Het is volop Champions League en ook de nationale voetbalcompetitie treedt in een beslissende fase. Maar ook al zit ik uren naar Canvas te turen, al krijg ik tranen in de ogen als ik een kunstenaar als Zidane bezig zie, al word ik regelmatig op een tribune gesignaleerd, toch is het niet meer als vroeger.
...

Het is volop Champions League en ook de nationale voetbalcompetitie treedt in een beslissende fase. Maar ook al zit ik uren naar Canvas te turen, al krijg ik tranen in de ogen als ik een kunstenaar als Zidane bezig zie, al word ik regelmatig op een tribune gesignaleerd, toch is het niet meer als vroeger. U kunt mij regelmatig treffen op Anderlecht, bij KRC Genk, bij Heusden-Zolder waar ik woon, of bij mijn Turkse vrienden van FC Anadol die een tijdje uit competitie werden genomen en ik beleef er nog plezier aan. Maar, tja, hoe zal ik het zeggen... Ik vind mezelf er nogal koeltjes bij zitten. Dat helemaal met je hart bij je ploeg zijn, die drang om samen te winnen - 'wij' hebben gewonnen! - de blinde clubliefde, bij een doelpunt je hartslag voelen versnellen, klappen tot je handen er pijn van doen, vinden dat de scheidsrechter de jongens benadeelt, tijdens de rust een vettige hotdog eten, hopen dat je spelers kampioen worden, dat ze Europees gaan spelen... en stemloos het stadion verlaten. Dát ben ik kwijt. In plaats daarvan blijft het bij stilletjes genieten van mooie bewegingen - van beide ploegen dan nog! û, toegeven als ze aan het knoeien zijn, beleefd applaudisseren. Dat bedoel ik. Ik dacht: het is de leeftijd. Een mens wordt minder onstuimig, bezadigdheid verdringt het vuur. En toch besloot ik op een koude zondagnamiddag maar eens naar Leuven te rijden voor een wedstrijd van OHL, de fusieploeg tussen Oud-Heverlee en Stade Leuven. Bij Stade heb ik als jeugdspelertje nog zelf meegedaan. Niet dat ik een vedette was hoor. Ik had een goede techniek en kon een behoorlijk geplaatst schot afleveren, maar ik was traag, lui en bang om een klap te krijgen. Eerlijk gezegd: ik was zelfs bang om de tegenstander zeer te doen. Het grootste deel van mijn voetbalcarrière heb ik dan ook in een caféploeg gespeeld. En nu zat ik daar te rillen op de tribune. Maar vanaf het moment dat de spelers het veld opliepen, kreeg ik een warm gevoel. Ik genoot van de opwarming, en toen de scheidsrechter de match op gang floot, kon ik mijn voeten niet meer stilhouden. Ik trapte mee, sprong wild op bij het eerste doelpunt, riep iets van 'een brilletje' naar de scheidsrechter bij een betwistbare fase, was het absoluut eens met de strafschop die we kregen en na affluiten bleef ik staan wachten tot alle spelers hun ererondje hadden gelopen en onder mijn applaus naar de kleedkamers terugkeerden. De titel wenkte en... ik was genezen! Ik kan weer juichen en genieten als een kind. Ik ben weer supporter. Ik weet nu dat er diep in mijn hart maar één ploeg heeft bestaan waarvan ik heb gehouden, nog altijd hou en altijd zal blijven houden: Stade Leuven, OHL. Goed, ze spelen momenteel in derde, maar ooit halen ze de top. Dat geloofde ik toen, en dat geloof ik nu opnieuw. Anderlecht - wat zeg ik - Milan, Manchester, begin alvast te beven! Fred Brouwers