Het huwelijkscontract is ook een prachtig instrument van financiële planning. Een kleine ingreep in het contract kan soms wonderen verrichten op het vlak van de te betalen successierechten. Vijf tips die de fiscale pil vergulden.
...

Het huwelijkscontract is ook een prachtig instrument van financiële planning. Een kleine ingreep in het contract kan soms wonderen verrichten op het vlak van de te betalen successierechten. Vijf tips die de fiscale pil vergulden. Alleen al door te opteren voor een bepaald huwelijkstelsel en niet voor een ander kunt u belastingen besparen. U doet fiscaal uw voordeel door gehuwd te zijn onder een (wettelijk) stelsel van gemeenschap van goederen dan wel onder een stelsel van scheiding van goederen. Vanwaar dit verschil? In het stelsel van gemeenschap van goederen (en voor zover het huwelijkscontract geen afwijkende bepalingen bevat omtrent de verdeling van de gemeenschap bij overlijden) valt bij overlijden van één van de echtgenoten slechts de helft van het gemeenschappelijk vermogen in de nalatenschap van de overleden partner. In het stelsel van scheiding van goederen daarentegen komt het totale eigen vermogen van de overleden echtgenoot in de erfenis. Voorbeeld Paul en Nicole zijn gehuwd en hebben 2 kinderen. Paul sterft. Nicole is op dat moment 70 jaar oud. Hun vermogen bedraagt in totaal 800.000 euro. In de hypothese dat ze gehuwd zijn onder scheiding van goederen en het totaalvermogen tot het eigen vermogen van Paul behoort, komt er 800.000 euro in de erfenis. In de hypothese dat ze gehuwd zijn onder een gemeenschap van goederen en het totaalvermogen behoort tot de huwelijksgemeenschap, dan komt er slechts 400.000 euro in de erfenis. De laatste hypothese is fiscaal uiteraard voordeliger. Hoe groot de gerealiseerde belastingbesparing op het vlak van het successierecht precies is, kunt u aflezen in tabel 1, bovenaan deze pagina. Conclusie Wie destijds - om welke reden ook - gehuwd is onder scheiding van goederen doet er goed aan op latere leeftijd zijn huwelijksstelsel te wijzigen en over te stappen naar een stelsel van gemeenschap van goederen. Ook wie al gehuwd is onder een gemeenschap van goederen doet er goed aan de samenstelling van zijn vermogen grondig te analyseren. Het gebeurt soms dat één van de partners een belangrijk eigen vermogen heeft. Het is in dat geval aan te raden deze eigen goederen op een gegeven ogenblik in te brengen in de huwelijksgemeenschap. Voorbeeld Paul en Nicole zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel van gemeenschap van goederen en hebben twee kinderen. Hun gezamenlijk vermogen (huwelijksgemeenschap) bedraagt in totaal 500.000 euro, te weten: a) de gezinswoning voor 300.000 euro en b) roerende goederen (spaargeld en effectenportefeuille) voor 200.000 euro. Daarnaast heeft Paul een onroerend eigen vermogen dat hij geërfd heeft van zijn ouders voor een waarde van 450.000 euro (bijv. diverse appartementen). Paul sterft. Nicole is op dat moment 70 jaar oud. In tabel 2, onderaan deze pagina, vergelijken we per gewest de hypothese waarbij Paul voor zijn overlijden zijn eigen vermogen niet heeft ingebracht in de huwelijksgemeenschap met de hypothese waarbij hij dit wel gedaan heeft. In de rechterkolom brengen we de gerealiseerde belastingbesparing in kaart. Bij het hoger besproken verblijvingsbeding - de langst leeft, al heeft-clausule - valt de huwelijksgemeenschap in zijn totaliteit en in volle eigendom toe aan de langstlevende ouder. Voordeel: de langstlevende is volledig baas over de erfenis en het erfrecht van de kinderen wordt uitgesteld. Nadeel: de clausule valt op fiscaal vlak zeer duur uit! Bij het eerste overlijden betaalt de langstlevende ouder immers successierechten op de hele gemeenschap die hem of haar toevalt. Als nadien de andere ouder ook overlijdt, betalen de kinderen nogmaals successierechten op dat deel. Dit maakt de toepassing van de langst leeft-clausule merkelijk duurder dan de situatie waarbij de nalatenschap gewoon verdeeld wordt volgens de wettelijke erfregels en de kinderen reeds in de eerste nalatenschap een stukje mee- erven. Aan u de keuze... Voorbeeld Het gezamenlijk vermogen van Paul en Nicole (huwelijksgemeenschap) bedraagt in totaal 750.000 euro, te weten: a) de gezinswoning voor een waarde van 300.000 euro b) roerende goederen (spaargeld en effectenportefeuille) voor 200.000 euro c) een appartement aan zee voor 250.000 euro. Geen van beiden heeft een eigen vermogen. Paul sterft. Nicole is op dat moment 70 jaar oud. In tabel 3 (bovenaan deze pagina) vergelijken we per gewest de hypothese waarbij het echtpaar een langst leeft, al heeft-clausule in het huwelijkscontract heeft met de hypothese waarbij dat niet het geval is en de erfenis gewoon krachtens de wet wordt vererfd. In de laatste kolom kunt u de gerealiseerde belastingbesparing aflezen bij afwezigheid van dergelijke clausule. Nota Bene De in tabel 3 afgedrukte successierechten zijn berekend over de twee erfenissen heen, dus inclusief de nalatenschap van de langstlevende echtgenoot. Er werd uitgegaan van een stijging van het vermogen van de langstlevende op datum van zijn/haar overlijden met 10 % doch onder aftrek van de successierechten betaald op de eerste erfenis. Na het lezen van het bovenstaande zult u misschien ontgoocheld zijn. Het gigantische voordeel van de langst leeft, al heeft-clausule op het vlak van het erfrecht, wordt fiscaal zwaar afgestraft. Is er dan geen mogelijkheid om het voordeel van deze clausule te behouden en toch minder successierechten te betalen? Toch wel! Vervang de langst leeft, al heeft-clausule door een zogenaamd keuzebeding (ook wel het alternatief verblijvingsbeding genoemd). Het betreft een nieuw soort clausule die de langstlevende echtgenoot een gigantische vrijheid en tegelijk een groot juridisch én fiscaal comfort biedt. Daar waar het verblijvingsbeding een vrij drastische optie is, biedt het keuzebeding meer souplesse. In plaats van sowieso in alle omstandigheden bij overlijden aan de langstlevende ouder de hele huwelijksgemeenschap in volle eigendom toe te bedelen, komt het keuzebeding erop neer dat in het huwelijkscontract aan de langstlevende diverse vooraf uitgeschreven keuzes worden gelaten over de vererving van de huwgemeenschap. Deze keuzes kunnen o.a. bestaan in de toebedeling van ofwel: a) de helft in volle eigendom en de andere helft in vruchtgebruik (zoals in het wettelijk systeem dus) b) de hele gemeenschap in volle eigendom (het klassieke verblijvingsbeding) c) alle roerende goederen (zoals de huisraad, de spaarcenten,...) in volle eigendom d) alle onroerende goederen (huis, appartement, grond) in volle eigendom, enz. U kunt deze keuzemogelijkheden naar hartenlust uitbreiden. Na het overlijden kiest de langstlevende ouder vrij voor welke optie hij of zij gaat. Met kennis van zaken en rekening houdend met zijn/haar vermogenstoestand of verlangens op dat ogenblik, met de gezinssituatie en, last but not least, met het fiscale prijskaartje van elke keuzemogelijkheid, zal de langstlevende de voor hem/haar geschikte keuze kunnen maken. De langstlevende die bijvoorbeeld graag nog wat wil reizen, kan beslissen om alle spaartegoeden naar zich toe te trekken in volle eigendom maar het vastgoed mee laten vererven voor de blote eigendom door de kinderen. Of omgekeerd, de rusthuisbewoner die zich afvraagt of zijn karige pensioen zal blijven volstaan om de kosten hiervan te dekken, kan beslissen om het vastgoed in volle eigendom te erven zodat hij/zij bij een latere verkoop hiervan de integrale opbrengst op zijn spaarboekje kan plaatsen. Hij/zij hoeft deze opbrengst dan niet met de kinderen te delen. Voorbeeld Het gezamenlijk vermogen (huwelijksgemeenschap) van Paul en Nicole bedraagt in totaal 750.000 euro, te weten: a) de gezinswoning voor 300.000 euro en b) roerende goederen (spaargeld en effectenportefeuille) voor 200.000 euro en c) een appartement aan zee voor 250.000 euro. Geen van beiden heeft eigen vermogen. Paul sterft. Nicole is op dat moment 70 jaar oud. Ze hadden een keuzebeding in het huwelijkscontract. Nicole kiest ervoor om de 200.000 euro roerende goederen in volle eigendom naar zich toe te trekken, als appeltje voor de dorst. Wat de onroerende goederen betreft (de gezinswoning en het appartement aan zee) neemt ze genoegen met een vruchtgebruik op Pauls erfenis (waardoor de kinderen reeds de blote eigendom mee-erven). Haar redenering is: door mijn vruchtgebruik kan ik deze onroerende goederen sowieso blijven gebruiken en als ik ze verhuur is de huuropbrengst voor mij. In tabel 4 (bovenaan deze pagina) vergelijken we per gewest de hypothese waarbij Nicole een gewone langst leeft, al heeft-clausule in haar huwelijkscontract heeft voorzien (en op grond hiervan de hele gemeenschap naar zich toetrekt in volle eigendom) met de hypothese waarbij zij een keuzebeding in het huwelijkscontract heeft opgenomen en enkel de roerende goederen (van 200.000 euro) in volle eigendom naar zich toetrekt . In de laatste kolom vindt u de gerealiseerde belastingbesparing door de toepassing van het keuzebeding. Nota Bene De in tabel 4 afgedrukte successierechten zijn berekend over de twee erfenissen heen, dus inclusief de nalatenschap van de langstlevende echtgenoot. Er werd uitgegaan van een stijging van het vermogen van de langstlevende op datum van zijn/haar overlijden met 10 % doch onder aftrek van de successierechten betaald op de eerste erfenis. Het stelsel van scheiding van goederen heeft een belangrijk nadeel. Na verloop van tijd kan het immers zijn dat het vermogen van de ene echtgenoot veel meer is aangegroeid dan dat van de andere (vaak is dit het geval wanneer de man beroepsactief blijft en de vrouw met de komst van de kinderen haar professionele carrière afbouwt of stopzet). De inlassing van een zogenaamd finaal verrekeningsbeding kan ervoor zorgen dat er op het einde van de huwelijksrit (bij ontbinding van het huwelijksstelsel door echtscheiding of overlijden) een en ander wordt rechtgetrokken. Via de verrekeningsclausule ontstaat in hoofde van de arme echtgenoot een schuldvordering op de rijke echtgenoot. Men kan in deze verrekening zeer ver gaan en bijv. voorzien dat alle zogenaamde aanwinsten (d.i. alles wat men tijdens het huwelijk heeft vergaard anders dan door erfenis of schenking) zullen verrekend worden. In Nederland wordt dit een alsof-beding genoemd. Het echtpaar - hoewel in werkelijkheid gehuwd onder scheiding van goederen - gaat intern met mekaar verrekenen alsof zij gehuwd waren onder het stelsel van algehele gemeenschap van goederen. Zo'n alsof-beding kan een belangrijke fiscale besparing opleveren op het vlak van de successierechten. Voorbeeld Paul en Nicole zijn gehuwd onder scheiding van goederen. Paul sterft. Zijn vermogen bedraagt op zijn sterfbed in totaal 800.000 euro en is samengesteld als volgt: a) een huis gekocht op zijn naam tijdens het huwelijk voor A 300.000 b) een bankrekening van A 375.000 (spaaroverschot uit zijn beroepsactiviteit tijdens het huwelijk) c) een studentenstudio van A 50.000 die hij reeds bezat voor zijn huwelijk d) een effectenportefeuille van A 75.000 die hij geërfd heeft van zijn ouders. Zijn 'aanwinsten' bedragen dus in totaal A 675.000. Nicole beschikt op datum van het overlijden over 100.000 euro aanwinsten (haar spaargeld overgehouden aan haar beroepsactiviteiten). Het alsof-beding levert Nicole als langstlevende echtgenoot een vordering op gelijk aan de helft van het totale vermogen op naam van beide echtgenoten, onder aftrek evenwel van het vermogen dat reeds op haar eigen naam staat. In ons voorbeeld heeft Nicole een vordering van 350.000 euro. Dit bedrag wordt als volgt berekend: 800.000 + 100.000 = 900.000 totaal vermogen : 2 = 450.000 euro - 100.000 (eigen vermogen Nicole) = 350.000. Hoe groot is het fiscale voordeel? De vordering van Nicole betekent dat in Pauls erfenis een schuld aanwezig is van 350.000 euro die van zijn bezit mag afgetrokken worden. De erfenis van Paul wordt dus gereduceerd van 800.000 euro tot 450.000 euro (800.000 - 350.000) wat met-een al een flinke slok op de borrel zal schelen bij de berekening van de door Nicole verschuldigde successierechten. Geen successierechten! Moet Nicole dan geen successierechten betalen op deze vordering? Neen, besliste het hof van beroep te Antwerpen niet zo lang geleden. Een beding waardoor de langstlevende echtgenoot alle aanwinsten verkrijgt, wordt aanzien als een huwelijksvoordeel waarop geen successierechten drukken. Tip Wilt u de werking van het alsof-beding beperken tot het geval van overlijden, dan doet u er goed aan dit uitdrukkelijk te preciseren. Zoniet speelt het ook bij echtscheiding, wat misschien niet altijd de bedoeling is. U formuleert het alsof-beding ook het best facultatief. Hiermee bedoelen we dat de langstlevende de keuze heeft om het beding al dan niet in te roepen. Als het verplichte toepassing krijgt, dan kan dit immers nare gevolgen hebben. Stel even dat in ons voorbeeld Nicole eerst overlijdt. In haar nalatenschap zit de vordering die ze op Paul heeft. Paul zal deze deels (eventueel samen met de kinderen) erven. Hierdoor zou Paul successierechten moeten betalen op... zijn eigen vermogen, wat allicht niet de bedoeling was. n Eric Spruyt, notaris en professor aan de Fiscale Hogeschool te Brussel