Ons Belgisch huwelijksvermogensrecht onderscheidt in essentie twee basisstelsels: het (wettelijke) stelsel van gemeenschap en de scheiding van goederen. Wie simpelweg trouwt zonder contract is automatisch gehuwd onder het wettelijke gemeenschapsstelsel. Wie opteert voor de scheiding van goederen moet voor of tijdens het huwelijk een notarieel huwelijkscontract laten opmaken.
...

Ons Belgisch huwelijksvermogensrecht onderscheidt in essentie twee basisstelsels: het (wettelijke) stelsel van gemeenschap en de scheiding van goederen. Wie simpelweg trouwt zonder contract is automatisch gehuwd onder het wettelijke gemeenschapsstelsel. Wie opteert voor de scheiding van goederen moet voor of tijdens het huwelijk een notarieel huwelijkscontract laten opmaken.Het belangrijkste verschilpunt tussen beide stelsels is het lot van de inkomsten uit beroepsactiviteit, wat men daarmee opspaart en tijdens het huwelijk aankoopt (de huwelijkse aanwinsten). De echtgenoten kiezen meestal op basis van hun financiële en vermogensrechtelijke situatie.Het wettelijke stelsel van gemeenschap wil een evenwicht vinden tussen het respect voor wat van de eigen familie komt (eigen goederen) en de solidariteit tussen de partners. Die solidariteit is vooral merkbaar bij een scheiding of overlijden en vind je niet terug bij een scheiding van goederen.Bij echtscheidingBij het stelsel van gemeenschap blijft de partner die niet of minder gewerkt heeft niet berooid achter. De beroepsinkomsten van de beroepsactieve partner vallen immers in de gemeenschap en worden automatisch voor 50% eigendom van de andere partner. Wat hiermee gekocht wordt, zit ook in de gemeenschap. Deze gemeenschap wordt bij echtscheiding in gelijke helften verdeeld. Er is dus geen rijke of arme partner: veel vermogensbestanddelen - vooral die opgebouwd tijdens het huwelijk - behoren beide partners in gelijke delen toe. Er kan wel een verschil in vermogen zijn wat de eigen vermogens betreft.Bij een scheiding van goederen moet de partner die meer gewerkt heeft dan de andere (en dus meer eigen inkomsten heeft) zijn/haar vermogen niet delen met de andere partner. Wie deeltijds of helemaal niet heeft gewerkt om voor het gezin te zorgen kan bij een scheiding dus berooid achterblijven. Als beide echtgenoten beroepsactief zijn, een eigen inkomen verwerven en hiermee een eigen spaarvermogen hebben opgebouwd, is er geen probleem.Bij overlijdenBij het stelsel van gemeenschap erft de langstlevende partner de hele gemeenschap automatisch in volle eigendom als er geen kinderen zijn (en het vruchtgebruik op de eigen goederen van de overledene). Zijn er kinderen, dan erft de langstlevende in principe de hele nalatenschap in vruchtgebruik - met name de helft in de gemeenschap van de overledene én zijn eigen goederen.Wie meer wil, kan via clausules in het huwelijkscontract de langstlevende partner meer laten erven, bijvoorbeeld de volle eigendom van de goederen van de gemeenschap. Bij het overlijden van de eerste ouder kunnen de kinderen hier niets aan veranderen.Bij scheiding van goederen erft de langstlevende de eigen goederen van de overledene in vruchtgebruik.Wie meer wil (bijvoorbeeld de volle eigendom), kan dit enkel regelen via een testament. Maar hier kunnen de kinderen wel hun erfrechtelijke reserve inroepen. Dit leidt tot onzekerheid voor de echtgenoten. Vandaar dat er naar oplossingen werd gezocht. Eén van de mogelijke correctiemechanismen is werken met een toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen of TIGV.TussenvermogenZoals gezegd groeit er bij echtgenoten getrouwd met scheiding van goederen vaak een onverdeeld tussenvermogen, naast de eigen vermogens. Goederen waarvan men niet kan aantonen wie ze kocht, worden geacht aan beiden toe te behoren in onverdeeldheid, ieder voor de helft. Soms wordt er bewust gekocht in onverdeeldheid. Dit biedt echter geen afdoende bescherming, om twee redenen:de echtgenoten zijn afhankelijk van elkaars goede wil om, geval per geval, iets in die zin te regelen.elke echtgenoot kan op elk moment de uitonverdeeldheidtreding vorderen.Op maatVandaar dat in bepaalde gevallen beter kan worden uitgekeken naar een meer structurele oplossing. De toevoeging van een intern gemeenschappelijk vermogen (TIGV) is zo'n oplossing. Het dominante basis-stelsel blijft de scheiding van goederen: de beroepsinkomsten blijven dus gescheiden. Maar de gehuwden maken een mini-huwelijksgemeenschap op maat. Zijzelf - en niet de wetgever zoals in het wettelijk stelsel van gemeenschap van goederen - bepalen wat er al dan niet in hun TIGV wordt gestopt. Zo kan men het gemeenschappelijk potje beperken tot de inbreng van de gezinswoning en de daarbij horende (hypothecaire) schuld.Geen onverdeeldheidEen TIGV is geen onverdeeldheid, maar een doelgebonden vermogen met een bijzondere bestemming. Dit gemeenschappelijk vermogen kan niet zomaar eenzijdig door één van de partijen worden opgeblazen. Geen van beiden kan eisen om uit onverdeeldheid te treden.LET OP! Voor de schuldeisers is deze constructie wél een onverdeeldheid. Zij kunnen beslag leggen op de goederen in dit vermogen en kunnen de verdeling eisen. In geval van schulden gelden volgende regels ten aanzien van de schuldeisers.1. Schulden die een echtgenoot alleen aangaat, zijn door de schuldeisers verhaalbaar op zijn eigen goederen en zijn aandeel in de TIGV.2. Schulden die een echtgenoot alleen aangaat maar in het belang van de TIGV, zijn verhaalbaar op zijn eigen vermogen en de totale TIGV.3. Schulden die de echtgenoten gezamenlijk aangaan zijn verhaalbaar op de totale TIGV en op het eigen vermogen van elke echtgenoot ten belope van zijn/haar aandeel in de schuld.ZaakvervangingVermits de TIGV een doelvermogen is, is het belangrijk dat dit vermogen 'overleeft' als goederen die erin zitten worden verkocht. Zit er bijvoorbeeld een huis in de TIGV en wordt dit verkocht, dan komt de verkoopprijs in de TIGV. Wordt hiermee vervolgens een ander huis of roerende goederen gekocht, dan komt dit/deze in de plaats.Niet noodzakelijk 50/50Beide echtgenoten kunnen vrij bepalen welke eigen goederen (of toekomstige goederen, bv. aankopen die ze tijdens het huwelijk nog zouden doen) ze al dan niet in de TIGV stoppen. Dat moet niet noodzakelijk 50/50 zijn.VOORBEELD. Wim en Sofie zijn gehuwd onder scheiding van goederen. Wim is alleeneigenaar van de gezinswoning. Hij heeft deze woning gekocht net voor zijn huwelijk met Sofie en ging hiervoor een hypothecair krediet aan voor een duur van 15 jaar. Maar gedurende tien van deze 15 jaar heeft Sofie mee de lening afbetaald, hoewel ze zelf geen eigenaar van de woning is. Wim vindt het daarom fair dat de woning deels eigendom wordt van Sofie. Wim zou haar een deel van de woning kunnen verkopen. Maar dat is niet zo eenvoudig! Een verkoop tussen echtgenoten is in principe verboden, tenzij met machtiging van de rechtbank. En bovendien, waarom zou Sofie het huis deels moeten afkopen als ze al zoveel jaar mee de lening heeft afbetaald?Wim zou een deel van de woning aan Sofie kunnen schenken. Maar schenkingen tussen echtgenoten kunnen op elk moment worden herroepen (tenzij ze in het huwelijkscontract gebeuren). Bovendien moeten er dan schenkingsrechten worden betaald.De oplossing. Wim kan eenvoudig de woning inbrengen in een TIGV waarbij hij na de inbreng nog voor 60% onverdeelde eigenaar is van de woning en Sofie voor 40%.Fiscaal voordeligTarief. De inbreng van goederen in een TIGV is fiscaal niet duur. Er moet slechts een algemeen vast registratierecht van €50 worden betaald, zelfs bij inbreng van een onroerend goed.Optimalisatie. Eenmaal één of meerdere goederen in de TIGV werden ingebracht, kunt u - net als in een stelsel van wettelijke gemeenschap - rond de TIGV clausules inbouwen die de langstlevende huwelijkspartner beschermen als de andere overlijdt. Zo kan een langst-leeft-al-heeft-clausule worden toegevoegd of een keuzebeding. Dit laatste laat dan weer toe fiscaal te optimaliseren op het vlak van de successierechten.In Vlaanderen, en sinds 1 januari 2014 eveneens in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (in Wallonië is er een goedgekeurd wetsontwerp), geldt een vrijstelling van successierechten tussen echtgenoten voor wat de gezinswoning betreft. De langstlevende partner die gehuwd is met scheiding van goederen en toevoeging van een TIGV met daarin de gezinswoning, kan in toepassing van het keuzebeding de woning naar zich toetrekken in volle eigendom vrij van successierechten. Zo blijft men gehuwd volgens de spelregels van scheiding van goederen (ieder zijn eigen beroepsinkomsten) maar bouwt men rond de bestanddelen die in de TIGV zitten toch een solidariteitsgedachte in het huwelijksregime in bij overlijden.Eric Spruyt, notaris, docent KU Leuven en HUB-EHSAL