Bij iemand die in goede gezondheid verkeert, wordt de bloedsuikerspiegel geregeld door de insuline, een hormoon dat wordt afgescheiden door de alvleesklier. Bij een patiënt met diabetes type 2 (de vorm die het vaakst opduikt boven de 40 jaar) wordt er onvoldoende insuline aangemaakt (bij een secretiestoornis) of werkt de insuline niet zoals het hoort (bij insulineresistentie). Een diabetespatiënt moet zijn bloedsuikerspiegel of glykemie dus zelf onder controle zien te houden met behulp van zijn voeding en lichaams-beweging. Lukt dat niet, dan kan hij zijn toevlucht nemen tot geneesmiddelen (orale antidiabetica) of insuline-injecties (insulinetherapie).
...