Ik wacht altijd tot de rotonde vrij is eer ik er oprijd. Is dat verkeerd? De cursiste krijgt wat gegniffel over zich heen, maar de lesgever geeft geen krimp. Hij legt uit dat het verkeer op een rotonde altijd voorrang heeft, maar dat je daarom niet moet wachten tot de rotonde helemaal vrij is. Op die manier houd je het verkeer op.
...

Ik wacht altijd tot de rotonde vrij is eer ik er oprijd. Is dat verkeerd? De cursiste krijgt wat gegniffel over zich heen, maar de lesgever geeft geen krimp. Hij legt uit dat het verkeer op een rotonde altijd voorrang heeft, maar dat je daarom niet moet wachten tot de rotonde helemaal vrij is. Op die manier houd je het verkeer op. In het zaaltje in Brasschaat tel ik 13 vrouwen en 12 mannen. Ze komen luisteren naar Mobi+, de opfriscursus wegcode voor 55-plussers die sinds de start in het voorjaar meteen een groot succes kende. Voor elk van de vier lessen volgt Reinaert, instructeur bij de lokale autorijschool Eeman, hetzelfde stramien. Eerst overloopt hij met de hulp van het handboek en een bord met magneetjes een aantal verkeerssituaties en knelpunten. Vanavond heeft hij het over alcoholcontroles en over het gedrag bij een aanrijding met of zonder gekwetsten (" Een tip: vul uw persoonlijke gegevens en die van uw verzekering en uw rijbewijs vooraf in op uw aangifteformulier"). Vervolgens behandelt hij de regels en de verschillende borden in verband met parkeren en stilstaan (" Als u geregeld bezoek krijgt van dezelfde persoon, mag u zijn of haar nummerplaat gerust aan uw garage hangen. Hij of zij mag dan vóór uw garagepoort parkeren"). Ook de nieuwe wegcode in verband met fietsers en de zone 30 komt ter sprake (" Als er onder het bord met Zone 30 géén beperking in de tijd wordt aangegeven, bijvoorbeeld 7-18 uur, dan geldt de snelheidsbeperking ook 's nachts, in het weekend en tijdens de schoolvakanties"). Na de pauze laat de lesgever foto's van lokale verkeerssituaties zien. Nu pas barsten de vragen, opmerkingen en tips goed los. Mogen fietsers naast elkaar rijden buiten de bebouwde kom? Wat is de toegelaten snelheid op een woonerf? Wat als een vrachtwagen of een bus met zijn lichten knippert? En wat te doen als je in het buitenland een aanrijding hebt en de taal niet spreekt? De opfriscursussen wegcode voor 55-plussers starten binnenkort ook in Brussel en Wallonië. Ze worden verzorgd door instructeurs van erkende rijscholen, die hiervoor een bijscholing volgden. Dat ze veel succes kennen, mag niet verbazen, zegt Georges Van Aarschot van de FAB (Federatie Beroepsautorijscholen van België). "Meer en meer beginnen we in te zien dat leren autorijden een levenslang proces moet zijn. Zeker voor 55-plussers is een opfriscursus van de wegcode en van het rijgedrag zinvol. De meesten hebben hun rijbewijs gekregen zonder rijexamen, soms zelfs zonder theoretisch examen over de wegcode. Vóór maart 1968 kon elke Belg die minimum 18 jaar was, zomaar een rijbewijs afhalen op het gemeentehuis, zelfs voor het rijden met een autobus of een vrachtwagen. Je moest alleen verklaren te kunnen rijden en medisch geschikt te zijn. In maart 1968 is het theoretische examen over de wegcode verplicht geworden, maar het verplichte praktische rijexamen is pas ingevoerd in februari 1977. Sedertdien is het verkeer niet alleen veel drukker en ingewikkelder geworden, de jongste jaren zijn nieuwe situaties, regels en borden in de wegcode opgenomen. Tientallen jaren rijervaring zijn geen garantie. Vaak is autorijden voor ons een automatisme geworden, met het gevaar dat we geen oog meer hebben voor veranderde verkeerssituaties en aanpassingen van de wegcode."Er zijn nog goede redenen om onze verkeerskennis op te frissen."Je wordt zelfverzekerder achter het stuur en dat is belangrijk om bewust mobiel te blijven", pleit Van Aerschot nog. "Aan de cursus is géén toets verbonden, de cursisten krijgen achteraf wel een getuigschrift. Dat kan in de toekomst belang krijgen. Bepaalde verzekeringsmaatschappijen spelen met het idee om een korting te geven aan chauffeurs die zich laten bijscholen of om zulk een getuigschrift te eisen van oudere chauffeurs die bij hen verzekerd willen blijven."Jammer alleen dat de cursus puur theoretisch blijft (vier lessen van 2,5 uur), een praktijkopfrissing op de weg zelf zou zeer welkom zijn. De rijscholen bieden weliswaar zulk een opfrisrijles (in een auto van de school) aan, maar die kost euro50 per uur als u alleen met een instructeur rijdt. Met twee cursisten en een instructeur kost de les euro25 per uur per persoon (elke cursist rijdt dan een halfuur). Na een gesprek waarin de instructeur naar de hiaten in uw kennis peilt, rijdt hij met u op de openbare weg een parcours na, gevolgd door een evaluatie van uw rijgedrag. 1. Rotondes: het verkeer op een rotonde heeft altijd voorrang (verwar een rotonde niet met een rond punt, bijvoorbeeld een straat die onderbroken wordt door een plantsoentje met een standbeeld). Ze is herkenbaar aan een blauw bord met een cirkel van witte pijlen. Op een rond punt geldt de algemene voorrang van rechts. Als u een rotonde oprijdt, hoeft u niet te knipperen. De achterliggende chauffeur kan dan denken dat u de eerste afslag op de rotonde gaat nemen, terwijl dat misschien niet het geval is. Houd links op een rotonde als u pas de tweede of derde afslag nodig hebt. 2. Voorsorteren: wanneer dit wordt aangeduid met een bord en/of op de rijbaan geschilderde pijlen, is voorsorteren verplicht. Kies zo snel mogelijk het juiste vak. Op het laatste moment van richting veranderen, geldt als een zware overtreding. Vooraf uw route uitstippelen (routeplanner) of een gps voorkomt problemen. 3. Afslaan aan kruispunten: om af te slaan mag u aan een kruispunt wel degelijk op het rijvak van de bus of de tram gaan staan, zolang u die bus of tram niet hindert. Een ononderbroken witte streep mag u echter nooit dwarsen. Als u links wilt afslaan en als een voertuig uit de andere richting eveneens naar links wil, dan moet u dat andere voertuig links kruisen. 4. Remmen waar het niet nodig is: bruusk remmen voor een rotonde of voor groene lichten kan levensgevaarlijk zijn. Als u niet zeker bent van uw route, is het beter door te rijden, op een veilige plaats te stoppen en eventueel rechtsomkeert te maken. 5. Oversteekplaatsen voor fietsers: deze worden vaak aangeduid met onderbroken stippen of blokjes. Ze liggen ook vaak naast een zebrapad. Voor de wegcode hebben ze echter niet dezelfde waarde. Voetgangers op een zebrapad hebben altijd voorrang (behalve voor de tram!), fietsers op een zebrapad niet. Fietsers op een oversteekplaats voor fietsers hebben voorrang als ze van rechts komen of als het verkeerslicht op groen staat. 6. Fietspaden langs de weg: fietspaden die langs de weg zijn afgebakend (bijvoorbeeld met een rode of groene kleur), mag u dwarsen als dat veilig kan gebeuren (de fietsers hebben voorrang als ze van rechts komen). 7. Onvoldoende opzij kijken: met het ouder worden hebben we de neiging steeds meer recht voor ons uit te kijken (tunnelzicht). Maak er een gewoonte van om tijdens het rijden vaker opzij te kijken, met uw hoofd te draaien en over uw schouder te kijken, óók op rechte stukken (auto)weg. 8. Onvoldoende kennis van de nieuwe situatie in de eigen omgeving: we zijn het al zoveel jaren gewoon dezelfde ritten te maken, dat we geen acht meer slaan op nieuwe verkeerssituaties die er gekomen zijn (bijvoorbeeld een zone 30). Blijf bewust rijden (en rondkijken), ook in de eigen omgeving. 9. De eigen beperkingen miskennen: lach de invloed van het gebruik van medicijnen op uw rijgedrag niet weg. Vraag advies aan uw dokter en laat zeker eens per jaar uw gezichtsvermogen nakijken. 10. Borden te letterlijk interpreteren: vooral dubbele borden kunnen het ons moeilijk maken. Een omgekeerde driehoek met daaronder een kronkelende pijl bijvoorbeeld, betekent dat u gaat beginnen aan een kronkelend stuk weg, niet dat er meteen een zeer gevaarlijke bocht volgt. "Te veel vertrouwen op je ervaring en routine houdt veel risico's in, als je in winterse omstandigheden rijdt. Vastgeroeste slechte gewoonten leer je nu eenmaal niet makkelijk af", zegt Jean-Noël Vanclooster. Hij is instructeur bij de School voor Automobielbeheersing van Peugeot. Dit centrum werkt met speciaal aangelegde pistes in Nijvel en Francorchamps. Hier kunt u ook als particulier een stage Preventief rijden (1 dag) en Rijden in moeilijke omstandigheden (2 dagen) volgen. Ook deze lessen kennen een groeiend succes. De stage van een dag kan al volstaan voor wie zich zekerder wil voelen bij het rijden in de winter en op een glad wegdek (de stage van twee dagen is eerder bedoeld voor wie zeer intensief op winterse wegen moet rijden). De theorie beperkt zich tot drie kwartier, nadien volgen ruim vijf uur praktijk op de piste in een auto van de school. De piste omvat alle situaties die u op een winters wegdek kunt tegenkomen: trage en scherpe bochten, smalle rijstroken, gladde stukken en plotselinge hindernissen (in de vorm van onverwacht opduikende watergordijnen). U leert op een glad wegdek remmen of een noodstop maken tegen verschillende snelheden, telkens met en zonder ABS (antiblokkeersysteem) en met en zonder ESP (elektronische stabilisatoren). Daarbij registreert een ingebouwd apparaat uw reactiesnelheid en de remafstand. Ook het corrigeren van slechte gewoonten (" de mens maakt het verschil, niet de auto") krijgt veel aandacht: de juiste stand van de zetel, beide handen aan het stuur in een kwart-over-negenstand (niet tien-over-tien!), de handen laten glijden bij een bocht, veel meer rondom u kijken (met het hele lichaam!), de linkervoet op de voetsteun naast de pedalen plaatsen enz. Wanneer we in winterse omstandigheden rijden, keren vijf fouten altijd terug, ook bij ervaren chauffeurs, zegt Jean-Noël Vanclooster. 1. Te snel rijden: 5 kilometer trager rijden maakt al een enorm verschil in remafstand. 2. Blijven kijken naar de hindernis: wie slipt of op een glad wegdek komt en ineens een hindernis ziet opdoemen (een vangrail, een geparkeerde auto, een muur...), wordt als het ware aangetrokken door de hindernis en rijdt er dan pal op. De juiste reactie is anders: meteen uw ogen weghalen van de hindernis en kijken naar de uitwijkmogelijkheden links of rechts van de hindernis. U wordt automatisch rustiger. 3. Pompend remmen bij een slippartij: het grote misverstand! Pompend remmen is een verkeerde reactie. Heeft uw auto ABS, dan moet u bij het slippen juist zo keihard en zo snel mogelijk op de rem gaan staan. ABS is precies daarvoor gemaakt. Als u pompend remt, gaat de ABS-functie niet of nauwelijks werken. Heeft uw auto geen ABS, dan is de verstandigste reactie één keer heel hard te remmen en nadien gedoseerd te remmen. Als u meteen pompend remt, verlengt u de remafstand aanzienlijk. 4. Niet-preventief remmen: in winterse omstandigheden is anticiperen nog belangrijker dan anders. Concreet: zodra u met uw rechtervoet het gaspedaal lost, moet u de gewoonte aannemen die voet onmiddellijk boven (niet op) het rempedaal te houden. 5. Bij het slippen de koppeling niet induwen: de beste eerste reactie bij een slippartij bestaat uit drie gelijktijdige handelingen. keihard remmen, wegkijken van de hindernis en de koppeling induwen. Door het induwen van het kop Ludo Hugaerts