ôToen mijn schoonmoeder 30 jaar geleden overleed, heeft mijn man mij haar juwelen geschonken. Er zat onder meer een broche met diamanten bij. Onze dochter was toen 12 jaar. Toen ze wat ouder was, is ze de juwelen van mijn schoonmoeder beginnen te dragen, eigenlijk vaker dan ikzelf. Na haar huwelijk bleven de juwelen bij mij. Nu ook mijn echtgenoot recent overleden is, vindt mijn dochter dat de broche haar toekomt omdat haar vader niet meer in leven is. Hoewel ik denk dat ik nog altijd recht heb op het juweel, wil ik het haar graag schenken. Maar voor ik dit doe, wil ik daar toch wel zeker van zijn. Ik zou niet graag iets schenken waar ik eigenlijk geen recht op heb."

Uw echtgenoot heeft u de broche geschonken, dus is ze van u. Punt aan de lijn. Het feit dat u erin toegestemd hebt dat uw dochter de broche af en toe droeg, geeft haar nog geen eigendomsrecht. De broche behoorde toe aan uw schoonmoeder. Uw man erfde het juweel en mocht er dus mee doen wat hij wou. Voor hem was het een 'eigen goed' dat hij gekregen had door een erfenis, het maakte geen deel uit van uw gemeenschappelijk vermogen. Het was zijn keuze dat u de broche zou krijgen. U bent er sindsdien volle eigenaar van. U hoeft die schenking ook niet echt te 'bewijzen'. Het feit dat u het juweel in uw bezit hebt is voldoende om aan te tonen dat u het van uw echtgenoot gekregen hebt.
...

Uw echtgenoot heeft u de broche geschonken, dus is ze van u. Punt aan de lijn. Het feit dat u erin toegestemd hebt dat uw dochter de broche af en toe droeg, geeft haar nog geen eigendomsrecht. De broche behoorde toe aan uw schoonmoeder. Uw man erfde het juweel en mocht er dus mee doen wat hij wou. Voor hem was het een 'eigen goed' dat hij gekregen had door een erfenis, het maakte geen deel uit van uw gemeenschappelijk vermogen. Het was zijn keuze dat u de broche zou krijgen. U bent er sindsdien volle eigenaar van. U hoeft die schenking ook niet echt te 'bewijzen'. Het feit dat u het juweel in uw bezit hebt is voldoende om aan te tonen dat u het van uw echtgenoot gekregen hebt. Als u geen huwelijksovereenkomst hebt waarin u elkaar als echtgenoot bevoordeligt of u bent niet getrouwd met een stelsel van scheiding van goederen, dan gebeurt de verdeling als volgt: de langstlevende echtgenoot is in elk geval volle eigenaar van zijn helft van het gemeenschappelijk vermogen. De nalatenschap van de echtgenoot die als eerste overlijdt bestaat uit de andere helft van het gemeenschappelijk vermogen (bij u: euro 100.000). Daarvan erft de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik en de kinderen (uw enige dochter) de naakte eigendom. Zowel de naakte eigenaar als de vruchtgebruiker betalen successierechten. In Vlaanderen wordt de nalatenschap eerst opgedeeld in een roerend en een onroerend deel. Om te berekenen wie welke successierechten betaalt wordt van elk deel eerst de waarde van het vruchtgebruik bepaald. Die varieert volgens de leeftijd van de vruchtgebruiker. Op dit moment (u bent beiden 74 jaar) bedraagt het vruchtgebruik 24 % van de waarde van de nalatenschap. Dat geeft dus: n voor het roerend deel: euro 25.000 x 24 % = euro 6.000. De naakte eigendom bedraagt dan: euro 25.000 û euro 6.000 = euro 19.000 n voor het onroerend deel: euro 75.000 x 24 % = euro 18.000. De naakte eigendom bedraagt dan: euro 75.000 û euro 18.000 = euro 57.000 Uw partner erft niet automatisch van u, u bent immers niet gehuwd. Als u haar iets wilt nalaten, dan moet u eerst een testament opstellen waarin u haar begunstigt. U hoeft het testament niet te laten registreren, maar dat is wel veiliger. Als u het zelf bewaart kan het namelijk verloren gaan. In het testament kunt u uw partner een 'recht van bewoning' toekennen (meer hierover: zie Plus Magazine nr. 203 van maart 2005, p. 79). Zij mag dan in uw huis blijven wonen na uw overlijden. U moet wel de waarde van het recht van bewoning laten becijferen. Het mag niet meer bedragen dan het 'vrij beschikbaar deel'. Uw kinderen hebben immers recht op een reservatair deel dat u verplicht naar hen moet laten gaan. Bij 2 kinderen is dat 2/3 van uw nalatenschap. Het 'recht van bewoning' mag dus maar 1/3 van uw nalatenschap bedragen. Als haar recht van bewoning meer waard is dan 1/3 van uw nalatenschap zal ze uw kinderen een financiële vergoeding moeten betalen. Vraag hierover het best een concreter advies van een notaris.U kunt uw pensioen op een buitenlandse rekening laten storten, waar u zich ook bevindt. U hoeft daarvoor enkel minstens 1 maand op voorhand uw vertrekdatum en uw adres in het buitenland te melden aan de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). Verder moet u elk jaar een 'attest van leven' aan de Rijksdienst bezorgen. Wat de sociale zekerheid betreft: om verzekerd te zijn voor ziekte moet het land waar u naartoe gaat de Europese regels naleven, zodat de RVP de bijdrage voor ziekte en invaliditeit kan inhouden en doorstorten aan het RIZIV. Informatie hierover krijgt u bij het RIZIV, tel. 02 739 71 11. Het bedrag en de wijze van terugbetaling hangt af van het land waar u naartoe gaat. Het klopt dat volgens het Belgische recht kinderen die geadopteerd zijn met een gewone adoptie in principe niet gelijkgesteld zijn met eigen kinderen voor het tarief van de successierechten, daar waar dat wel het geval is voor de volle adoptie. Bij een volle adoptie worden alle banden met de oorspronkelijke familie doorgeknipt. Bij een gewone adoptie niet, waardoor de kinderen wel nog kunnen erven van hun oorspronkelijke familie. Toch zijn er twee uitzonderingen op het principe dat de gewoon geadopteerde kinderen hogere successierechten betalen (deze uitzonderingen gelden in de 3 gewesten): 1. als het geadopteerde kind het kind is van de echtgenoot van degene die adopteert (wat bij u het geval is) 2. als het geadopteerd kind voor de leeftijd van 21 jaar gedurende 3 jaar (dit in het Vlaams Gewest- in Wallonië en Brussel gedurende 6 jaar) ononderbroken van de adoptant (en zijn echtgenoot) de hulp en verzorging gehad heeft die het normaal van zijn ouders zou krijgen. Ook deze uitzondering is van toepassing op uw situatie. U hoeft u dus geen zorgen te maken. Uw adoptiezoon zal van u erven én successierechten betalen alsof het uw eigen kind was. nIn artikel 5 van de Woninghuurwet staat inderdaad dat de onroerende voorheffing niet ten laste van de huurder kan worden gelegd, ook al staat het zo in de huurovereenkomst. Deze bepaling geldt echter niet voor handelshuur! Daarvoor is er een aparte wet van 30 april 1951. Dat u de onroerende voorheffing niet meer kunt eisen omdat uw broer ze gedurende 7 jaar niet gevraagd heeft, snijdt ook geen hout. Afstand doen van een recht moet immers uitdrukkelijk gebeuren (schriftelijk en ondubbelzinnig). Men kan dus niet zomaar vermoeden dat iemand afstand van een bepaald recht zou doen.