Als directeur van het OIVO (Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties) volgt Marc Vandercammen de evolutie van de prijzen op de voet. Volgens hem klopt het beeld dat de mensen van de prijsontwikkeling hebben niet helemaal met de realiteit. Dat verdient een woordje uitleg...
...

Als directeur van het OIVO (Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties) volgt Marc Vandercammen de evolutie van de prijzen op de voet. Volgens hem klopt het beeld dat de mensen van de prijsontwikkeling hebben niet helemaal met de realiteit. Dat verdient een woordje uitleg... Tussen 25 december 2001 en 25 januari 2002, dus tijdens de omschakeling, mochten de prijzen niet veranderen. De Economische Inspectie heeft dat streng gecontroleerd. Maar we hebben wel gemerkt dat de prijzen vooral in de periode voor de omschakeling gestegen zijn: tussen juli en september 2001 met gemiddeld 1,5 %. In die periode hebben we de sterkste stijgingen genoteerd in de vrije-tijdsbesteding en de ontspanning. Een bezoek aan het zwembad kostte 9,5 % meer, een bioscoopticket 1,5 %, een kaartje voor het voetbal 5,5 %. Iedereen is het erover eens dat vooral de horeca en de dienstensector (banken, verzekeringen, transport enz.) duurder zijn geworden. Op het ogenblik van de omschakeling hebben de meeste handelaren en dienstenleveranciers geprobeerd de prijzen af te ronden. Maar in de horeca is dat op een wel erg grove manier gebeurd. In sommige zaken noteerden we prijsstijgingen van 9 tot 18 %! In 2001 was gemiddeld 17 % van de prijzen lager dan de maand voordien. In 2002, net na de komst van de euro, was dat 25 %. Dit betekent dat de euro tot grotere prijsstijgingen maar ook tot grotere prijsdalingen heeft geleid dan normaal. Globaal gezien is de prijs van 75 % van de producten veranderd, ofwel naar omhoog (50 %), ofwel naar omlaag (25 %). We kunnen ze indelen volgens het type van product, de sector en de plaats waar ze werden verkocht. Zo was er in de supermarkten een duidelijke trend naar lagere prijzen. De distributeurs waren bang dat men zou zeggen dat ze hun prijzen in de aanloop naar de euro hadden opgetrokken, zodat ze allemaal strategieën hebben ontwikkeld om de prijzen te drukken en een deel van de kosten door de producenten te laten dragen. Ze hebben ook 'rode prijzen' ingevoerd en goedkopere huismerken, zoals 'Nummer 1' van Carrefour en '365' van Delhaize. Dat komt omdat de mensen geen vergelijkingsnorm meer hebben. De consumenten weten niet meer wat bepaalde producten kosten. En ze hebben niet alleen problemen met het schatten van de waarde, maar zijn ook geneigd alles wat achter de komma komt af te ronden, en het daarna te vergeten. Nu was een af- lees verder pagina 44 ronding van 1,5 naar 2 frank te verwaarlozen, maar die van 1,50 euro naar 2 euro is dat niet! De euro heeft een verandering ingeluid die we erg moeilijk verwerken. De meeste consumenten slagen er niet meer in prijzen te vergelijken. Voor jonge mensen is de euro al een referentie geworden, maar bij de oudere consumenten blijft het een probleem. Dat is een heel moeilijke vraag. Wij proberen het antwoord te vinden door studies uit te voeren, maar ik denk dat je geen algemene regel kunt opstellen. Sommige producten zijn duurder geworden, andere goedkoper. De sigaretten kosten meer, maar dat is het gevolg van een politieke beslissing. Het bier is een stuk duurder geworden, maar dat komt omdat de prijzen van de grondstoffen gestegen zijn. Het brood is stabiel gebleven tot de prijzen werden vrijgemaakt. Daarna hebben we in twee maanden tijd een prijsstijging van 1,7 % genoteerd, veel meer dan de inflatie. Veel wasmiddelen zijn dan weer goedkoper geworden. Bovendien wordt de beoordeling bemoeilijkt door het feit dat de meeste producten die nu in de winkels liggen nieuw zijn. Ze bestonden pakweg vier jaar geleden niet en om de prijzen in je winkelkarretje te vergelijken met deze van de vorige jaren, heb je uiteraard identieke producten nodig. In zekere zin. Vergeet niet dat 1 euro 40,3399 frank waard is. Maar uit gemakzucht hebben veel mensen die 0,3399 in hun hoofd geschrapt. Voor hen is 1 euro 40 frank waard en dat klopt dus niet. Als je met grote bedragen werkt, maakt het bedrag achter de komma een enorm verschil. Niemand kan voorspellen hoelang het nog zal duren voor wij ons de nieuwe waardenschaal van de euro eigen hebben gemaakt. De beste raad die men de consumenten kan geven is een prijslijst op te stellen om te kunnen vergelijken. Geen van beide. Het debat is eigenlijk verkeerd begonnen, want men stelt het voor alsof de afschaffing een voldongen feit zou zijn, terwijl nog allerlei vragen op een antwoord wachten. Die kleine muntjes vormen een probleem, daar is iedereen het over eens. Maar wat zou er gebeuren als we ze in België afschaften? De euro is een internationale munt geworden, wat moeten buitenlanders dan doen wanneer ze met hun kleine geldstukjes in ons land arriveren? In de hoofdstad van Europa? De handelaars zullen altijd stukken van 1 en 2 cent in hun kassa moeten hebben, zelfs wanneer men het grootste gedeelte uit de omloop neemt. Nog meer vragen: hoe zullen we afronden, naar boven of naar beneden? Zal men de sociale uitkeringen dan ook afronden? De consumenten zijn er bang voor, omdat ze ervan overtuigd zijn dat de prijzen zullen stijgen. Vergelijk het met wat er vroeger gebeurd zou zijn als we de stukken van 1 frank en 50 centiem zouden hebben afgeschaft: hadden we ze wel kunnen missen? De stukken van 1 en 2 eurocent mogen trouwens alleen verdwijnen als wij de garantie hebben dat er geen inflatie van zal komen. Men zal naar de verbruikers- verenigingen moeten luisteren. Volgens mij is het debat nog niet rond. Trouwens, is er geen haast bij. Karima Amrous