Jullie waren helden!"Wanneer Burkhard Schnettler een groepje oud-dienstplichtigen rondleidt in zijn Museum van de BSD in Soest, spitsen vooral de vrouwen hun oren. Mijn man, een held? "Jullie moesten in de winter helemaal naar Bruchhausen marcheren, 35 kilometer in weer en wind, gekleed in een zware mantel en gepakt met soms 40 kilo aan wapens en munitie. Dat was niet gering!"
...

Jullie waren helden!"Wanneer Burkhard Schnettler een groepje oud-dienstplichtigen rondleidt in zijn Museum van de BSD in Soest, spitsen vooral de vrouwen hun oren. Mijn man, een held? "Jullie moesten in de winter helemaal naar Bruchhausen marcheren, 35 kilometer in weer en wind, gekleed in een zware mantel en gepakt met soms 40 kilo aan wapens en munitie. Dat was niet gering!" De mannen, tussen 40 en 60 jaar oud, glimmen van trots. Maar wanneer de conservator vertelt over de soldatencafés in Soest, over Zum Schwarzen Raben en over Der Burghof met zijn séparés, dan krijgt hij "Ssst! Zwijg maar, 't is al goed" als reactie. Burkhard Schnettler is een volbloed Duitser maar zou zeker hoog scoren bij een verkiezing van de perfecte Belg. Hij stapt vlotjes over van Duits naar Nederlands en Frans, en terug. Belgische bezoekers uit pakweg Mechelen en Doornik kan hij toespreken in hun tongval. En hij is vooral het levende geheugen van de periode van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland (BSD). Die begon in 1945 en telde op een gegeven moment 44 000 militairen (2/3de dienstplichtigen, 1/3de beroepsmilitairen). Ze eindigde officieel in juni 2002. Het grootste deel van de garnizoenen was echter al tussen 1994 en 1996 naar België teruggekeerd. Burkhard had een meubelwinkel in Soest, de belangrijkste garnizoenstad ten oosten van de Rijn. Veel van zijn klanten waren Belgische beroepsmilitairen. 35 jaar geleden begon hij met een privéverzameling van alles wat met de dienstplicht en het dagelijkse leven in onze tiende provincie te maken had. Achteraf bekeken een slimme zaak want de materiële herinneringen aan de BSD zijn bezig in ijltempo te verdwijnen. Veel kazernes zijn nu al afgebroken of omgebouwd tot kantoren of flats. Vandaag bevat zijn Museum van de BSD de grootste nostalgieschatkamer voor iedereen die ooit in Duitsland soldaat was. Het privémuseum barst uit zijn voegen en is nu verdeeld over twee locaties: de vroegere meubelwinkel in het centrum van Soest en één van de blokken van de kazerne Kolonel SBH Adam, buiten de stad. De bedoeling is dat het hele museum uiteindelijk naar de kazerne verhuist en zo aan authenticiteit wint. Die kazerne is erkend als monument en daarom één van de weinige BSD-gebouwen die nog volledig intact zijn. Zij het dan dat de verloedering in het uitgestrekte complex zichtbaar aan het voortwoekeren is. Foto's, kentekens, fietsen, uniformen, wimpels, een teletypemachine uit 1963, briefkaarten naar het thuisfront ("Beste groeten van uw zoon Pierre met wie alles nog goed gaat"), de stoere motto's van de eenheden (Résiste & mords, Scutum Belgarum, Hard tegenhard...), verlofkaarten, reisbonnenboekjes voor de DVT (Duitse Verlofgangerstrein), serviezen van de officiersmessen, militaire rijbewijzen, legermedicijnen,... Het hele gesloten wereldje van de BSD komt hier tot leven. In de Adamkazerne is ook een typische milicienskamer heringericht. De britsen, de uitpakking van het materiaal op het bed, de metalen kast, het Enfield 4 MK-geweer, de schoenpoets en de 100 dagenkalender, alles is er nog. Op de twee locaties kunnen bezoekers iets drinken in de Kolbak en de Christoffel, twee soldatenbars met de namen van toen. Duitse bezoekers drinken Belgische bieren, Belgen Duitse schnaps. Voor de rest van dit jaar staat de agenda van Burkhard Schnettler al boordevol. Hij helpt bij de organisatie van reünies en leidt groepen, families en individuele bezoekers langs de plekken in Soest die een rol speelden in het dagelijkse leven van de BSD. "Het is nog nooit zo druk geweest", zegt hij. "Ik zie meer en meer kinderen die hun ouders een nostalgiereisje aanbieden voor hun zilveren bruiloft. Of voor de vijftigste of zestigste verjaardag van hun vader. Meer en meer grootvaders willen ook aan hun kleinkinderen laten zien waar ze bij de troep waren. Allemaal tonen ze de plaatsen van toen graag aan hun vrouw. En in de Kolonel Adamkazerne krijgen zelfs de stoersten de tranen in hun ogen. Van vele vijftigplussers hoor ik dat hun diensttijd in Duitsland een unieke periode in hun leven was. Keihard soms, maar mooi. Voor het eerst waren ze weg van thuis en van moeder. Vaak was het hun eerste reis naar het buitenland, niet zelden ook hun eerste contact met alcohol en meisjes. Op heel korte tijd moesten ze zelfstandig zijn en werden ze geconfronteerd met tucht en groeps-discipline. Tegelijk werden ze opgenomen in een beschermde wereld van samenhorigheid en kameraadschap." Het gevoel van geborgenheid was nog groter bij de beroepsmilitairen, merk ik later die dag in Soest. Daar houdt de Vriendenkring Gepensioneerde Militairen Bondsrepubliek zijn maandelijkse reünie. Voorzitter Daniël Loos geeft uitleg over de recente wijzigingen in de Belgische pensioenwetgeving. "Na het einde van de BSD zijn zo'n duizend Belgische beroepsmilitairen in Duitsland blijven wonen en die hebben nu geen enkele sociale dienst meer", vertelt hij. "Meestal zijn ze hier met een Duitse vrouw getrouwd en hebben ze een gezin gesticht. Zelf ben ik een ook zo'n typisch BSD-product. Mijn vader was beroepsmilitair. Hij is na de oorlog met mijn moeder naar Duitsland gekomen. Ik ben er geboren en heb hier mijn militaire loopbaan gekend. Daarna ben ik met een Duitse vrouw getrouwd en heb al een Duitse kleinzoon. Ik leid nu als stadsgids Belgen in Lüdenscheid rond en ook ik merk dat de nostalgie aan het toenemen is. De BSD, dat was één grote familie. Ik ondervind elke dag dat die hechte band van toen in de samenleving van vandaag ver te zoeken is."Eenzelfde verhaal hoor ik van de oud-adjudanten Pierre Hoekx (53) en Philippe Tordeurs (67). Ook zij hebben in Duitsland een gezin gesticht en zijn er gebleven, maar missen de kameraadschap: "In België is een militaire loopbaan een nine-to-fivejob geworden. Dat is in de BSD nooit zo geweest. Ook in het weekend was altijd een deel van het bataljon aanwezig en er werd altijd wel iets georganiseerd. We hadden onze eigen winkels, bioscopen en jeugdverenigingen. Iedereen kende en hielp iedereen, ook na de dienst."Het terug-naar-de-BSD-verlangen lijkt vooral toe te slaan bij oud-dienstplichtigen vanaf 45 jaar. "Misschien omdat je dan rijper wordt en beseft wat je aan die legerdienst hebt gehad. Of omdat je dan meer tijd krijgt om terug te blikken", denkt Marc Henry (58). Zelf deed hij zijn legerdienst van november 1967 tot oktober 1968. In het luchtafweerbataljon 62A in Essentho maakte hij het grote alarm mee bij de inval van het Warschaupact in Tsjechoslowakije in augustus 1968. Hij is al drie keer naar Duitsland gereisd en tegen het einde van dit jaar wil hij een reünie organiseren: "Misschien idealiseer ik het nu allemaal, maar ik vond mijn legerdienst een unieke periode. Ze hadden me een nachtmerrie voorspeld: slecht eten, bulderende oversten, verloren tijd en verloren geld. In werkelijkheid vond ik geweldige kameraden en echte vriendschap. Ik heb sokken gestopt, gestreken en gewassen en ik moest soms op mijn tanden bijten. Maar dat moest ik later in mijn job als automecanicien ook!"In de Majoor Housiaukazerne in Peutie houdt de vriendenkring van het 6de Bataljon TTR (transmissietroepen) een druk bijgewoonde reünie. Vandaag bestaat dit bataljon niet meer, het is met het opdoeken van de BSD opgesplitst en verdeeld over andere eenheden. Maar de vriendenkring houdt de herinnering levend. Wilfried Sinnaeve is met 76 de oudste deelnemer. Hij lag in Lüdenscheid in 1951-1952. In de Koreaanse Oorlog had de Belgische regering de diensttijd opgetrokken tot 24 maanden, maar in de loop van die twee jaar werd ze onder druk van de publieke opinie opnieuw ingekort tot 21 maanden. Wilfried loopt van tafel naar tafel met zijn fotoalbum maar van zijn lichting is niemand aanwezig. Wat later komt hij toch glunderend terug: "Je gelooft het niet maar ik heb hier de kleinzoon gevonden van iemand die met mij zijn legerdienst heeft gedaan. Hij gaat proberen zijn grootvader mee te krijgen naar de volgende reünie. Vreemd hoor, ik kan me soms niet meer herinneren wat ik gisteren heb gedaan, maar de namen van mijn maten bij het leger ken ik nog allemaal!" nLudo Hugaerts - Foto's: Michel Wiegandt