Ruzie voorkomen

Mijn partner en ik wonen samen. Hij heeft twee kinderen, ik één. We hebben elk de helft betaald van het huis waarin we wonen. Om na ons overlijden ruzie te voorkomen, hebben we een testament opgemaakt waarin we elkaar het vruchtgebruik geven van het halve huis dat niet van de langstlevende is. Pas als we beiden overleden zijn, zullen onze respectieve kinderen over het huis kunnen beschikken. Een clausule waarbij de langstlevende (en nadien diens kinderen) de volle eigendom erft, wilden we niet. Dat zou achteraf zeker tot ruzie leiden.
...

Mijn partner en ik wonen samen. Hij heeft twee kinderen, ik één. We hebben elk de helft betaald van het huis waarin we wonen. Om na ons overlijden ruzie te voorkomen, hebben we een testament opgemaakt waarin we elkaar het vruchtgebruik geven van het halve huis dat niet van de langstlevende is. Pas als we beiden overleden zijn, zullen onze respectieve kinderen over het huis kunnen beschikken. Een clausule waarbij de langstlevende (en nadien diens kinderen) de volle eigendom erft, wilden we niet. Dat zou achteraf zeker tot ruzie leiden. Sinds zes jaar beleef ik een ellendig conflict met mijn jongere zus en haar man over de erfenis van mijn vader. Ze hebben ook mijn moeder tegen mij opgezet. Die is nu 94 jaar en verblijft in een rusthuis. Vooral mijn schoonbroer speelt een weinig fraaie rol. Alle middelen zijn voor hem goed om de volledige erfenis van mijn vader binnen te rijven. Alles heb ik meegemaakt: vervalste akten, advocaten, scènes in de wachtzaal van de notarissen, juridische klachten over en weer, tot zelfs een deurwaarder die me de toegang tot de kamer van mijn moeder verbood. Ik ben nu 68 en weduwe. Ik heb het gevoel voor alles alleen te staan. Al die notarissen en advocaten zijn immers vriendjes van elkaar. De hele affaire heeft me al een fortuin gekost. Het feit dat ik mijn moeder niet meer mag zien, maakt me ziek van verdriet. Op drie jaar tijd moesten wij afscheid nemen van onze twee ouders. Op dat moment zeiden we tegen elkaar: ze moeten trots op ons kunnen zijn. Mijn twee broers, mijn schoonzussen, mijn echtgenoot en ikzelf hebben op geen enkel ogenblik problemen gemaakt. Een goede relatie met elkaar vind ik veel meer waard dan een levenslange ruzie om onbenulligheden. Toen mijn moeder na het overlijden van vader naar een serviceflat verhuisde, wilde ze dat haar huis verkocht werd. Bij de notaris zaten we met zijn allen rond de tafel: mijn moeder, haar zeven kinderen en haar zeven schoonkinderen. Er is nooit een kwaad woord gevallen, omdat we elkaar vertrouwden. Bovendien dachten we allemaal hetzelfde: we krijgen een geschenk waarvoor moeder en vader hard gewerkt hebben en daar mogen we blij om zijn. Mijn broer en ik hadden een eerder koele relatie tot het overlijden van onze moeder. Hij en ik waren onwennig en moesten heel wat verwerken. Gelukkig had mijn moeder alles tot in de puntjes geregeld in een soort van handleiding. Mijn broer en ik hebben goed samengewerkt en elkaar de nodige volmachten gegeven om de erfenis te verdelen, een verkoop van de inboedel te organiseren en het appartement te koop aan te bieden. Die samenwerking heeft ons dichter bij elkaar gebracht. We zien elkaar veel vaker en hebben steun aan elkaar. Frieda Hermans (via e-mail)