Op het filmfestival van Cannes deed De helaas-heid der dingen van Felix Van Groeningen (naar het boek van Dimitri Verhulst) al veel stof opwaaien, in onze bioscopen zal het niet anders zijn. Dat is mede te danken aan de ijzersterke vertolking van Gilda De Bal als Meetje, een bewonderenswaardige vrouw die probeert het hoofd boven de modder te houden in een verlopen en bezopen vierdewereldmilieu.
...

Op het filmfestival van Cannes deed De helaas-heid der dingen van Felix Van Groeningen (naar het boek van Dimitri Verhulst) al veel stof opwaaien, in onze bioscopen zal het niet anders zijn. Dat is mede te danken aan de ijzersterke vertolking van Gilda De Bal als Meetje, een bewonderenswaardige vrouw die probeert het hoofd boven de modder te houden in een verlopen en bezopen vierdewereldmilieu. Het is niet mijn wereld, maar zo binnentreden in een universum dat ik niet ken, vind ik heel boeiend. Ik vertolk graag rollen van personages die ver van mij afstaan, maar tegelijk probeer ik toch in elke rol een stukje van mezelf terug te vinden. Wat Meetje en ik duidelijk gemeen hebben, is het moederkloekgevoel. Die allesoverheersende drang om je kinderen te allen tijde te beschermen. Om er desnoods een moord voor te plegen. Dat zie ik ook bij andere moeders. Ze staan best kritisch tegenover hun kinderen hoor, maar o wee als buiten-staanders ze bekritiseren! Wat me heel erg boeide, was de samenhorigheid van die familie. Wars van alle tegenslagen en miserie was het een echte kliek. Dat gevoel sloeg trouwens over naar de acteurs op de set... zonder de liters alcohol, weliswaar! Ik heb maar één kind, ben zelf enig kind en mijn beide ouders zijn al overleden. Daarom maakte dat familiegevoel me zo blij. Mensen uit een grote familie zeggen vaak: Ach, je moet dat niet romantiseren, zo leuk is het niet. Maar ik zie dat toch ook bij Vic (haar partner, de acteur Vic De Wachter, nvdr). Hij komt uit een grote familie en kan het goed vinden met zijn broer en zussen. Dat zijn mooie banden. Ik kom uit een milieu van zelfstandigen, maar mijn ouders speelden allebei in het amateurtoneel en namen me overal mee naartoe. Toen ik 2,5 jaar was, had ik mijn eerste rol al te pakken! In mijn jeugd heb ik zo ongeveer in alle amateurgezelschappen van Mechelen gespeeld. Toch waren mijn ouders niet gelukkig toen ik actrice wou worden. Hun grote zorg was dat ik er niet van zou kunnen leven. Ik heb tot mijn 21ste moeten wachten om naar het conservatorium in Brussel te gaan. In het amateurtheater heb ik vooral goesting gekregen in acteren... en mijn plan leren trekken. Nu kan ik mijn ouders beter begrijpen, want ik had dezelfde angst voor mijn dochter. Bij mij is het goed uitgepakt, maar voor een beginnende actrice is het moeilijk. Je bent in dit vak zo afhankelijk van de smaken van mensen en van persoonlijke gevoelig-heden. Sommigen moéten je gewoon niet, van hen hoef je dus geen werk te verwachten. Gelukkig is mijn dochter ook regisseuse, dat stemt me toch wat geruster. Toen ik begon bij de KVS, was acteren nog vooral uitvoeren wat de regisseur je opdroeg: Nu kom je op, je zet die tas daar, dan steek je een sigaret aan en loopt naar de tafel... Toen ik later bij Blauwe Maandag Compagnie terechtkwam, mocht ineens alles. Regisseur Luk Perceval liet ons improviseren en pikte eruit wat hij interessant vond. Wat jullie allemaal in jullie hoofd hebben zitten, dat kan ik achter mijn bureau allemaal niet bedenken, zei hij altijd. Op die manier voel je je als acteur veel meer betrokken. Ik probeer nooit mijn ideeën op te dringen hoor, maar ik reik graag verschillende zaken aan, waarop de regisseur dan kan inspelen als hij het een interessante benadering vindt. Bij Blauwe Maandag Compagnie heb ik veel mooie rollen mogen spelen, van sterke vrouwen, personages waarin je je tanden kunt zetten. Ook vandaag zijn er op televisie en in films nog te veel rollen waarin vrouwen als slacht-offers worden opgevoerd. Dat is inderdaad zo, maar toch wissel ik beide graag af. Bij film neemt je cameraman de rol van het publiek over. Met hem moet je als acteur een sterke band opbouwen. Je moet voortdurend aanvoelen waar hij staat. Het is een continue wisselwerking. Je moet de cameraman als het ware meenemen in wat je wilt vertellen, hem op sleeptouw nemen zoals het publiek in een zaal. Ik was amper 33 toen ik lymfeklierkanker kreeg. Het zijn mijn ouders die mij erdoor hebben getrokken, want toen kende ik Vic nog maar net. Natuurlijk is zoiets een zware belasting voor een relatie, maar je kunt er twee richtingen mee uit. Sommige koppels gaan uit elkaar, andere groeien dichter naar elkaar toe. Het is een beetje zoals bij mensen die een kind verliezen. Het was geen leuke periode, maar we zijn er toch door ge-sparteld. Door die ervaring heb ik vooral geleerd de dingen minder te dramatiseren, het leven meer te relativeren, alles beter te plaatsen. Ja, ik heb de dikke pech gehad dat ik die ziekte heb gekregen, maar ook het grote geluk dat ze in een vroeg stadium werd ontdekt. Dat de therapie aansloeg, was ook een gelukservaring. Geen euforie of zo, maar het gevoel langzaam te herstellen. Want je bent niet van vandaag op morgen genezen. De dokter zei me: Je blijft er lang mee in je lijf zitten, maar ook in je hoofd. Met de jaren ben ik er steeds minder mee bezig maar als ik rondom mij hoor dat mensen ziek worden, raakt het me nog altijd diep. Ook als ik lotgenoten tegenkom. Dan hebben we vaak geen woorden nodig om elkaar te begrijpen. Als ik mensen met mijn getuigenis kan helpen, hen blijer kan maken en hoop geven, is het goed. Zo heb ik ooit tijdens het hele verloop van zijn ziekte gecorrespondeerd met een onbekende. Maar soms had ik ook een schuldgevoel bij mensen die ziek werden en zich aan mij optrokken, maar bij wie het dan toch slecht afliep... Ik ben selectiever geworden in mijn werk. Ik wil me omringen met mensen met wie ik goed kan samenwerken, fijn samenspelen en vooral veel plezier maken. Laten we er maar het beste van maken want het kan heel snel gedaan zijn... n Filip Godelaine - foto's: Benny De Grove"Als ik mensen met mijn getuigenis hoop kan geven, is het goed."