U borg stellen voor een zoon of (schoon)dochter is niet zonder gevaar. Als hij of zij niet kan betalen, zal de bank het krediet beëindigen en het integrale saldo bij u komen opeisen. Nadien kunt u dat geld uiteraard wel terugeisen, maar dat verloopt niet altijd zonder problemen.
...

U borg stellen voor een zoon of (schoon)dochter is niet zonder gevaar. Als hij of zij niet kan betalen, zal de bank het krediet beëindigen en het integrale saldo bij u komen opeisen. Nadien kunt u dat geld uiteraard wel terugeisen, maar dat verloopt niet altijd zonder problemen. De wet die op 1 december 2007 in werking trad beschermt de kosteloze borgstellers beter maar het betekent niet dat een borgstelling zonder risico's is. Ze is bovendien enkel van toepassing op overeenkomsten die afgesloten zijn na 1 december 2007. De wet beschermt alleen kosteloze borgstellers, die er dus geen economisch voordeel bij hebben. Ze geldt niet voor de zaakvoerder die zich borg stelt voor de kredieten aan zijn vennootschap. WEETJE Het is de schuldeiser die moet bewijzen dat het niet om een kosteloze borgstelling gaat. De nieuwe wet legt een aantal vormvoorwaarden op aan de borgstelling: - ze moet vastgelegd worden in een geschreven overeenkomst, apart van de eigenlijke hoofdovereenkomst (bijv. de leningsovereenkomst bij de bank). Gebeurt dit niet, dan is de borg nietig. In de borgovereenkomst moet de duur van de hoofdverplichting worden vermeld. Is die voor bepaalde duur, dan moet de duur van het krediet in de borgovereenkomst vermeld worden. Is de hoofdverplichting voor onbepaalde duur (bijv. een kaskrediet), dan mag de borgovereenkomst maximaal 5 jaar duren en dat moet ook zo vermeld staan. LET OP! Het valt te verwachten dat heel wat banken voor het verstrijken van de 5 jaar het krediet zullen opzeggen, omdat er geen borg meer tegenover staat. - de borgsteller moet een aantal vermeldingen met de hand schrijven, namelijk: "door me borg te stellen voor... voor de som beperkt tot... (in cijfers) als dekking van de betaling van de hoofdsom en interesten voor een duur van..., verbind ik me ertoe aan de schuldeiser van... de verschuldigde sommen terug te betalen op mijn goederen en inkomsten, indien, en in de mate dat,... er niet zelf aan heeft voldaan." De borgsteller moet maximaal het bedrag betalen dat vermeld staat in de hoofdovereenkomst, plus interesten. Die mogen niet hoger zijn dan 50% van de hoofdsom. U kunt zich dus nooit borg stellen voor een bedrag dat hoger is dan de schuld. Bovendien mag het bedrag van de borgtocht niet zo hoog zijn dat het "kennelijk niet in verhouding is tot de terugbetalingsmogelijkheden van de borgsteller". Hierbij wordt rekening gehouden met inkomsten én met roerende en onroerende goederen. De schuldeiser moet de borgsteller voortaan minstens één keer per jaar laten weten of de hoofdschuldenaar zijn verplichtingen nakomt. Doet de schuldenaar dat niet, dan moet de schuldeiser de mededelingen die hij daarover doet (bijv. een aanmaning) ook meedelen aan de borgsteller. Als de borgsteller overlijdt, moeten de erfgenamen op de hoogte worden gebracht van de borgstelling. Aanvaarden ze de nalatenschap, dan kan de borgstelling nooit groter zijn dan het erfdeel. Kosteloze borgstellers zijn sinds enige tijd ook beter beschermd bij een faillissement. De rechtbank kan de borgsteller geheel of gedeeltelijk bevrijden (dan moet hij de schuld niet betalen) als de borgverbintenis niet in verhouding is met zijn inkomsten en vermogen. De borgsteller moet dan wel een verklaring afleggen bij de rechtbank van koophandel en bewijsstukken toevoegen waaruit blijkt dat de verbintenis voor hem te zwaar is. Annemie Goddefroy