Hilde Van Mieghem (52) wordt goed bewaakt. Zodra we aanbellen, begint Wilson te blaffen en zodra we binnen zijn, volgt nog een uitgebreide snuffelsessie. Een hond met duidelijke ik-ben-de-man-in-huis-allures en dat is niet onlogisch voor een reu, opgegroeid in het vrouwenhuishouden van Hilde, zus Sofie (Silbermann of Van Mieghem) en dochters Marie (Vinck) en Sara (De Vries-Vinck). "Maar nu woon ik hier alleen", update Hilde haar gezinstoe-stand. "En dat is wennen..."
...

Hilde Van Mieghem (52) wordt goed bewaakt. Zodra we aanbellen, begint Wilson te blaffen en zodra we binnen zijn, volgt nog een uitgebreide snuffelsessie. Een hond met duidelijke ik-ben-de-man-in-huis-allures en dat is niet onlogisch voor een reu, opgegroeid in het vrouwenhuishouden van Hilde, zus Sofie (Silbermann of Van Mieghem) en dochters Marie (Vinck) en Sara (De Vries-Vinck). "Maar nu woon ik hier alleen", update Hilde haar gezinstoe-stand. "En dat is wennen..." Toen ze een jaar of vijftien, zestien was, is mijn zus Sofie bij mij ingetrokken. Later deelde ik dit huis met mijn dochters Sara en Marie. Ik beschouw Sara als mijn dochter, maar eigenlijk kwam ze met haar papa mee - ook de vader van Marie -en is ze gewoon bij mij blijven wonen toen hij wegging. Dat is dus net als in de film. Ook daar houdt Judith de boel bij elkaar in dat warme nest van vrouwen die elkaar graag zien en voor honderd procent vertrouwen. De sfeer waarin we heel vrij, heel open met elkaar praten. De waarden die we delen. Op een gegeven moment besloot ik dat er toch een man in huis moest zijn, en dat werd dan een kinderjongen in plaats van een kindermeisje. Die had ook nog eens verstand van wiskundehuiswerk en fysica en zo: handig! Uiteindelijk is hij mijn schoonbroer geworden en woonde hij met Sofie hierboven. Ze zijn niet lang geleden verhuisd, met de baby erbij werd het hen te klein. Toen Marie afstudeerde, had ik het er met haar over dat het nu tijd werd dat ze op eigen benen zou staan. Het is niet goed om met één voet bij mama thuis en met de andere in de wereld te staan. (lacht) Ik dacht toen dat ze nog een halfjaar, een jaar zou blijven hangen. Toen ze drie weken later al op kot ging, was het even slikken. En al weet ik dat het goed is zo, ik heb er toch een maand of tien echt van afgezien. Van mijn tiende tot mijn vijftigste had ik voor anderen gezorgd, en dan valt dat plots weg. Dat is echt een deel van je leven, van je identiteit dat plots weg is. Dat zit in kleine dingen: bloemen kopen en tegen niemand kunnen zeggen dat ze mooi zijn. En koken: ik heb het nog altijd niet onder de knie om alleen voor mezelf te koken. Pffff, die hoeveelheden... En toch moet het, want ik heb gezonde voeding nodig. Ik kan goed tegen alleen zijn, ik ben zelfs graag alleen. Met andere mensen samen zijn is moeilijker en vermoeiender. Ik begin nu zelfs te genieten van alleen wonen. Toen mijn dochters nog hier waren, ruimde ik op als ik hier beneden aan het werken was. Nu kan ik alles laten liggen. Ik kan voor het eerst leven zoals ik dat zelf wil, zonder rekening te moeten houden met anderen. Ik had altijd moeilijke relaties met mannen. Dus dacht ik op een bepaald moment: nu moet ik eerst mezelf op orde krijgen, voor ik weer in een relatie stap waarin alles misloopt. Maar ik ben nu zover en toch ben ik nog alleen. Het verlangen is er wel, maar ik vind het zo moeilijk om mensen te ontmoeten die zo ver staan als ik. Kom: als je de vijftig voorbij bent, zou dat toch moeten over zijn? Och, ik ga te weinig buiten om mannen te ontmoeten. Ik werk veel en hard, en niet van negen tot vijf. Die passie is zo'n wezenlijk deel van wie ik ben. Dat blijft allemaal doorgaan in mijn hoofd, als ik aan het schrijven ben. En als ik regisseer, is dat ook enorm veeleisend. Dan krijg ik duizend vragen per dag. Elke beslissing is dan mijn beslissing. Nu ben ik aan het repeteren voor een theaterrol, in een regie van Ivo van Hove. Dat is een uitstapje, dan kan ik me helemaal overgeven, me ten dienste stellen van die rol. En ik moet me alleen maar daarmee bezighouden. Ik denk dat nogal wat regisseurs daar bang voor zijn. Misschien willen ze om die reden niet zo graag met mij werken. Maar dat is onterecht: ik kan dat perfect scheiden, zeker in het theater. Misschien is het met film anders, omdat ik dat écht goed kan. Maar ik werk doorgaans met mensen die weten waar ze mee bezig zijn. Het gebeurt echt wel héél zelden dat ik op mijn tanden moet bijten. Dat is zo, maar dat probleem raakt wel opgelost als er meer vrouwen gaan schrijven. Zoals ik over vrouwen schrijf omdat ik ze het best ken, zo schrijven mannen over mannen. Dat zorgt ervoor dat van de vier rollen er telkens drie voor mannen zijn en maar één voor een vrouw, die dan meestal nog de aangeefster is. Dat zal zo blijven zolang we maatschappelijk zwaar in de minderheid zijn. Het bedrijfsleven of de filmsector, dat is een mannenwereld. Zolang moordenaars in de overgrote meerderheid mannen zijn, zitten er ook geen grote vrouwenrollen in thrillers... Het is wel goed dat ik niet alleen afhankelijk ben van acteerwerk. Ik kan me voorstellen dat ik er misschien moeite mee zou hebben als ik thuis met mijn duimen zou zitten te draaien en Marie de ene rol na de andere aangeboden kreeg. Dan zou ik pas echt mijn vergankelijkheid onder de neus geduwd krijgen. Marie is een superactrice. Ze knalt van het beeld af. Ik ben ontzettend trots op haar. Ze is zo'n perfectioniste, opgeven bestaat niet voor haar. Dat heeft ze een beetje meegekregen van ons: haar vader is ook zo'n perfectionist. Maar verder probeer ik een wijze moeder te zijn. Niet zo iemand die continu van alles voor haar kind regelt. Ik bescherm haar niet, gebruik mijn invloed niet en geef enkel raad als ze die vraagt. Maar ze heeft goede voelsprieten als er iets niet klopt. En verder moet ze soms dingen ondervinden om ervan te kunnen leren. Die vindt het juist leuk dat ze niet in de belangstelling staat. Ze werkt liever in de schaduw en ze is heel goed in haar vak. Ze cast acteurs. Haar naam rolt voorbij op de generiek van een heleboel films: Adem, Zot van A, Dossier K,... En van Smoorverliefd. Het is een heel andere film dan de andere. Ik had zo'n zin in de zonnige kant van het leven. En ik zit al tien jaar met die colère over hoe men over vrouwen denkt. Hoe ze worden afgeschilderd, hoe hen wordt gezegd dat ze zouden moeten zijn. In Smoorverliefd laat ik hen zien zoals ze zijn, met alle lust en liefde, verliefdheid, hoe ze het over de mannen hebben. Ik wilde een bom in de keet gooien en dat is gelukt. (lacht) Ik denk dat mannen blij zijn dat ze eens kunnen zien hoe vrouwen onder elkaar zijn. En dat ze er rode oortjes van krijgen. Verder is de film ook mijn ode aan mijn grote liefde. Het is niet ons verhaal zoals het is, maar zoals het zou moeten zijn. Zoals ik hoopte dat het zou zijn. Och nee, ik vind het fijn geen twintig meer te zijn. Ik hoef niet meer te rennen. Ik kan dat ook niet meer, maar ik geniet van de opgelegde traagheid. De menopauze vind ik even spannend als voor het eerst ongesteld zijn. Hé, wat gebeurt er met mijn lichaam? Het is zo'n tijdverlies om daar een drama van te maken. Ik ben wel bewust dat de tijd die voor mij ligt nu beperkter is. En ik heb nog ideeën voor wel tién films. Ik kijk er ook naar uit om grootmoeder te worden, ik ben stikjaloers op de buren als ik ze met hun kleinkinderen bezig zie. Ik ben al de Walt Disneyfilms aan het kopen, daar wil ik later met hen naar kijken. Ik ga ze vreselijk verwennen. Het is fascinerend om te bedenken dat Marie uit mijn buik komt, en dat uit haar buik dan weer een deel van mij komt. Dat is reïncarnatie zonder dood te gaan. Laat de kleinkinderen maar komen! wordt op 14 april 1958 in Antwerpen geboren. debuteert in 1980 in de film Vrijdag van Hugo Claus. schrijft, regisseert en produceert in 1997 haar eerste (kort)film De suikerpot die de onderscheidingen opstapelt. verdeelt sedertdien haar tijd over scenarioschrijven, regisseren en acteren in film, televisie en theater. brengt in 2010 haar eerste romantische komedie op het witte doek: Smoorverliefd. opent hiermee als eerste Vlaamse vrouw het Filmfestival van Gent.Ariane De Borger - Foto's: Frank BahnmüllerIk vind het fijn geen twintig meer te zijn. Ik geniet van de opgelegde traagheid.