De kinder- en jeugdpsychiatrie bestaat nauwelijks 50 jaar, maar staat de laatste tijd volop in de schijnwerpers. "Hoe vroeger je problemen onderkent, hoe sneller je kunt optreden, en met betere resultaten", zegt Peter Adriaenssens. "We zien vandaag veel minder mensen die hun ganse leven in een psychiatrische instelling moeten doorbrengen."
...

De kinder- en jeugdpsychiatrie bestaat nauwelijks 50 jaar, maar staat de laatste tijd volop in de schijnwerpers. "Hoe vroeger je problemen onderkent, hoe sneller je kunt optreden, en met betere resultaten", zegt Peter Adriaenssens. "We zien vandaag veel minder mensen die hun ganse leven in een psychiatrische instelling moeten doorbrengen." Iedereen die dagdagelijks met jongeren te maken heeft, merkt een toename van het aantal lastpakken: tieners die niet meteen psychiatrische stoornissen hebben, maar zich wel onbeschoft en provocerend gedragen. We moeten openstaan voor die signalen. De harde kern jeugddelinquenten, zo'n 4 procent, verandert nauwelijks. Maar ik stel wel vast dat elk jaar de grenzen wat verlegd worden. We zien dat de verkoop van messen aan jongeren toeneemt. Via webcam of video-opnames met gsm worden gewelddadige of pornografische filmpjes op het internet geplaatst. Meisjes worden bedacht met titels als slet van de school. Zo komt er steeds weer iets nieuws bij. Vele volwassenen vragen zich af: Wat is dat toch met die jeugd? Maar ik zeg: Wat is dat toch met die ouders? Jongeren op het rechte pad houden, is in de eerste plaats een zaak van volwassenen en hoe zij dat samen aanpakken. Veel van de problemen die jongeren vertonen zijn maar mogelijk omdat volwassenen de boel in brand hebben gestoken. Wie verkoopt de messen? Wie opent pornosites? Alle jongens dromen van een dolk, maar vandaag zeggen veel ouders: Ik heb dat niet graag, maar hij heeft het gekocht van zijn eigen geld. Dat kan niet, opvoeden is ook erop toezien hoe zakgeld gebruikt wordt. Vele ouders verwachten alle heil van de overheid: om dingen te verbieden, om aan preventie te doen. Het onderwijs moet inspringen, de justitie moet bijspringen en dan is er geen plaats in de jeugdinstellingen: wat een schande! Nee: wij moeten als volwassenen de eer aan onszelf houden, ook de ouders waar het wél goed gaat. De solidariteit onder de volwassenen staat onder druk. Als jonge gasten baldadig zijn tegen de treinconducteur durven de medereizigers niet meer tussenkomen. Tieners moeten kunnen opboksen tegen volwassenen die stevig in hun schoenen staan, maar er zijn er nu te veel die zich omver laten blazen. Oké, deze generatie jongeren is verbaal sterk, vaak sterker dan de volwassenen die zelf als tiener vooral hun mond moesten houden. Op zich is dat positief, maar dan moet je als ouder wind tégen kunnen geven. Natuurlijk wel, bij vroegere generaties hadden de ouders altijd het laatste woord. Vroeger was hét woord respect, vandaag is hét woord dialoog. Nu heb je meer mensen die zich als ouder gebuisd voelen, maar dat heeft ook zijn charme. Uit onderzoeken blijkt al jaren dat meer dan 70% van de kinderen zich gelukkig voelt bij de ouders. Toch zie ik in mijn praktijk koppels waartegen ik moet zeggen: mensen, je moet ook wel een grens stellen. Soms moet een discussie kunnen stoppen met: sorry, maar zo is het. Thuis een warm nest bouwen is belangrijk, maar het is even belangrijk dat uw kind weet dat niet alles naar zijn wens kan gaan. Naast die 70% heb je immers ook 30% die misloopt en die loopt veel zwaarder mis dan ooit. Wie spijbelt, vindt vandaag met groot gemak andere lastpakken en ook volwassenen die er plezier in scheppen hen mee in de puree te duwen. Men zou de middenstand meer moeten steunen, want we weten dat scholen die omringd worden door kleinhandelszaken dankzij de sociale controle veel minder problemen hebben. Welke rol is er weggelegd voor de grootouders in de opvoeding? De rol van de grootouders is zeer belangrijk, want 70% helpt op één of andere manier bij de opvang van de kleinkinderen. Wat het moeilijkste blijkt te zijn voor grootouders is het leren afleggen van hun kroon: velen blijven de ouder uithangen. Ze vinden dat ze hun veertigjarige zoon nog altijd een preek mogen geven, zelfs in het bijzijn van zijn kinderen. Vaak moet de ouder sandwich spelen. Dan zegt die grootvader: Je gaat die bengel van veertien toch nog niet naar Rock Werchter laten gaan! Waarop de zoon sust: Neen papa, hij gaat mee met goede kennissen en familie. Goede grootouders kennen de kunst om hun kind te vragen waar en wanneer ze kunnen bijstaan. Een typisch Vlaamse ziekte is ook dat families vooral openstaan voor goed nieuws. Dan zegt moeder: Onze tweede heeft het geweldig gedaan op school! Over de oudste wordt gezwegen, want iedereen heeft het gesnapt. Terwijl je familie vooral nodig hebt voor de kwetsbare momenten. Het is voor een papa of mama zo belangrijk om tegen de eigen ouders te kunnen zeggen: Soms zou ik die zoon van mij wel achter de bank willen plakken! En dat grootvader dan zegt: Ik kan dat goed begrijpen, dat heb ik met u ook meegemaakt. Die zaken kan je niet bijiedereen kwijt, wel bij je ouders. Dat zijn vaak vaders die zichzelf nog behoorlijk jong vinden en dat is een deel van het probleem. De leeftijd op zich is niet zozeer een punt, wel de gezinssituatie. Door het fenomeen van de nieuw samengestelde gezinnen zien we de laatste jaren opnieuw veel meer grote gezinnen. Maar in deze tijd én een groot gezin hebben, én een relatie onderhouden én met beide ouders voltijds gaan werken, dat begint stilaan tot de olympische disciplines te behoren! Bovendien onderschat men enorm hoe hypergevoelig tieners reageren op het liefdesleven van de ouders. Ik zie te veel partners in nieuw samengestelde gezinnen met een te romantisch beeld. Ze zeggen: Uw kinderen zijn voor mij als mijn eigen kinderen. Maar zo simpel ligt het niet. Er zal altijd een hele examentijd volgen voor een nieuwe partner door kinderen aanvaard wordt, en het loopt makkelijker als die partner daarmee kan lachen dan dat hij of zij er verkrampt op reageert." n Filip Godelaine - foto's: Frank Bahnmüller