Monique is gepensioneerd. Ze heeft alle tijd om zich uit te leven in haar passie, het schilderen. Soms verkoopt ze een schilderijtje aan vrienden en kennissen.
...

Monique is gepensioneerd. Ze heeft alle tijd om zich uit te leven in haar passie, het schilderen. Soms verkoopt ze een schilderijtje aan vrienden en kennissen. Bert is leraar Engels. Af en toe vertaalt hij boeken voor een uitgeverij. Hij ontvangt hiervoor auteursrechten. Marcel tuiniert als hobby. Van zijn aardbeienoogst verkoopt hij soms enkele kilo's. Margriet treedt op als figurante in een reclamespotje op TV en wordt vergoed. Stefaan is gepensioneerd garagehouder. Hij onderhoudt en herstelt de wagen van zijn buren. Hoe staat de fiscus tegenover deze sporadische inkomsten? In de belastingwetgeving wordt een onderscheid gemaakt tussen vier soorten inkomsten: beroepsinkomsten, onroerende, roerende en diverse inkomsten. 1. Beroepsinkomsten Dit zijn bezoldigingen, sociale uitkeringen, winsten of baten van een vrij beroep, enzovoort. 2. Onroerende inkomsten (kadastraal inkomen en huurinkomsten) Beroepsinkomsten en onroerende inkomsten worden samengeteld en belast tegen de normale progressieve tarieven van de inkomstenbelasting (de belasting stijgt naargelang de inkomensschijf hoger wordt). 3. Roerende inkomsten Dit zijn intresten en dividenden uit beleggingen of inkomsten uit de verhuur van roerende voorwerpen. Meestal wordt de belasting op deze inkomsten al aan de bron ingehouden: de Belgische banken houden de roerende voorheffing (15 % of 25 % naargelang het geval) af van de intresten die u bijvoorbeeld op een spaarboekje ontvangt (boven het van belasting vrijgestelde gedeelte). U moet deze roerende inkomsten niet meer aangeven. De belasting aan de bron is de enige die erop geheven wordt. 4. Diverse inkomsten Zoals uit de benaming blijkt, gaat het om een bont allegaartje, meer bepaald om de vergoedingen die u ontvangt buiten de uitoefening van een beroep en buiten het normale beheer van uw privévermogen. Wanneer u bijvoorbeeld de mooie zilveren schaal die u erfde van uw grootmoeder verkoopt, behoort dit tot het normale beheer van uw privévermogen. U betaalt geen belasting op de verkoopprijs. In principe worden occasionele of toevallige inkomsten én inkomsten uit speculatieve transacties wél belast. Omdat ze het meest voorkomen, behandelen we in dit artikel enkel de inkomsten uit 'occasionele' activiteiten. Of de fiscus uw inkomsten als beroeps- inkomsten beschouwt, dan wel als toevallige of diverse inkomsten maakt een groot verschil. Deze laatste worden immers minder zwaar belast. Het onderscheid tussen beroeps- en occasionele inkomsten is een feitenkwestie, waarover de fiscus oordeelt op basis van een geheel van aanwijzingen. Belangrijk is onder meer: de tijd die u aan de activiteit besteedt de eventuele infrastructuur: hebt u een aparte ruimte of bureau waar u uw activiteit verricht? de band met uw hoofdberoep. Sinds enige tijd legt de fiscus sterk de nadruk op de band tussen hoofd- en de nevenactiviteit als criterium om uit te maken of er sprake is van beroepsinkomsten of van diverse inkomsten. Een nauwe band zou dan betekenen dat de opbrengsten van de nevenactiviteit als beroepsinkomsten worden belast. Het typevoorbeeld is de professor die buiten zijn lessen meewerkt aan een tijdschrift in zijn vakgebied. Recent oordeelde de rechtbank bijvoorbeeld ook dat inkomsten uit reclamespotjes voor een gepensioneerd acteur geen diverse inkomsten vormden, maar beroepsinkomsten. Wat gebeurt er dan als er geen hoofdactiviteit meer is omdat de belastingplichtige met pensioen is? De ontslagnemende minister van Financiën stelde in zijn antwoord op een parlementaire vraag dat het feit dat men gepensioneerd is niet automatisch tot gevolg heeft dat inkomsten uit een nevenactiviteit worden belast als diverse inkomsten. Ook dan kan een herhaalde en georganiseerde activiteit belast worden als beroepsinkomen! de regelmaat van de inkomsten. Er is geen eenduidige definitie van wat de fiscus als regelmatig beschouwt. Het is best mogelijk dat iemand een activiteit maar één keer verricht en de fiscus zijn inkomsten toch als beroepsinkomsten beschouwt. De criteria (tijd, infrastructuur, ...) worden immers samen bekeken. De fiscus zal geneigd zijn uw bijverdienste als beroepsinkomen te belasten: als de activiteit waaruit u de bijverdienste haalt, nauw aansluit bij uw beroep als de activiteit herhaaldelijk of regelmatig wordt verricht. Rechtbanken beoordelen dus een concrete situatie, waarvoor geen algemene, objectieve regels bestaan. Eens de fiscus aanvaardt dat de inkomsten uit uw hobby occasioneel zijn, worden ze niet meer onderworpen aan het normale, progressieve tarief (de gewone tarieven van de belasting, die stijgen naarmate u meer verdient) maar worden ze afzonderlijk belast tegen 33 %. Aanvaardt de fiscus niet dat uw inkomsten occasioneel zijn, dan worden ze bij uw beroepsinkomen of pensioen gerekend en komen ze terecht in de hoogste schijf van uw belastingen (progressief tarief). Let op als blijkt dat u minder dan 33 % belasting zou betalen als het inkomen uit uw hobby samengevoegd werd met uw andere inkomsten (pensioen of beroeps-inkomsten), dan wordt in elk geval het laagste tarief toegepast. Gepensioneerden hebben er zeker alle belang bij dat de fiscus de inkomsten uit hun hobby als diverse inkomsten erkent. Deze hebben immers geen invloed op de toekenning van de belastingvermindering voor pensioenen (over de belastingvermindering leest u alles in Dit betaalt u echt aan de fiscus op p. 68). Hoe hoger het pensioen, hoe minder de belastingvermindering zal bedragen. Diverse inkomsten staan volledig los van het pensioen en zullen dan ook de belastingvermindering niet beïnvloeden. Op als divers beschouwde inkomsten zijn geen sociale bijdragen verschuldigd. De kosten die u maakt om occasionele inkomsten te verkrijgen, mag u aftrekken als u beschikt over bewijzen (facturen, enz.). Bijvoorbeeld: u schrijft een boek over een historisch figuur. Hiervoor hebt u opzoekingen gedaan in archieven, fotokopieën gemaakt en een tekstverwerker gekocht. U mag de kosten die u maakte, aftrekken van uw auteursrechten. Let op Als u belangrijke kosten maakte zodat u over een bijna professionele infrastructuur beschikt, zal de fiscus makkelijker geneigd zijn uw inkomsten te beschouwen als beroepsinkomsten. Zonder aangifte, verklikking of onverwachte controle is het voor de belasting-administratie onmogelijk occasionele inkomsten vast te stellen. In principe moet u deze inkomsten invullen op uw belastingaangifte, in de rubriek 'diverse inkomsten'. De fiscus is dus afhankelijk van uw medewerking. Soms ontvangt u echter vergoedingen van personen of bedrijven die de betaalde bedragen mogen aftrekken van hun belastbare inkomsten. Voorwaarde voor deze aftrek is dat er een officiële inkomstenfiche op uw naam wordt opgesteld. Deze fiche wordt overgemaakt aan de belastingadministratie, die dus op de hoogte is van uw bijverdienste. Let op In principe moeten deze fiches alleen worden opgesteld voor 'bedrijfsinkomsten' maar omdat de betaler het onderscheid niet altijd zelf kan beoordelen, stelt hij meestal toch een fiche op. voorbeeld U vertaalt een boek voor een uitgeverij. De uitgeverij mag de vergoeding die u ontvangt aftrekken als bedrijfsuitgave. De kans is dan groot dat de uitgeverij een inkomstenfiche opstelt en de fiscus op deze manier op de hoogte brengt van uw bijverdienste. Als u het niet eens bent met de visie van de fiscus, reageert u het best meteen door een bezwaarschrift in te dienen. U hebt daarvoor drie maanden tijd vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet (die vindt u bovenaan het biljet). Om geldig te zijn, moet uw bezwaarschrift schriftelijk en gemotiveerd zijn, m.a.w. u moet in uw brief vermelden waarom u het niet eens bent. Deze brief verzendt u het best aangetekend (om later te kunnen aantonen dat u hem tijdig verstuurde) naar de gewestelijke directeur van de directe belastingen, het adres vindt u op uw aanslagbiljet. Wanneer u geen antwoord krijgt van de fiscus of wanneer dit antwoord langer dan 6 maanden uitblijft, kunt u het geschil voorleggen aan de fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg. In de regel zult u door uw hobby niet meteen BTW-plichtig worden, vermits hiervoor een 'geregelde, zelfstandige economische activiteit' vereist is. Toch is voorzichtigheid ook hier de boodschap. Zo is volgens de administratie een creatief kunstenaar die regelmatig werken verkoopt een BTW-plichtige maar postzegelverzamelaars die occasioneel postzegels verkopen, moeten geen BTW aanrekenen. Als u de jongen van uw eigen hond verkoopt, is er geen BTW verschuldigd. Fokt u echter huisdieren op grotere schaal, dan moet u BTW aanrekenen. Ook wat de BTW betreft is soms discussie mogelijk. Het in stand houden en beheren van uw vermogen heeft geen invloed op uw pensioenuitkering of brugpensioen. Daarvoor moet er namelijk een 'activiteit' zijn en het louter verhuren van onroerend goed is dat niet. Bepaalde activiteiten zijn toegelaten, zoals het uitoefenen van een politiek mandaat. Ook het tot stand brengen van wetenschappelijke of artistieke werken valt niet onder de cumulregels, indien het geen weerslag heeft op de arbeidsmarkt en de (brug)gepensioneerde geen handelaar is. Ook hier zal de fiscus rekening houden met de genoemde criteria. LET OP Vergeet niet dat u elke activiteit moet aangeven aan de RVA! In principe worden de inkomsten uit uw hobby (diverse inkomsten) afzonderlijk belast (tegen 33 %). Kosten kunt u in mindering brengen. Aan de hand van de feitelijke omstandigheden zult u moeten uitmaken of u de inkomsten dient aan te geven. De fiscus controleert uw interpretatie van die feiten. Als u niet akkoord gaat met de visie van de belastingadministratie en u de administratieve geschillenprocedure hebt doorlopen, kunt u het geschil voorleggen aan de rechtbank. Ook hier worden de feitelijke omstandigheden geïnterpreteerd. nA Annemie Baekelandt