Banken zijn - gelet op de strikte regels die we eerder al aangaven - tegenwoordig minder geneigd om met borgstellingen te werken. Bovendien mogen banken niet aan wat men waarborgbankieren noemt doen: ze mogen geen kredieten geven enkel en alleen omdat er een goede en solvabele borg is. Ze moeten integendeel kijken of de eigenlijke kredietnemer wel voldoende inkomsten heeft om het krediet te kunnen terugbetalen. Is dat niet het geval, dan moeten ze het krediet eigenlijk weigeren.
...

Banken zijn - gelet op de strikte regels die we eerder al aangaven - tegenwoordig minder geneigd om met borgstellingen te werken. Bovendien mogen banken niet aan wat men waarborgbankieren noemt doen: ze mogen geen kredieten geven enkel en alleen omdat er een goede en solvabele borg is. Ze moeten integendeel kijken of de eigenlijke kredietnemer wel voldoende inkomsten heeft om het krediet te kunnen terugbetalen. Is dat niet het geval, dan moeten ze het krediet eigenlijk weigeren. Sommige banken stellen dan ook als voorwaarde voor het verlenen van een krediet dat u als ouder het onroerende goed dat uw kind wil kopen voor een deel mee aankoopt (bijvoorbeeld 10%) en dat u meteen ook mee het krediet aangaat. U wordt dan zowel mede-eigenaar als medekredietnemer. Het deel dat u moet aankopen wordt beperkt. Op die manier wordt vermeden dat uw kind de lening voor de woning of het appartement niet meer kan aftrekken in de personenbelasting. 1 In de kredietovereenkomst staat vermoedelijk dat u samen met uw kind (en eventuele partner) hoofde-lijk gehouden bent tot de afbetaling van de hele lening. Dat betekent dat als uw kind het krediet niet terugbetaalt, de bank bij u kan aankloppen voor het volledige bedrag. 2 Op die manier creëert u een zogenaamde onverdeeldheid met betrekking tot het aangekochte pand met uw kind (en eventueel diens partner). U wordt m.a.w. samen eigenaar van het onroerend goed en moet daar samen beslissingen over nemen (bijvoorbeeld over verbouwingen, het al dan niet verhuren,...). U moet tevens een oplossing vinden over wie de eigenaarslasten (zoals de onroerende voorheffing) betaalt. Krijgt u op een bepaald moment ruzie met elkaar, dan kan één van u vragen om uit onverdeeldheid te treden, wat uiteindelijk misschien zal leiden tot de verkoop van het onroerend goed. U zult het ook allemaal eens moeten zijn als u tot een vrijwillige verkoop wil overgaan. 3 Hebt u nog andere kinderen en overlijdt u, dan valt een deel van het onroerend goed in uw nalatenschap. Hierdoor zullen uw andere kinderen mogelijks voor een deeltje recht hebben op het pand in kwestie en op hun beurt kunnen aandringen op een uitonverdeeldheidtreding (met eventueel zelfs een verkoop tot gevolg). 4 Wil uw kind (zodra het voldoende financiële middelen heeft) u uitkopen en uw deel in het onroerend goed overnemen, dan kost dat heel wat geld. U zult immers langs de notaris moeten passeren en een notariële akte moeten laten opmaken. Bovendien moet uw kind registratierechten betalen op het deel dat het overneemt of een delingsrecht van 2,5% (Vlaanderen) op de totale waarde van het onroerend goed. 5 U moet het aangekochte deel aangeven in uw jaarlijkse aangifte voor de inkomstenbelastingen. U zult belast worden op het geïndexeerde pro rata KI, verhoogd met 40%.