Banken proberen elkaar te overtroeven met allerlei aanlokkelijke voorstellen. Weten welke keuze u als spaarder moet maken, is niet eenvoudig. Wij stellen u een aantal interessante mogelijkheden voor.
...

Banken proberen elkaar te overtroeven met allerlei aanlokkelijke voorstellen. Weten welke keuze u als spaarder moet maken, is niet eenvoudig. Wij stellen u een aantal interessante mogelijkheden voor. Het eerste dat u te doen staat, is bepalen welke 'buffer' u voor uw onmiddellijke behoeften bij elkaar moet sparen. Dat wil zeggen: het bedrag dat u absoluut nodig zou hebben bij een zware tegenslag (een 'appeltje voor de dorst'). De omvang van die spaarkous moet ieder voor zich bepalen maar ze moet helpen om een onverwachte uitgave te financieren (vaak wordt het equivalent van het inkomen van drie maanden aangeraden). Die cashreserve moet op een veilige plek worden bewaard, makkelijk toegankelijk en van de ene op de andere dag beschikbaar zijn. Met andere woorden: liquide zijn. 1. Het spaarboekjeHet spaarboekje is nog steeds de meest populaire formule (want de meest rendabele) binnen het gamma van de veilige en liquide kortetermijnbeleggingen. De vergoeding op het spaarboekje bestaat uit een basisrentevoet (momenteel tussen 1,5 en 3 %, afhankelijk van de bank waar u klant bent) en een aangroei- en/of getrouwheidspremie. Naast de diverse premies en rentevoeten passen financiële instellingen ook verschillende regels toe bij de berekening van de aangroei- en/of getrouwheidspremie, vooral dan als het gaat over de valutadata (de data waarmee rekening wordt gehouden bij stortingen en afhalingen). Over het algemeen worden voorwaarden gesteld voor het verkrijgen van 'verhoogde' aangroeipremies (tijdelijk 1,5 of zelfs 2 %): een minimaal bedrag dat moet wordt belegd, de opening van een nieuwe rekening, enz. Kleinere instellingen (ABN Amro, Cortal Consors, DHB Bank, Rabobank, Robeco Bank...) bieden erg aantrekkelijke spaarboekjes voor wie voor een hoge basisrentevoet kiest. Hun grotere collega's komen soms tijdelijk met opgedreven aangroeipremies op de proppen. Een goede raad Maak uw keuze op basis van de geschatte looptijd van uw belegging. Gaat het om minder dan zes maanden, dan kiest u het best voor een bank die een hoge basisrentevoet biedt. Belegt u voor een periode van meer dan zes maanden, dan begint de omvang van de aangroeipremie een rol te spelen. Na een jaar neemt de getrouwheidspremie het in principe van de aangroeipremie over. Fiscaal Het succes van het boekje wordt nog versterkt door de fiscale aantrekkingskracht: de eerste 1550 euro interesten zijn vrijgesteld van roerende voorheffing. Bovendien geldt deze vrijstelling (van 15 %) voor tweemaal dat bedrag (3000 euro) voor een koppel (gehuwd of samenwonend). Het saldo van de interesten boven dat plafond, moet bij de fiscus worden aangegeven. 2. De termijnrekeningBij een termijnrekening is de rente gewaarborgd voor de volledige looptijd van de belegging. Het geld blijft dan ook wel geblokkeerd voor een bepaalde periode, die de 'termijn' wordt genoemd. En zo'n termijn kan vrij kort zijn (een week, 14 dagen, een maand, een kwartaal), maar sommige banken hebben termijnrekeningen voor een langere periode. Nog een voordeel: de spaarder moet geen rekening houden met een systeem van waardedata. Bovendien worden op een termijnrekening gewoonlijk geen bankkosten aangerekend. Zo'n termijnrekening neemt soms ook de vorm aan van een kapitalisatieformule met stilzwijgende verlenging. In zo'n geval opent de cliënt, bijvoorbeeld, een termijnrekening op één maand en vraagt hij aan de bankier om de operatie maand na maand te herhalen, tenzij hij hem een andere opdracht geeft. Op de eindvervaldag wordt het kapitaal mét de interesten terugbetaald. Let op Hoe hoger het geplaatste bedrag, hoe hoger de rentevoet die de spaarder wordt aangeboden. In principe geldt ook dat hoe langer de termijn is, hoe hoger de rente zal zijn. Maar de spaarder die een termijnrekening onderschrijft, engageert zich voor een bepaalde periode. Wil hij zijn geld voor de vooraf afgesproken datum afhalen, dan verliest hij alle - of ten minste - een deel van de interesten. Fiscaal Van de rente wordt een roerende voorheffing van 15 % afgehouden. Met een kasbon, een staatsbon of een verzekeringsbon kunt u een deel (bijv. één vijfde) van uw erfenis vastzetten voor enkele jaren. 1. De kasbonKasbons worden gewoonlijk voor een beleggingshorizon van 1 tot 5 jaar aangeraden. De beste kasbons op één jaar bieden nu 2 %, tegenover 3 % voor bons op drie jaar en 3,35 % voor bons op 5 jaar. Kasbons zijn erg veilige beleggingen: u weet altijd vooraf welk rendement u gedurende de hele looptijd van de belegging zult krijgen (wat bij een spaarboekje niet het geval is). Bovendien recupereert u op de eindvervaldag altijd het belegde kapitaal. Kasbons zijn 'effecten aan toonder'. Iedereen die ze kan 'tonen' is dus de eigenaar. Sommige mensen maken van die troef gebruik om een poging te doen om successierechten te ontlopen. Uiteraard worden kasbons het best in een kluis bewaard, of beter nog (gratis) op een effectenrekening bij de bank geplaatst. Fiscaal Nadeel van de kasbon is dat hij onderhevig is aan roerende voorheffing (15 % op de interesten). 2. De staatsbon De staatsbon û zo genoemd omdat hij gedekt wordt door de waarborg van de Belgische Staat ûis de rechtstreekse concurrent van de kasbon. De verschillen zitten vooral in de uitgifteperiodes (4 uitgiftes per jaar voor de staatsbon, daar waar de banken doorlopend en op vraag effecten uitgeven) en de uitgifteprijs. Staatsbons worden uitgegeven voor 5 jaar, voor 3-5-7 jaar (voor 3 jaar en 2 keer verlengbaar) of voor 8 jaar. Fiscaal Ook bij de staatsbon betaalt u een roerende voorheffing van 15 % op de intresten. 3. De verzekeringsbonDe verzekeringsbon is het antwoord van de verzekeraars op de kasbons van de banken. De uiteindelijke opbrengsten van beide financiële producten liggen dan ook erg dicht bij elkaar. De verzekeringsbon is een kapitalisatieproduct op naam, onder de vorm van een contract met een vaste vervaldag. Gewoonlijk wordt een minimumbedrag geëist (bijvoorbeeld euro 2500). De kapitalisatievoet, die bij de onderschrijving wordt vastgelegd, blijft gewaarborgd voor de hele looptijd van het contract. Het kapitaal dat op die eindvervaldag van de verzekeringsbon wordt uitgekeerd, is dus gelijk aan het onderschreven bedrag, verhoogd met de interesten die tijdens de looptijd van het contract werden vergaard. Let op Beheerskosten worden nooit afgehouden bij de verzekeringsbon. Jammer genoeg kunnen wel aanzienlijke instapkosten worden afgehouden, zo'n 0,25 tot 2,4 % van het onderschreven bedrag, afhankelijk van de gekozen looptijd. Kortom, de verzekeraar neemt wat de fiscus laat ontglippen. Daarom ook is de uiteindelijke return erg goed te vergelijken met die van de kasbon. TIP U kunt uw verzekeringsbon beter niet afkopen voor de eindvervaldag, want de verbrekingsvergoeding van het contract kan soms hoog oplopen (maar ze is wel degressief naarmate de eindvervaldag nadert). Fiscaal Van de verzekeringsbon wordt niet de gebruikelijke roerende voorheffing van 15 % afgehouden als de bon, onderschreven door een fysiek persoon, aan volgende voorwaarden voldoet: l de looptijd van de bon is langer dan acht jaar l als de looptijd korter is, is de onderschrijving van de bon gekoppeld aan een overlijdensdekking van minstens 130 % van de oorspronkelijke investering. In beide gevallen blijven de gespaarde som en de interesten vrij van belastingen! Met een andere schijf van uw kapitaal (bijv. een ander vijfde) kunt u uw heil zoeken in enkele levensverzekeringsrekeningen (in tak 21), die al een hele tijd erg succesvol zijn. Afer, Crest 10 (van Axa), First (van Ethias) of Diamant Invest (van de Federale Verzekeringen) zijn de bekendste telgen in de familie van de flexibele levensverzekeringen, met een zekere liquiditeit (zij het minder dan bij een spaarboekje). Die verzekeringsrekeningen bieden kapitaalbescherming (zonder kosten). De interesten die elk jaar worden verworven, zijn eveneens beschermd. Het rendement bestaat uit een gewaarborgde minimumrente (op de gestorte premies, niet op de toekomstige) en een variabele bonus (via het systeem van de winstdeelnemingen). Samen met de rente op de financiële markten volgde de gewaarborgde rente de jongste jaren een route steil naar beneden. Terwijl ze een jaar geleden nog 3,75 % bedroeg, schommelt deze rente nu rond de 3 %, of zelfs minder. In 2004 boden de Crest-10 en First-contracten rendementen van resp. 4% en 4,75 %. De producten 'Invest for life' van AGF BElgium en BKCP (Beroepskrediet) bieden zelfs rendementen van resp. 5,25 % en 5 % voor het afgelopen jaar. In het verleden toonden die rekeningen zich erg vrijgevig in de toegekende bonussen. Jammer genoeg biedt dat geen enkele garantie voor de toekomst. De minimaal gewaarborgde rente daalde van 3 % tot 2,5 % bij Axa. De gewaarborgde rente bij Ethias bedraagt nu 3 %. De liquiditeit van verzekeringsrekeningen wordt soms wel afgeremd omdat er kosten worden aangerekend. Bij First (een van de minder gulzige formules) zijn er geen instapkosten, maar wel jaarlijkse beheerskosten die tot euro 12,39 kunnen oplopen. Indien minder dan euro 75 wordt afgehaald, wordt 5 % kosten afgehouden (maximaal euro 15). Let op: als de verzekerde in de loop van het jaar een deel van of het volledige bedrag afhaalt, ontvangt hij de gewaarborgde rente niet. Fiscaal Bij een afhaling tijdens de eerste 8 jaar van het contract wordt een roerende voorheffing afgehouden van het gedeelte van de afhaling dat overeenkomt met de interesten. Toch bestaat er een mogelijkheid om aan de voorheffing te ontsnappen door een bijkomende overlijdensverzekering te onderschrijven of door een voorschot te vragen (indien de rekening die optie voorziet). Boven de 8 jaar wordt geen enkele voorheffing geëist. Op de internationale markten geven openbare instellingen en privéondernemingen voortdurend obligatieleningen uit, die soms fysiek leverbaar en vooral voor particulieren bedoeld zijn. Een obligatielening kunt u aangaan voor kortere of langere termijn. U kunt immers op elk moment uw obligaties verkopen. n Gewogen en goed (of niet goed) bevondenAgentschappen zoals bijvoorbeeld Standard & Poor's evalueren de capaciteit van een onderneming, administratie of staat om haar schulden terug te betalen en kennen een financiële notering (of 'rating' ) toe: AAA staat voor de de hoogst mogelijke kwaliteit, D voor een faillissement. Dankzij die rating kan de spaarder zich snel een idee vormen van de kredietkwaliteit van een emittent. Tot bepaalde noteringen (BBB- of Baa3) worden emittenten als solvabel beschouwd en hun obligaties als 'te vertrouwen'. Duiken ze onder de grens van de triple B, dan worden de effecten 'rommelobligaties'. TIP Het obligatieuniversum is zo omvangrijk dat we u aanraden u bij de keuze van een obligatiebelegging te laten adviseren door een bankier. Vergeet ook niet dat het inschrijven op een obligatie (zelfs een 'triple A') in een vreemde munt de spaarder uiteraard ook aan een wisselrisico blootstelt. In dat geval dreigt een mooie rente te worden 'opgegeten' door een daling van de munt tegenover de euro. n Primaire en secundaire marktBinnen de obligatiemarkt wordt een onderscheid gemaakt tussen de primaire markt (waar de belegger gedurende een inschrijvingsperiode en tegen een vaste prijs op een lening kan intekenen) en de secundaire markt (de inschrijvingsperiode is voorbij, maar het is mogelijk om bestaande obligaties te kopen en te verkopen tegen de marktprijs, die door de wet van vraag en aanbod wordt bepaald). Met een belegging in een bevek (beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal) engageert een spaarder zich voor een beleggingshorizon van meer dan enkele jaren. De beveks bieden de mogelijkheid om, met een relatief beperkt startbedrag, op een efficiënte manier te beleggen. Een goede raad: tracht correcte informatie te krijgen over de beleggingspolitiek van de bevek die uw bankier u voorstelt. Er bestaan namelijk erg veilige (voor 100 % belegd in euro-obligaties van de hoogste kwaliteit), maar ook erg risicovolle fondsen (belegd in goudmijnen of telecomaandelen bijvoorbeeld), met of zonder kapitaalgarantie, met een jaarlijkse uitkering van de interesten of kapitalisatiefondsen. n Als spaarder kunt u opteren voor een klassiek gemengd fonds (samengesteld uit aandelen en obligaties). Enkele basisregels: l een fonds met een defensief profiel, betekent gewoonlijk een verhouding van 70 % in obligaties en 30 % in aandelen. l een fonds met een gemiddeld of neutraal risico investeert 50 % in aandelen en 50 % in obligaties l een dynamisch fonds bevat 30 % obligaties en 70 % aandelen. n Beveks met kapitaalgarantie en een vaste looptijd zijn al enkele jaren erg in trek bij beleggers. Het principe van dergelijke producten is in enkele woorden samen te vatten: de belegger laten deelnemen aan een eventuele stijging van de onderliggende waarde (een beursindex, een aandelenkorf, een rentevoet) zonder dat hij het gevaar loopt om zijn startkapitaal te zien verdwijnen. Er bestaan zelfs fondsen die, bovenop het gewaarborgde kapitaal, een minimaal gewaarborgd rendement bieden én een 'bonus', die afhankelijk is van de evolutie van de onderliggende waarde. Het rendement van een bevek met kapitaalgarantie kan erg schommelen. Soms zijn beveks uitgerust met een kliksysteem (jaarlijks bijvoorbeeld). Dit is een mechanisme dat, zodra het geblokkeerd is, de vergaarde winst veilig stelt. Meestal echter plafonneert een dergelijk fonds het uiteindelijke rendement, hoe de index ook evolueert. Maandelijks worden een tiental nieuwe fondsen met kapitaalgarantie op de Belgische markt gebracht. Voordeel De garantie dat hij zijn oorspronkelijke inleg (zonder kosten en taksen) op de eindvervaldag van het product kan recupereren, is een grote geruststelling voor de spaarder, zelfs al is het uiteindelijke rendement vaak verre van zeker. NAdeel De keerzijde van de fondsenmedaille zijn de kosten, die relatief hoog zijn en vaak weinig transparant: - de instapcommissie kan 1 % bedragen, mar ook 2 %, 3 % of meer - beheerskosten variëren van 0 tot 2 %. A Roger Sartet