Het is 1 november 2011 wanneer de weegschaal 's morgens 97,9 kg aangeeft. Omgerekend levert dat een BMI (Body Mass Index) van 27,7 op. Overgewicht! Ik probeer nochtans veel te fietsen, maar mijn ritten kunnen mijn hoge consumptie van pasta, wijn en kaas niet compenseren. Vroegere afslankpogingen eindigden steevast met een jojo-effect. Het wordt dus tijd voor externe hulp, want ik ben in behandeling voor hoge bloeddruk. Elke kilo minder kan mijn leven verlengen.
...

Het is 1 november 2011 wanneer de weegschaal 's morgens 97,9 kg aangeeft. Omgerekend levert dat een BMI (Body Mass Index) van 27,7 op. Overgewicht! Ik probeer nochtans veel te fietsen, maar mijn ritten kunnen mijn hoge consumptie van pasta, wijn en kaas niet compenseren. Vroegere afslankpogingen eindigden steevast met een jojo-effect. Het wordt dus tijd voor externe hulp, want ik ben in behandeling voor hoge bloeddruk. Elke kilo minder kan mijn leven verlengen. Die externe hulp zoek ik bij Mulamba Van den Hende, loper en lid van het nationale atletiekteam, die drie jaar geleden Generation Fit oprichtte, een samenwerkingsverband van personal trainers. Met een fitness-training op maat en voedingsbegeleiding proberen hij en zijn collega's mensen op een gezonde manier fitter en slanker te krijgen. "Een personal coach is er niet alleen voor topsporters", zegt hij bij het intakegesprek. "We richten ons tot mensen van elke leeftijd die gezonder willen leven, maar dan aangepast aan hun persoonlijke situatie." Mijn eerste opdracht: realistische objectieven stellen. Ik wil op vier maanden tijd 10 kg afvallen, zakken naar een BMI van 25 (22-25 is de veilige zone) en mijn buikje strakker krijgen. De eerste twee doelstellingen vindt de trainer haalbaar, bij de derde heeft hij zijn twijfels. "Op 18 jaar was u wellicht graatmager, maar u bent nu 63", zegt hij. "Uw metabolisme werkt trager en uw spieren zijn niet meer zo strak". Ik kies voor het lifestylepakket: individuele fitnesstraining met de coach (ongeveer 50 minuten), vier consulten bij een diëtiste en een tot twee groepsessies X-biking (een soort van spinning op een fiets met een zeer beweeglijk stuur) per week. Mulamba laat me eerst opwarmen op een fietstoestel, gevolgd door 25 minuten functionele oefeningen. Die zijn gebaseerd op bewegingen van elke dag - iets oprapen, iets uit een hoge of lage kast halen, een zware tas dragen... - maar dan in intense vorm. Alle spiergroepen komen aan bod. Het programma dat de trainer voor mij heeft samengesteld, wil eerst mijn algemene fitheid verbeteren, rekening houdend met een letsel aan mijn linkervoet ("ook voor 50-plussers met fysieke klachten kunnen we een eigen programma maken"). In de latere sessies komen er krachtoefeningen bij, met gewichten en push-up variaties. Na elke oefening krijg ik tijd om te drinken. Ik druip soms van het zweet, maar het doet verdomde deugd. Op de groepssessies X-biking ben ik bijna dubbel zo oud als de oudste deelnemer. Ruth, Mulamba's vriendin en lerares lichamelijke opvoeding, zit vooraan en zegt wat we moeten doen. Ze blijft 45 minuten lang enthousiast glimlachen, terwijl ze ons op meeslepende muziek rechtopstaand laat trappen met verhoogde weerstand of ons wild laat schudden met het stuur. De hartslagmeter gaat soms boven de 160. Het is bijzonder lastig, maar ik wil me niet laten kennen. En dus ligt er op het einde van elke sessie een plasje transpiratievocht naast de fiets. Weer een pak calorieën minder. De consulten met diëtiste Geneal Van Herrewege zijn rustiger. Zij maakt deel uit van Sana, een organisatie die mensen volgens de nieuwste inzichten wil begeleiden naar een gezond voedingspatroon. De meeste principes die ze uitlegt ken ik in theorie, maar ze toepassen is iets anders. Ik krijg opdrachten, voorbeeld dagmenu's, boodschappenlijstjes en persoonlijke tips mee. Alleen de kefir en de quinoa krijgen mijn vrouw (die een beetje meedoet) en ik niet naar binnen, maar verder kost het me eigenlijk niet zo veel moeite om me te houden aan de volgende regels: Elke dag 1,5 liter water drinken, maar liefst niet meer dan twee koppen koffie. Op de nuchter maag een glas water of vers vruchtensap drinken (nog nooit zo veel sinaasappels geperst als de voorbije maanden). Altijd een gezond voor- en namiddagtussendoortje eten. Daarbij moet ik fruit en groenten (rauw, groentesoep, groentesmoothie...) afwisselen. (Te) veel fruit betekent ook relatief veel calorieën (fructose). De saladbar op het werk mag ik combineren met zelfbereide boterhammen of met een koude pastasalade, maar niet met beide samen (te veel koolhydraten). Bij de warme maaltijd het bord vullen met de helft groenten, een vierde koolhydraten (pasta, aardappelen...) en een vierde vis of vlees. Voor de televisie eet ik de rest van de groenten van het avondeten of soep. Elke dag minstens één voedingsmiddel uit een lijst van 20 superfoods eten. Dat zijn producten met veel beschermende stoffen (antioxidanten, vitamines...): broccoli, bloemkool, olijfolie, groene thee, noten, spruitjes, vette vis, rozijntjes, enz. Tot mijn vreugde merk ik dat ook pure chocolade (minimum 70% cacao) op het lijstje staat. In het weekend mag ik zondigen met drie glaasjes wijn (rood en niet wit, wegens de flavonoïden), een stukje kaas en een handvol frieten. Na een goeie maand (half december) merk ik de eerste effecten. Mijn lichaam past zich stilaan aan. Ik voel me fitter en als ik zondig, heb ik snel een opgeblazen gevoel. Ook in de kerst- en nieuwjaarsperiode probeer ik me aan de regels te houden. Begin januari weegt de diëtiste me met een geavanceerde weegschaal. Gejuich: ik weeg nog 93,3 kg, mijn BMI is gezakt naar 26,4, mijn vetmassa naar 21,7%. Alleen de viscerale vetwaarde blijft slecht (13). Het buikvet is nog niet veel verminderd. Spectaculair is echter de metabole leeftijd, het leeftijdsniveau van mijn metabolisme. Ik ben ineens weer 48 jaar! Helaas gaat het dan mis. Door een aanval van lage rugpijn kan ik twee weken niet oefenen en de nieuwjaarsrecepties doen de rest. Eind januari is er nauwelijks een kilootje extra af. Ik moet radicaal terug naar de goede gewoonten van november en december. Midden februari voltrekt het wonder zich dan toch: de ochtendweegschaal toont voor het eerst in jaren een gewicht onder de 90 kg. Eind februari klok ik af op 89 kg en een BMI van 25,2 . Opluchting! Het einddoel lijkt binnen bereik op voorwaarde dat ik het nog wat volhoud. Het buikje is wat gekrompen, maar van een wasbordje is nog lang geen sprake. Als goede coach eindigt Mulamba niettemin met peptalk: "U hebt op vier maanden tijd 9 kg verloren zonder veel honger, u staat scherper en uw eetgewoonten zijn veranderd. Dat is niet niks, u mag trots zijn. Langzaam maar gestaag afvallen blijft de beste methode voor een blijvend resultaat. Het kan zijn dat u er geen grammetje meer af krijgt. Dat betekent dat u uw natuurlijke gewicht hebt bereikt. Het zij zo. Maar blijf bewegen en herval vooral niet in uw vroegere eetgewoonten." Ludo Hugaerts