Naar schatting 1 op de 200 landgenoten heeft een erfelijke genetische aanleg voor hemochromatose of ijzerstapeling. Maar niet iedereen ontwikkelt de ziekte. Dat gebeurt bij ongeveer 1 op de 1.000. "Dat maakt hemochromatose tot een van de meest voorkomende genetische aandoeningen. Vreemd dat het nog steeds zo weinig bekend is bij het brede publiek", zegt prof. dr. David Cassiman, coördinator van het Centrum voor metabole ziekten, UZ Leuven.
...

Naar schatting 1 op de 200 landgenoten heeft een erfelijke genetische aanleg voor hemochromatose of ijzerstapeling. Maar niet iedereen ontwikkelt de ziekte. Dat gebeurt bij ongeveer 1 op de 1.000. "Dat maakt hemochromatose tot een van de meest voorkomende genetische aandoeningen. Vreemd dat het nog steeds zo weinig bekend is bij het brede publiek", zegt prof. dr. David Cassiman, coördinator van het Centrum voor metabole ziekten, UZ Leuven. "Het is eerder een genetische variatie dan een echte ziekte. Meestal ontstaan de problemen rond 40-50 jaar. Bij mannen iets vroeger dan bij vrouwen. Tot aan de menopauze zijn zij via de menstruatie wat beter beschermd. Bij hemochromatose neemt je lichaam te veel ijzer op uit je voeding. Historisch gezien leverde dat mensen met deze genetische mutatie een overlevingsvoordeel op. In tijden van hongersnood en bloedverlies sta je sterker wanneer je meer ijzer uit de schaarse voeding kan opnemen. Maar met onze huidige levensomstandigheden is dat niet langer nodig." Je lichaam kan dat overschot aan ijzer niet zelf afvoeren en slaat het op in organen zoals je lever, pancreas, hart en gewrichten. Wanneer dat aanhoudt, kan dit op termijn leiden tot problemen zoals diabetes, levercirrose of versnelde gewrichtsslijtage (artrose). Specifieke klachten zijn er bij ijzerstapeling niet. Er is eerder sprake van vage symptomen, zoals vermoeidheid, gewrichtslast of gestoorde leverwaarden. Daardoor dachten artsen in het verleden niet altijd meteen aan hemochromatose. "Gelukkig worden de meeste patiënten vandaag in een vroeg stadium opgepikt. Bij een vermoeden van ijzerstapeling kan dit eenvoudig worden opgespoord met een gerichte bloedanalyse en een genetische test. Wanneer genetische aanleg wordt ontdekt, is het belangrijk dat ook de eerstegraads familieleden worden gescreend. Zo kunnen ook zij tijdig worden behandeld", aldus prof. Cassiman. Weinig genetische variaties kennen een eenvoudiger behandeling dan hemochromatose. "Gewoon bloed aftappen, zoals bij een bloeddonatie, verlaagt het ijzergehalte. Bij aanvang moet dat wekelijks. Maar eens je ijzerwaarden op een normaal niveau zitten, kan dat ritme naar omlaag. Bijvoorbeeld door zo'n zes keer per jaar als bloeddonor te fungeren voor het Rode Kruis. De neiging om te veel ijzer op te nemen, blijft immers wel aanwezig. Maar als de behandeling tijdig wordt ingezet - dus voor er schade is - heb je dezelfde levensverwachting als mensen zonder hemochromatose", geeft Cassiman nog mee. Een ijzerarm dieet is niet nodig. "Vitaminesupplementen schrap je wel best van het menu. Zeker vitamine C bevordert ijzeropname. Zuurremmende medicatie vermindert die opname dan weer drastisch en is daardoor een mogelijk alternatief wanneer een aderlating om medische redenen niet kan."