We hebben het in deze rubriek de voorbije maanden al meermaals over allergieën gehad, de plaag van deze tijd. Maar hoe komt u te weten of uw allergische klachten al dan niet toe te schrijven zijn aan een allergie? En hoe ontstaat zo'n allergie?
...

We hebben het in deze rubriek de voorbije maanden al meermaals over allergieën gehad, de plaag van deze tijd. Maar hoe komt u te weten of uw allergische klachten al dan niet toe te schrijven zijn aan een allergie? En hoe ontstaat zo'n allergie? Ons immuunsysteem verdedigt ons lichaam tegen bedreigingen vanuit de buitenwereld. Soms gaat dit afweermechanisme echter overmatig reageren op prikkels zodat de reactie op zich problemen oplevert. In dit geval is er sprake van een allergie. De meeste allergische reacties behoren tot de zogenaamde type-I reacties, ook wel de immunoglobuline E afhankelijke reacties genoemd. Deze immunoglobulinen E zijn antilichamen die ons lichaam aanmaakt als verweer tegen allergenen (allergie uitlokkende stoffen zoals huisstofmijt, stuifmeelkorrels, dierlijke huidschilfers, bepaalde voedingsmiddelen zoals noten, sommige geneesmiddelen, latex, nikkel in fantasiejuwelen, insectengif, conserveringsmiddelen in cosmetica, enz.). Deze IgE-antilichamen zitten vast op de mestcellen. Wanneer een allergeen zich bindt aan een antilichaam komt er uit de mestcel histamine vrij. Deze stof is verantwoordelijk voor de allergische symptomen. Wanneer u een arts raadpleegt met klachten die op een allergie zouden kunnen wijzen, dan zal deze in de eerste plaats een uitgebreid gesprek met u voeren. Daarbij zal hij aan de hand van uw antwoorden trachten: l een overzicht te krijgen van de precieze klachten, hun aard en hun verloop l te weten te komen in welke omstandigheden ze precies optreden: binnenshuis of buitenshuis, het hele jaar door of seizoensgebonden, op bepaalde ogenblikken van de dag enz. l een beeld te krijgen van uw woon- en werkomstandigheden en uw leefgewoonten (bijvoorbeeld of u rookt), hobby's, aanwezigheid van dieren in huis,... en van uw eetgewoonten l na te gaan of bepaalde elementen zoals het klimaat of het leveren van inspanningen en dergelijke een invloed hebben l te evalueren in hoeverre infecties en stress een rol spelen l te beoordelen welke invloed deze klachten hebben op uw levenskwaliteit l te weten te komen of allergische klachten ook bij andere leden van uw familie voorkomen. Na dit gesprek volgt een lichamelijk onderzoek en de gegevens van gesprek én lichamelijk onderzoek samen zetten de arts meestal al een aardig eind op weg. Zo kan hij bepalen of er nog verder onderzoek nodig is en zo ja, welke tests het meest aangewezen zijn. Een eerste reeks mogelijkheden zijn de huidtests, waarbij het mestcelgebonden IgE gemeten wordt. Met andere woorden: de reactie wordt veroorzaakt doordat de IgE-antilichamen, die gehecht zijn aan mestcellen, reageren op het toegediende allergeen en de mestcel histamine gaat vrijstellen. Dit in tegenstelling tot bij de bloedtest (zie verder) waar de vrij in het bloed circulerende IgE worden gemeten. De betrouwbaarheid van een huidtest is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte testextracten, de gebruikte techniek en de ervaring van de uitvoerder in het interpreteren van de testresultaten. Bovendien moet de huid in goede conditie zijn om deze tests te kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld bij eczeem is de test niet mogelijk. En tot slot kan het gebruik van bepaalde geneesmiddelen de testresultaten beïnvloeden. Er bestaan drie vormen van huidtests: l de priktest wordt vanwege zijn gebruiksgemak vaak als routinetest gebruikt. Hierbij brengt de arts een druppel van het allergeen aan op de huid en doorprikt die daarna (of hij brengt een krasje aan) op de plaats van de druppel zodat de stof in de huid dringt. l de intradermale test is beter reproduceerbaar dan de priktest, maar de uitvoering ervan is omslachtiger en vergt meer ervaring. Hierbij spuit de arts namelijk een kleine hoeveelheid van het allergeen door middel van een injectie in de huid. Beide tests worden meestal uitgevoerd op de rug of ter hoogte van de onderarm. Na vijftien tot vijfenveertig minuten wordt de uitslag afgelezen. Zwelling, roodheid of jeuk betekent een allergie voor het allergeen dat op die plaats werd aangebracht. De resultaten van deze twee tests worden steeds vergeleken met twee controles: één met alleen de vloeistof waarin bij de andere prikjes de allergenen waren opgelost (en die dus geen reactie mag opwekken: negatieve controle) en één met een histamine-oplossing (die steeds reactie geeft: positieve controle). l de plakproef wordt uitgevoerd bij een contactallergie. De patiënt krijgt dan pleisters met de te onderzoeken stoffen op de huid (meestal van de rug) gekleefd. Na twee dagen worden die verwijderd en wordt het resultaat bekeken. Om te voorkomen dat de pleisters zouden lossen, mag gedurende deze periode geen douche genomen worden of geen grote inspanning geleverd. 24 uur na het verwijderen van de pleisters wordt de huid nogmaals geïnspecteerd. Het aantonen van specifieke IgE die vrij circuleren in het bloed gebeurt door middel van de zogenaamde radio-allergo-sorbet-test of RAST. Bij deze test wordt de hoeveelheid IgE tegen een bepaald allergeen bepaald. Het bloedserum wordt in contact gebracht met allergenen die op een vaste drager zitten. Indien in het serum allergeenspecifieke IgE aanwezig zijn, dan gaan deze zich binden aan de allergenen. Nadien wordt dit geheel in contact gebracht met radioactief gemerkte antistoffen tegen IgE. De hoeveelheid radioactiviteit op de vaste drager is dan een maat voor de hoeveelheid allergeenspecifieke IgE. De uitslag wordt uitgedrukt in een aantal plussen (met een maximum van 5 +). Dit aantal plussen stemt echter niet noodzakelijk overeen met de ernst van de klachten. Het geeft een mate van gevoeligheid, maar de eigenlijke klachten worden uitgelokt door de mestcelgebonden IgE. De bloedtest is veel minder belastend voor de patiënt dan een huidtest omdat een gewone bloedafname volstaat. Bovendien wordt de patiënt niet met allergenen in aanraking gebracht en kunnen er dus geen ongewenste allergische nevenwerkingen optreden. Het vervelende aan zowel de huid- als de bloedtesten is dat deze niet feilloos zijn. Iemand kan positief op de test reageren en in het dagelijkse leven toch geen enkele klacht hebben. Een negatieve test sluit evenmin volledig uit dat iemand toch gevoelig is voor een bepaald allergeen. Bij een provocatietest wordt het te onderzoeken allergeen in de neus verneveld om zodoende de klachten op te wekken die in de natuurlijke situatie ook ontstaan. Deze test wordt soms ook gebruikt om te zien of een bepaalde behandeling werkzaam is. Als dat het geval is, zullen de klachten bij het uitvoeren van een provocatietest namelijk veel minder ernstig zijn dan voor de behandeling van start ging. Een provocatietest is echter niet zonder gevaar. Mensen kunnen soms een heel heftige allergische reactie doen en in shock gaan. Daarom moet deze test steeds onder strikt medisch toezicht gebeuren. Bovendien wordt hij nooit routinematig gebruikt, maar enkel wanneer bloed- en huidtesten geen eenduidige uitslag geven. Huidproeven geven bij voedselallergieën niet altijd even betrouwbare resultaten. Daarom wordt bij het vermoeden van een voedselallergie vaak een eliminatiedieet toegepast. De voedingsmiddelen worden dan groep per groep uit het dieet gebannen tot alle symptomen verdwenen zijn. Daarna worden de voedingsmiddelen één na één opnieuw ingevoerd tot er opnieuw klachten optreden. Op deze manier kan precies achterhaald worden voor welke voedingsmiddelen iemand allergisch is. Deze dienen dan in de toekomst uit de voeding geweerd te worden. nLeen Baekelandt