Laten we even bekijken waarom een bril of lenzen nodig kunnen zijn (andere behandelingen zoals de lasertherapie laten we in dit artikel buiten beschouwing). De meeste afwijkingen aan de ogen zijn refractieafwijkingen: de lichtstralen worden op een verkeerde manier afgebogen waardoor er een onscherpe afbeelding op het netvlies ontstaat (zie kader Zo werkt ons oog, p. 58).
...

Laten we even bekijken waarom een bril of lenzen nodig kunnen zijn (andere behandelingen zoals de lasertherapie laten we in dit artikel buiten beschouwing). De meeste afwijkingen aan de ogen zijn refractieafwijkingen: de lichtstralen worden op een verkeerde manier afgebogen waardoor er een onscherpe afbeelding op het netvlies ontstaat (zie kader Zo werkt ons oog, p. 58). Wie bijziend is, ziet beelden in de verte onscherp omdat de oogbol te lang is of de hoornvliesbolling te sterk. Daardoor valt het brandpunt van de lichtstralen voor het netvlies. Over het algemeen is dit geen aangeboren afwijking, maar ontstaat ze tussen het 12e en het 20e jaar. Typisch is dat bijziende mensen steeds dichter bij de televisie gaan zitten en hun ogen dichtknijpen om in de verte scherp te zien. De oplossing bestaat uit een bril met negatieve (holle) glazen of negatieve contactlenzen. Bij lage sterktes (tot -1,00/-1,50 dioptrie) kan een bril volstaan om naar het schoolbord of de televisie te kijken of om auto te rijden. Bij hogere sterktes is een voortdurende correctie nodig. Verziende mensen hebben moeite om dingen dichtbij scherp te zien. Bij hen is het oog te kort of de hoornvliesbolling te zwak waardoor het brandpunt van de lichtstralen achter het oog valt. Door te accomoderen (de lens boller of holler te maken) kan het oog deze afwijking gedeeltelijk compenseren. Om te lezen moet het echter nog meer inspanning leveren, wat vaak niet meer mogelijk is. Verziendheid is vaak aangeboren. Verziende mensen krijgen op vrij jonge leeftijd moeite met lezen en hebben vaak hoofdpijn. Zelfs zwakke afwijkingen (+0,25/+0,50) kunnen hoofdpijnklachten veroorzaken, terwijl de gezichtsscherpte nochtans normaal lijkt. De oplossing bestaat uit een bril met positieve (bolle) glazen of positieve contactlenzen. Bij astigmatisme heeft het hoornvlies geen zuivere bolvorm, maar eerder de vorm van een rugbybal. Het hoornvlies is boller in één richting dan in de andere. Dit heeft tot gevolg dat de breking van de lichtstralen in de ene richting verschillend is van deze in de andere richting. Op deze manier ontstaat niet één brandpunt maar brandlijnen. Astigmatisme kan zowel in combinatie met verziendheid als met bijziendheid optreden. De oplossing bestaat uit een bril met cylindrische glazen, vormstabiele contactlenzen of torische zachte lenzen (zie verder). Met deze afwijking krijgt haast iedereen vroeg of laat te maken. U kent het wel: zo rond uw 45ste moet u de krant steeds verder houden om de kleine lettertjes te kunnen lezen en hebt u steeds meer licht nodig. De oorzaak ligt in het afnemen van het accomodatievermogen van het oog. De lens kan zich niet meer voldoende bol maken om dichtbij scherp te zien. Dit begint meestal rond de 45 en evolueert verder tot rond de 65 jaar, waarna het stabiliseert. Soms kan na verloop van tijd behalve voor de normale leesafstand (30-40 cm) ook voor de tussenafstand (60-80 cm) een correctie nodig zijn, bijv. om aan de computer te werken. De oplossing bestaat uit een leesbril met plussterkte of contactlenzen, ook al geven deze nooit de scherpte die met een leesbril bekomen wordt. Voor wie eerder al een bril droeg kunnen multifocale brilglazen of lenzen een uitkomst bieden.Leen Baekelandt