Brede lanen en weinig verkeer, dat is het eerste dat ons opvalt op de bus van de luchthaven naar het centrum van Vilnius. De stad verbergt zijn oude communistische gebouwen goed en heeft tegelijk fors geïnvesteerd in de restauratie van interessante historische panden. Tot voor de kredietcrisis was de Litouwse economie één van de snelst groeiende van Europa. Dat merken we aan Gedimino Prospektas, een brede laan met overheidsgebouwen, mooie barokke gevels, internationale winkels, hippe bars en leuke terrasjes.
...

Brede lanen en weinig verkeer, dat is het eerste dat ons opvalt op de bus van de luchthaven naar het centrum van Vilnius. De stad verbergt zijn oude communistische gebouwen goed en heeft tegelijk fors geïnvesteerd in de restauratie van interessante historische panden. Tot voor de kredietcrisis was de Litouwse economie één van de snelst groeiende van Europa. Dat merken we aan Gedimino Prospektas, een brede laan met overheidsgebouwen, mooie barokke gevels, internationale winkels, hippe bars en leuke terrasjes. Op het einde van de laan verrijst de imposante Arkikatedra-kathedraal met zijn klokkentoren: hét symbool van de stad van de 100 kerken, zoals Vilnius ook wordt genoemd. Het is op het plein naast deze basiliek dat betogers in 1990 in opstand kwamen tegen de Sovjets, waarna Litouwen zich als eerste Baltische staat onafhankelijk verklaarde. Hier prijkt ook het standbeeld van de nationale held bij uit-stek, de 14de eeuwse hertog Gediminas. Vergeten we niet dat het Groot-hertogdom Litouwen in de 15de eeuw het grootste land van Europa was. Het reikte van de Baltische, helemaal tot de Zwarte Zee! Achter de kathedraal duiken we het oude centrum in. De huizen zijn in mooie pasteltinten geschilderd en veel winkeltjes en standjes stallen religieuze voorwerpen uit, schilderijen, en producten in barnsteen, de specialiteit hier. In tegenstelling tot de andere Baltische staten, is Litouwen overwegend katholiek maar toch zijn hier kerken van alle slag: Poolse, Duitse, Joodse, Russisch-orthodoxe. De mooie Sint-Nicolaaskerk is een blikvanger en de Romanovkerk met haar groene koepels. De barokke Sint-Casimir ook, in roze en wit, en de Poort van de Dageraad met haar gouden Madonnabeeld: een bedevaart-oord voor Litouwers, Polen én Wit-Russen. De universiteit ten slotte. Zij werd in de 16de eeuw opgericht door de jezuïeten en dat is tot vandaag te zien in de uitbundige bouwstijl. Aan de rand van de oude stad staat de in rode baksteen opgetrokken gotische Sint-Annakerk, die Napoleon naar verluidt zo fantastisch vond dat hij ze naar Frankrijk wou verplaatsen. Hier steken we het riviertje de Vilnia over en zo komen we in de stadswijk Uzupis terecht. De brug hangt vol sloten die geliefden eraan vastgeklikt hebben, in de Litouwse traditie een teken van eeuwige liefde. Uzupis is de knotsgekke kunstenaarswijk van de stad. Ze heeft op ludieke wijze de onafhankelijkheid uitgeroepen en zelfs een eigen president verkozen, die ons in een knalgele Karmann Ghia uit de jaren zeventig - mét zwaailicht! - voorbijscheurt. Her en der in Vilnius zie je nog communistische standbeelden die de noeste arbeid op het platteland verheerlijken. Opvallen doen ze, uit de toon vallen niet. Dat is bijvoorbeeld het geval op de groene brug over de rivier Neris, die de stad zowel geografisch als historisch doormidden snijdt. De andere oever staat volledig in het teken van de toekomst. Hoogbouw is hier het kernwoord, met fonkelnieuwe wolkenkrabbers in alle maten en formaten. Vanuit de skybar op de tweeëntwintigste verdieping van het Revalhotel bijvoorbeeld, een trendy cocktailbar, krijgen we een prachtig, allesomvattend overzicht over de fascinerende culturele hoofdstad van Europa 2009. nTekst en foto's: Filip Godelaine