Toen de wet tien jaar geleden in werking trad, was het Vlaams Patiëntenplatform (VPP) vooral opgetogen over het feit dat ze een middel bood om patiënten te laten participeren in hun behandeling en verzorging. We vroegen een van de medewerkers, Els Meerbergen, hoe het platform nu - tien jaar later - de positie van de patiënt evalueert.
...

Toen de wet tien jaar geleden in werking trad, was het Vlaams Patiëntenplatform (VPP) vooral opgetogen over het feit dat ze een middel bood om patiënten te laten participeren in hun behandeling en verzorging. We vroegen een van de medewerkers, Els Meerbergen, hoe het platform nu - tien jaar later - de positie van de patiënt evalueert. Els Meerbergen: In vergelijking met tien jaar geleden komen patiënten inderdaad meer op voor hun rechten. Het belangrijkste recht daarbij is het recht op informatie. Patiënten worden beter geïnformeerd en ze vragen er ook zelf veel meer om dan vroeger. Toch kan het nog beter: tien jaar na de wet blijkt dat patiënten vaak te weinig financiële informatie krijgen. Zowel bij een behandeling in het ziekenhuis als voor ambulante zorg moet de patiënt toch op zijn minst een richtprijs krijgen. Patiënten kunnen uitleg vragen over hun ziekenhuisfactuur (die vaak heel ingewikkeld is) bij hun ziekenfonds, maar de informatie over wat het hen gaat kosten moet toch vooral vooraf worden gegeven door de zorgverleners zelf. Dat gebeurt nog te weinig. Dat is nog steeds niet het geval. Uiteraard is het voor bepaalde klachten belangrijk dat de ombudsdienst zich binnen het ziekenhuis zelf situeert. Maar daarnaast zou er nog een externe ombudspersoon moeten zijn. Bovendien zou er ook iemand moeten zijn die zich echt uitspreekt over de zaak. Want de ombudsdienst van het ziekenhuis luistert wel naar beide partijen en bemiddelt, maar spreekt zich niet uit over de inhoud van de zaak. Komt het niet tot een akkoord, dan moet de patiënt naar de rechtbank. Wij vragen om een tussenop-lossing: een ombudspersoon die een uitspraak doet, zonder dat die daar-om afdwingbaar is. Mensen beseffen nog steeds te weinig hoe belangrijk de figuur van de vertegenwoordiger is, omdat dit de persoon is die in jouw plaats zal beslissen als je dat zelf niet meer kan. Wil je een andere vertegenwoordiger dan degene die de wet oplegt, dan moet je die aanduiden. Dat is toch heel belangrijk, zeker in gezinnen waar de familiale relaties minder goed zitten. Maar ook een vertrouwenspersoon die weliswaar niet beslist in jouw plaats, maar je bijstaat, is belangrijk. In de geestelijke gezondheidszorg merken we dat mensen het vaak heel moeilijk hebben om een vertrouwenspersoon mee te brengen, simpelweg omdat hun netwerk is weggevallen. Wij zijn voorstander van een netwerk dat wordt opgezet voor de patiënt in de geestelijke gezondheidszorg, zoals dat in Nederland bestaat. Vooral het toepassingsgebied zou moeten worden uitgebreid. Psychotherapeuten en verzorgenden (bijv. bejaardenhelpers) vallen buiten de wet. In ziekenhuizen of rust- en verzorgingstehuizen wordt meestal met multidisciplinaire teams gewerkt en dan is het voor de patiënt helemaal niet duidelijk wie wel en wie niet de wet moet naleven. Verder is het niet zozeer de wet zelf, dan wel het informeren over het be-staan ervan dat nog beter zou kunnen. Informatiecampagnes blijven nodig. Bij een opname in het ziekenhuis zou de patiënt onmiddellijk moeten worden geïnformeerd over zijn rechten. Dat gebeurt nu niet, of veel te summier.