Het fenomeen van de nieuw samengestel-de gezinnen neemt in versneld tempo toe. En dus ook de aanwezigheid van stiefkinderen in gezinnen. Van kinderen zou je verwachten dat ze gelijk behandeld worden in ons recht. Niets is minder waar. Het stiefkind is nog vaak het kind van de rekening, letterlijk dan.
...

Het fenomeen van de nieuw samengestel-de gezinnen neemt in versneld tempo toe. En dus ook de aanwezigheid van stiefkinderen in gezinnen. Van kinderen zou je verwachten dat ze gelijk behandeld worden in ons recht. Niets is minder waar. Het stiefkind is nog vaak het kind van de rekening, letterlijk dan. Enkel eigen kinderen erven automatisch (lees: krachtens de wet) van hun ouder(s). Zelfs wanneer tussen stief-ouder en stiefkind een zeer hechte en langdurige band bestaat, erven stiefkinderen niet automatisch. Wie zijn of haar stiefkind iets wil nalaten, moet zelf iets ondernemen. Een testament maken bijvoorbeeld, een schenking doen of het stiefkind begunstigen in een levensverzekering. Elk van deze technieken botst echter op een limiet, namelijk het beschermde erfrecht - de zogenaamde wettelijke reserve - van de eigen kinderen (en van de langstlevende echtgeno(o)t(e)). De stiefouder kan zijn stiefkind enkel iets nalaten uit het beschikbare deel, dit is wat overblijft nadat elk eigen kind zijn wettelijke erfdeel heeft gekregen. Is er één eigen kind, dan krijgt dit minstens de helft van de erfenis, zijn er twee dan krijgen ze elk minstens één derde, drie of meer kinderen krijgen samen drie vierden, enz. De eigen kinderen en de stiefkinderen elk evenveel laten erven kan dus in heel wat gevallen niet. VOORBEELDBruno en Nathalie zijn gehuwd en hebben samen twee kinderen, Louis en Laura. Nathalie heeft uit een vorige relatie nog twee kinderen, Arthur en Aurelie. Als Bruno sterft en hij regelt vooraf niets, dan erven enkel zijn eigen kinderen Louis en Laura (en zijn echtgenote) van hem. Wil hij ook zijn stiefkinderen Arthur en Aurelie via testament iets nalaten, dan kan dit slechts voor minder dan wat zijn eigen kinderen zullen ontvangen. Door het feit dat Bruno zelf twee kinderen heeft, erven Louis en Laura samen minstens 2/3 (elk 1/3). Arthur en Aurelie erven samen het overblijvende derde. Minister van Justitie, Annemie Turtelboom, is volop aan de slag om ons erfrecht te moderniseren, zo blijkt uit haar beleidsnota voor 2013. De eerste teksten zijn al in concept afgerond en zullen allicht in het najaar worden besproken. We beperken ons hier tot de headlines die momenteel in de stijgers staan. 1. De rode draad doorheen de hervorming is het mogelijk maken van een erfrecht op maat, naar de wens van de burger. 2. De erflater zou de mogelijkheid krijgen om via testament te bepalen dat een stiefkind op gelijke voet wordt gesteld met de eigen kinderen. Dit betekent dat er moet gesleuteld worden aan een van de fundamenten van ons erfrecht, de reserve van de eigen kinderen. Zo gaan er stemmen op om een minimumperiode op te leggen waarin de overledene en de stiefkinderen onder hetzelfde dak moeten hebben gewoond. En de Gezinsbond pleit er voor dat de gelijke behandeling van natuurlijke en stiefkinderen geen verplichting mag worden, maar een mogelijkheid. 3. Ook aan het verbod van erfovereenkomsten zou worden gesleuteld. Nu is het - enkele wettelijke uitzonderingen daargelaten - niet mogelijk dat ouders in samenspraak met hun kinderen bij leven de taart reeds verdelen met effect bij overlijden en hierover bindende afspraken maken onder mekaar. Als een stiefkind aangeduid wordt als erfgenaam in een testament, moet het uiteraard ook successierechten betalen. Daar waar de regels van het erfrecht federaal zijn, zijn de successierechten een gewestelijke materie. De afgelopen jaren betalen stiefkinderen in de drie gewesten hetzelfde tarief als eigen kinderen, maar de voorwaarden verschillen! Het maakt een enorm verschil of een stiefkind de tarieven van een eigen kind betaalt of dat van 'vreemden'. In Vlaanderen bijvoorbeeld bedragen de successierechten in rechte lijn 3%, 9% of 27% naargelang de schijf waarin de erfenis valt. De tarieven voor 'vreemden' beginnen ongeveer waar die voor de eigen kinderen eindigen (zie tabel op p. 72). Het tarief voor de successierechten is hetzelfde als voor een eigen kind (tarief 'rechte lijn'): 1. tussen de stiefouder en het stiefkind (de stiefouder is gehuwd met de ouder van het stiefkind) 2. tussen stiefsamenwoonouder en stiefsamenwoonkind (stiefouder en de ouder van het stiefkind wonen samen) 3. tussen de zorgouder en het zorgkind. Deze zorgrelatie wordt wettelijk geacht te bestaan (of te hebben bestaan) wanneer iemand voor de leeftijd van 21 jaar gedurende drie achtereenvolgende jaren bij een andere persoon heeft ingewoond en gedurende die tijd hoofdzakelijk van die andere persoon (of van hem en zijn levenspartner samen) hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen. De inschrijving van het zorgkind in het bevolkingsregister op het adres van de zorgouder geldt als weerlegbaar vermoeden van inwoning bij de zorgouder. NIEUW Tot voor kort speelde de volgorde van overlijden enkel nog een rol bij samenwoners: het successietarief rechte lijn gold enkel wanneer het stiefkind erfde van de stiefsamenwoonouder als de ouder zelf nog leefde. Maar het Grondwettelijk Hof oordeelde op 20 december 2012 dat dit het gelijkheidsbeginsel schendt. De Vlaamse wetgever heeft daarom bij decreet van 5 juli 2013 het probleem opgelost, en dit met retroactieve werking voor alle overlijdens die plaatsvonden sinds 20 december 2012. In het Brusselse Hoofdstedelijke gewest wordt het successietarief 'rechte lijn' uitgebreid tot het kind dat niet afstamt van de erflater, op voorwaarde dat dit kind voor de leeftijd van 21 jaar gedurende zes achtereenvolgende jaren bij de erflater heeft ingewoond en gedurende die tijd van de erflater (eventueel samen met diens echtgenoot of samenwonende partner) de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen. De inschrijving van het kind in het bevolkingsregister op het adres van de erflater geldt als weerlegbaar vermoeden van inwoning bij de erflater. De gelijkschakeling geldt dus zowel als de stiefouder gehuwd is als wanneer hij samenwoont met de ouder, voor zover aan de voorwaarden voldaan is. Ook de volgorde van overlijden speelt geen rol.In het Waalse gewest geldt hetzelfde successietarief als voor een eigen kind: 1. tussen een persoon en een kind van de echtgenoot/echtgenote of de wettelijk samenwonende partner. 2. tussen een opvangouder, (toeziende) voogd of pleegvoogd en het kind dat door die persoon is opgevoed, op voorwaarde dat het kind, voor de leeftijd van 21 jaar en tijdens zes ononderbroken jaren, uitsluitend of hoofdzakelijk van die persoon (of eventueel van die persoon, samen met diens echtgeno(o)t(e)/wettelijk samenwonende partner), de bijstand en de zorg heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen. De volgorde van overlijden maakt in beide gevallen niet uit. Als stiefouder kunt u er ook voor kiezen een schenking te doen aan uw stiefkind. De vraag is dan hoeveel schenkingsrechten het kind daarop zal betalen. In het Vlaamse en het Brusselse Hoofdstedelijke gewest wordt een schenking tussen een stiefouder en een stiefkind steeds belast aan de (enorm) hoge schenkingstarieven die gelden tussen 'andere personen' (personen die vreemd zijn voor mekaar). Zo zal een schenking van een roerend goed (een geldsom, een kunstvoorwerp, enz.) aan een stiefkind in deze gewesten belast worden aan 7%, terwijl een schenking van een gelijkaardig goed aan een eigen kind slechts belast wordt aan 3%. Idem dito voor de schenking van onroerendegoederen waar het verschil in tarief nog aanzienlijker is. VOORBEELDBruno, die in Brussel woont, schenkt een onroerend goed met een waarde van € 200.000 aan zijn eigen zoon, Louis. De schenkingsrechten die Louis moet betalen (tarief rechte lijn) bedragen in totaal € 16.750. Als Bruno datzelfde onroerend goed schenkt aan zijn stiefzoon Arthur, dan moet er in totaal € 118.750 aan schenkingsrechten worden betaald! Enkel het Waalse gewest trekt in bepaalde gevallen het tarief 'rechte lijn' door tot de stiefouderrelatie. In de volgende gevallen wordt het schenkingstarief toegepast zoals het geldt tussen een ouder en het eigen kind: 1. de schenking tussen een persoon en een kind van de echtgeno(o)t(e) of de wettelijk samenwonende partner, ook als de schenking gebeurt na het overlijden van de echtge-no(o)t(e) of partner 2. de schenking tussen een opvangouder, (toeziende) voogd of pleegvoogd en het kind dat door die persoon is opgevoed, op voorwaarde dat het kind, voor de leeftijd van 21 jaar en tijdens zes ononderbroken jaren, uitsluitend of hoofdzakelijk van die persoon (of eventueel van die persoon en diens echtgenoot/echtgenote/wettelijk samenwonende partner samen), de bijstand en de zorg heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen. Eric Spruyt, notaris en docent KUL en HUB Fiscale Hogeschool