Achter hun woning in Houdeng-Goegnies in de omgeving van La Louvière, lieten Francine en Claude Ganty een terras op palen bouwen. Omdat hun 15 are grote tuin naar beneden afdaalt, lijkt dit terras nog het meest op een hoge uitkijkpost. Als ze hier op mooie dagen buiten zitten, ontvouwt zich voor hun ogen een landschap vol bloemen en opvallende effecten.
...

Achter hun woning in Houdeng-Goegnies in de omgeving van La Louvière, lieten Francine en Claude Ganty een terras op palen bouwen. Omdat hun 15 are grote tuin naar beneden afdaalt, lijkt dit terras nog het meest op een hoge uitkijkpost. Als ze hier op mooie dagen buiten zitten, ontvouwt zich voor hun ogen een landschap vol bloemen en opvallende effecten. Langs het tuinpad wacht de ene verrassing na de andere. Hoe wild en natuurlijk sommige plekjes ook lijken, over elke plant is nagedacht. Francine en Claude zijn dan ook bijna elke dag in hun aards paradijs bezig. Sinds de bouw van hun woning in 1958 hebben ze de tuin geregeld aangepast. De grootste wijziging kwam er in 1999. Toen lieten ze hun tuin volledig herdenken door een landschapsarchitect. Het romantische gevoel is te danken aan de vele rozen, de vijvertjes, de doorgangen en de tuinpaden, maar vooral aan de treurvormen en de talloze klimplanten. Een blauwceder (Cedrus atlantica glauca pendula) spreidt zijn prachtige naaldtakken beschermend uit, elders laat een goudenregen (Laburnum watereri) zijn lange bloemtrossen hangen. Clematissen, klimrozen, kamperfoelies en winterjasmijn ranken zich vrolijk een weg over bogen en pergola's of klimmen tot in de top van een gastboom. Een welriekende boskamperfoelie (Lonicera peryclimenum) heeft ongegeneerd een oude appelboom overwoekerd en verspreidt op zomeravonden een heerlijke geur. Rond de onderstam van een twintig meter hoge els van honderd jaar oud heeft Claude een draadrooster aangebracht. De klimroos Bobby James is al tot 9 meter hoogte geraakt en leeft in symbiose met de boom. "Mijn grootmoeder had veel klimplanten in haar tuin en zij heeft me geïnspireerd", vertelt Francine. "Zeker de clematissen doen me denken aan de zalige dagen die ik als kind bij haar doorbracht". Een tiental clematissoorten ranken op pergola's en toveren het tuinhuis in de vroege zomer om tot een bloemenzee. Tot de dankbaarste bloeiers behoren grootbloemige variëteiten als Madame Le Coultre (wit), Miss Bateman (wit), Hagley (roze), Jackmannii superba (paars) en The President (purperblauw) en kleinbloemige als Alionushka (roze) en Recta purpurea (wit). Nog meer plezier hebben de eigenaars van de variëteiten Nelly Moser (mauveroze) en Ville de Lyon (karmijnrood) want die kennen nog een tweede bloei in de nazomer. Aan variatie in de klimrozen is evenmin gebrek. Het echtpaar wordt bijna lyrisch wanneer het praat over Madame Alfred Carrière, een witte klimroos met herbloei, en over Rosa Westerland, een soort met grote oranje bloemen in wolken van parfum. Claude en Francine proberen te tuinieren volgens ecologische principes. Om onkruidbestrijders te vermijden, hebben ze elk stukje blote grond bedekt met bloeiende bodembedekkers in een grote verscheidenheid. Kruiproosjes (vooral de variëteit Nozomi), maagdenpalm, Pachysandra (mooi gevormde blaadjes en blauwe bloempjes) en geel penningkruid (Lysimachia nummularia Aurea) scheppen kleurrijke tapijten. Ook onder bomen en struiken wordt de grond bedekt door varens en door schaduwminnende soorten die toch mooi bloeien zoals duizendknoop (Polygonum), Persicaria virginiana (bloeiende aren van augustus tot laat in de herfst), klokjesbloemen (Campanula), nagelkruid (Geum rivale) en Rodgersia podophylla (roomwitte bloemschermen). In de steeds verder afdalende tuin vinden we nog meer romantiek aan de twee vijvers. De hoogste is aangelegd, de onderste is een natuurlijke poel. De oevers zijn beplant met wilde borders die weggelopen lijken uit een impressionistisch schilderij: irissen, Astilbes in drie kleuren, daglelies (Hemerocallis), holpijpen (Equisetum japonicum), wederik en de enorme bladeren van Gunnera manicata. In het water gedijen roze waterlelies en de rietsoort Typha maxima. Alleen elfjes en kabouters ontbreken om het sprookjesplaatje compleet te maken. Maar misschien hebben zij zich voor ons verstopt...? Ondanks al die romantiek ontbreekt het bij Claude en Francine niet aan strak geschoren buxussen, in vorm gesnoeide taxushagen en andere hedendaagse tuinelementen. Het contrast is gewild en valt vooral in de onmiddellijke omgeving van het huis op. Aan de zijkant van het huis botsen we zelfs op een Japans zentuintje. Rond een vloer van rotskeien in geometrische vormen staan slechts enkele solitaire boompjes en planten in een sobere opstelling: buxus, een laag gehouden Japanse esdoorn (Acer palmatum), een Catalpa, een spiraeastruik, wat bamboe en de prachtige geelgroene esdoornsoort Acer shirasawanum Aureum. Juist door hun soberheid vallen ze extra op. Een combinatie van strakke vormen met een rijke bloei vinden we onder het grote houten terras op palen. Aan de voet waaieren vijf hoge taxushagen uit elkaar in de vorm van een ganzenpoot. Vanop het terras leiden de hagen de blik als vanzelf naar de afhellende tuin. De ruimte tussen de hagen is opgevuld met zowel kleine als reuzenbloemen. Klein zijn bloemen van de Polyanthastruikrozen en van de sierui Allium oreophilum, groot de irissen en de drie soorten Agapanthus. Chocoladekleurige irissen en witte stamrozen zijn bijkomende blikvangers. Deze laatste zijn zodanig op de stam geënt en gesnoeid dat ze op rozenboompjes lijken. Dat een tuin met zulke contrasten en variaties veel werk vraagt, zullen Claude en Francine niet ontkennen. Alleen al het snoeien van de buxus- en taxusvormen en het onderhoud van de armaturen waarop de klimplanten zich hechten, zijn klussen waarmee ze niet op een dag klaar zijn. Als het weer een beetje meevalt, is Claude elke dag van 's morgens in de weer. Achter in de tuin kweekt hij ook groenten en aardappelen in een moestuin en in een serre, en bovendien zet hij zich in de gemeente in als compostmeester. Francine werkt 's namiddags in de tuin. Elk jaar plant en verplant ze om de kleuren en vormen nog harmonischer te krijgen. Op plantenbeurzen zoekt ze naar die ene variëteit of die ene kleur die net ontbrak. Ook dit jaar is ze met een nieuw project gestart: een hoekje met siergrassen in een opvallende mix van volumes en tinten. "Er is veel werk, dat is waar, maar dat is tegelijk genieten", zegt het echtpaar enthousiast. "En we gaan vrijwel nooit op vakantie. Dat hoeft niet, want onze tuin heeft alles. Na het werk is er altijd wel een plaats in huis of in de tuin waar we samen zitten om uit te blazen en onze zintuigen op te laden."Behalve hun terras hebben Francine en Claude ook nog eens twee zithoeken in de tuin, een buiteneethoek en drie zithoeken binnenshuis. In de loop van het jaar verhuizen ze als het ware telkens naar een ander deel van hun woning om te genieten van het stuk tuin dat in dat seizoen het mooiste is. Hun wintersalon bijvoorbeeld kijkt uit op een winterjasmijn en mahoniestruiken die in januari en februari bloeien. "Van stress en files hebben we nooit last en aan bezienswaardigheden hoeven we nooit aan te schuiven. We hebben hier 365 dagen per jaar spektakel." n Claude en Francine Ganty zetten hun tuin open op 24 juni en 1 juli, telkens van 10 tot 18 uur. Toegang: euro 3. In juni en juli zijn groepen (10 tot 15 personen) welkom na afspraak: Rue Bois de l'Houpette 52, 7110 Houdeng-Goegnies, tel. 064 22 59 11.Ludo Hugaerts - Foto's Bastin & Evrard