rhythm Association (BeHRA). "Dit is een werkgroep binnen de Belgische Society of Cardiology die meer dan 100 cardiologen verenigt die gespecialiseerd zijn in de aanpak van hartritmestoornissen", legt dokter Goethals uit. "Omdat aandoeningen zoals diabetes en hoge bloeddruk wel goed gekend zijn bij de bevolking, maar haast niemand weet wat voorkamerfibrillatie is, willen we tijdens de World Heart Rhythm Week een nationale informatiecampagne voeren. Voorkamerfibrillatie is immers de meest voorkomende hartritmestoornis, die bij een laattijdige diagnose bovendien ernstige gevolgen kan hebben zoals trombose of beroerte. Vanaf 40 jaar hebt u één kans op 4 om voorkamerfibrillatie te krijgen. Op dit moment lijden naar schatting 150 000 Belgen eraan en tegen 2050 verwachten we een verdubbeling van dit aantal." ...

Dokter Peter Goethals is cardioloog-ritmoloog van het Brusselse ziekenhuis Sint-Jan en secretaris van de Belgian Hearth Rhythm Association (BeHRA). "Dit is een werkgroep binnen de Belgische Society of Cardiology die meer dan 100 cardiologen verenigt die gespecialiseerd zijn in de aanpak van hartritmestoornissen", legt dokter Goethals uit. "Omdat aandoeningen zoals diabetes en hoge bloeddruk wel goed gekend zijn bij de bevolking, maar haast niemand weet wat voorkamerfibrillatie is, willen we tijdens de World Heart Rhythm Week een nationale informatiecampagne voeren. Voorkamerfibrillatie is immers de meest voorkomende hartritmestoornis, die bij een laattijdige diagnose bovendien ernstige gevolgen kan hebben zoals trombose of beroerte. Vanaf 40 jaar hebt u één kans op 4 om voorkamerfibrillatie te krijgen. Op dit moment lijden naar schatting 150 000 Belgen eraan en tegen 2050 verwachten we een verdubbeling van dit aantal." "Normaal trekt ons hart in rust ongeveer 70 keren per minuut samen om het bloed doorheen ons lichaam te pompen", legt dokter Goethals uit. "Bij voorkamerfibrillatie (VKF) klopt het te snel en onregelmatig. Het slaat als het ware op hol. Dit verhoogt enerzijds het risico dat het hart vroegtijdig vermoeid of versleten geraakt met een factor 3,4. In dat geval spreken we van hartfalen. Anderzijds wordt het bloed niet meer efficiënt doorgepompt, het stagneert gedeeltelijk in het hart, waardoor er een groot risico bestaat op de vorming van bloedklonters die elders in het lichaam een trombose of in de hersenen een beroerte kunnen veroorzaken. Mensen met VKF hebben vijfmaal meer kans op een ernstige beroerte dan gezonde leeftijdsgenoten. Eén beroerte op 6 is het gevolg van VKF. Daarom is het belangrijk tijdig de diagnose van VKF te stellen. Helaas weet minstens een derde van de mensen met VKF niet dat ze deze aandoening hebben, omdat de hartritmestoornis bij hen geen klachten geeft. Mensen die wel klachten hebben, ervaren hartkloppingen, kortademigheid, duizeligheid, vermoeidheid, flauwvallen of pijn in de borst. Maar ook deze klachten doen niet altijd meteen een belletje rinkelen. De symptomen kunnen echter zeer beangstigend zijn en de angst voor nieuwe opstoten kan de levenskwaliteit hypothekeren." "Wie vermoedt dat hij aan VKF zou kunnen lijden, kan in eerste instantie zelf zijn pols nemen door 3 vingers van de ene hand op de pols van de andere arm te plaatsen aan de basis van de duim, net naast de pees van de duim. Tel het aantal slagen gedurende 30 seconden en verdubbel dit om het aantal slagen per minuut te kennen. Is het hartritme erg snel (> 120 slagen in rust) en vooral onregelmatig, of hebt u klachten die op VKF zouden kunnen wijzen, dan doet u er goed aan een arts te raadplegen. Hij kan de diagnose van VKF stellen aan de hand van een elektrocardiogram of hartfilmpje. Maar deze registratie is niet meer dan een momentopname. Omdat VKF bij sommigen slechts af en toe opkomt, is het nuttig uw polsslag regelmatig zelf te controleren." "Iedereen kan voorkamerfibrillatie krijgen", benadrukt dokter Goethals, "maar er zijn meerdere risicofactoren die het ontstaan ervan in de hand kunnen werken." Deze risicofactoren zijn: u bent ouder dan 40 jaar u hebt een verhoogde bloeddruk of neemt medicatie voor uw bloeddruk u hebt diabetes u hebt al een trombose of een beroerte gehad u hebt een hartinfarct gehad of lijdt aan hartfalen u lijdt aan slaapapneu u lijdt aan overgewicht uw schildklier werkt te snel uw alcoholgebruik ligt boven het gemiddelde u beoefent een duursport u hebt een familiale voorgeschiedenis van voorkamerfibrillatie. Er bestaan verschillende strategieën om de behandeling van VKF aan te pakken. Een eerste reeks behandelingen is erop gericht het hartritme opnieuw regelmatig te krijgen, een tweede reeks heeft tot doel het hartritme te verlagen. De arts beoordeelt in overleg met de patiënt en in functie van de klachten voor welke strategie in een bepaald geval wordt gekozen. Het is daarbij wel belangrijk zo snel mogelijk met een behandeling te starten want hoe langer u wacht, hoe moeilijker het wordt om nog een normaal hartritme (een zogenaamd sinusritme) te bekomen. Om het risico op trombose en/of beroerte te beperken, wordt ook antistollingsmedicatie (antivitamine K) gegeven. Die vergt evenwel een zeer rigoureuze follow-up om ongewenste bloedingen te voorkomen. Bovendien bestaat er een interactie tussen deze medicatie en heel wat andere geneesmiddelen en voedingsmiddelen waardoor de werkzaamheid soms in het gedrang komt. In de Verenigde Staten en Japan is momenteel al een nieuw antistollingsmiddel in de handel verkrijgbaar met een ander werkingsmechanisme dat veel van deze nadelen niet meer heeft. In ons land wordt dit geneesmiddel pas verwacht in de loop van 2012. Leen Baekelandt