Besparen op energie is noodzakelijk, zowel voor het milieu als voor onze portefeuille. Daarom wil het energieprestatiedecreet zowel nieuwe gebouwen als gerenoveerde woningen energiezuiniger maken. Bovendien doen de gewesten en de federale regering erg hun best om ook de eigenaars van bestaande woningen en van gebouwen die gerenoveerd werden voor de inwerkingtreding van het decreet aan te moedigen om hun huizen vrijwillig energievriendelijker te maken dankzij financiële aanmoedigingen. En de verbeteringen zelf zorgen ervoor dat de verkoop- of huurwaarde van uw huis stijgt. Het energieprestatiecertificaat is dan ook een troef voor de eigenaars.
...

Besparen op energie is noodzakelijk, zowel voor het milieu als voor onze portefeuille. Daarom wil het energieprestatiedecreet zowel nieuwe gebouwen als gerenoveerde woningen energiezuiniger maken. Bovendien doen de gewesten en de federale regering erg hun best om ook de eigenaars van bestaande woningen en van gebouwen die gerenoveerd werden voor de inwerkingtreding van het decreet aan te moedigen om hun huizen vrijwillig energievriendelijker te maken dankzij financiële aanmoedigingen. En de verbeteringen zelf zorgen ervoor dat de verkoop- of huurwaarde van uw huis stijgt. Het energieprestatiecertificaat is dan ook een troef voor de eigenaars. Het energieprestatiedecreet (afgekort: EPB, van EnergiePrestatie en Binnenklimaat) is de omzetting van een Europese norm en toch verschilt deze norm naargelang het gewest. In Vlaanderen en Wallonië is hij vergelijkbaar, in Brussel iets strenger. In Vlaanderen ging de regelgeving van start begin 2006, Brussel en Wallonië volgden in 2008. Elke woning waarvoor vanaf die datum een bouwvergunning aangevraagd werd of wordt, moest (moet) voldoen aan de norm van het gewest waarin ze gelegen is. Samengevat komt het erop neer dat de woning energiezuinig moet zijn én een aangenaam binnenklimaat moet hebben. Zeer beknopt gezegd en zonder in detail te treden, betekent het decreet: n dat de woning in de winter goedkoop moet kunnen verwarmd worden. Dit kan door een goede isolatie, hoogrendementsbeglazing, een energiezuinig verwarmingssysteem,... en door gebruik te maken van de gratis zonnewarmte die er ook in de winter is. Een goede oriëntatie van de woning, compact bouwen, een warmtepomp, een zonneboiler, zonnepanelen.. het zijn mogelijkheden om tot een energiezuinige(r) woning te komen. Het summum is natuurlijk het passiefhuis dat geen (of slechts een minimale) verwarming nodig heeft. n dat er in de woning voldoende verse lucht moet binnenkomen om de verbruikte lucht te vervangen. Daarbij worden ook geuren, vocht en andere vervuilers naar buiten afgevoerd. Dit kan door natuurlijke ventilatie (met ventilatieroosters), maar ook door mechanische ventilatie (met ventilatoren) waarbij de binnenkomende lucht voorverwarmd wordt door de uitgaande lucht. Hierbij wordt de warmte gerecupereerd en verminderen de warmteverliezen. n dat de woning in de zomer niet te warm mag worden. Koelen met airco kost namelijk veel energie. Een degelijke isolatie, luifels en (buiten)stores verhinderen dat de woning snel en te veel opwarmt. Iets technischer klinken de verplichte isolatievereisten voor nieuwbouw en verbouwing. n De globale isolatiewaarde wordt weergegeven door de K-waarde van de woning. Ze houdt rekening met warmteverlies via buitenmuren, daken, vloeren en vensters. Hoe lager de K-waarde, hoe beter het huis geïsoleerd is en hoe kleiner het warmteverlies. De maximale K-waarde bedraagt K45 in Vlaanderen en Wallonië en K40 in Brussel. n De E-waarde is een maat voor de energieprestatie van de woning. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger de woning is. Dit E-peil gaat op een schaal van 0 (ideaal) tot 700 (zeer slecht). In de nieuwe normen geldt dat een nieuwbouw of een verbouwing een E-peil mag hebben van maximaal 100. Het E-peil hangt af van: de compactheid van de woning, de thermische isolatie, de luchtdichtheid, de ventilatie, de verwarmingsinstallatie en het systeem voor warmwatervoorziening, de oriëntatie van de woning en van de bezonning, de (eventuele) koelinstallatie. De eisen zullen in de nabije toekomst nog verstrengen. Zo zal het E-peil (voor nieuwe woningen) van E100 naar E80 moeten in 2010 in Vlaanderen, in 2011 in Wallonië. Brussel blijft strenger: daar moet het E-peil naar E90 vanaf juli 2009 en naar E70 vanaf juli 2011. n Ook de bouwmaterialen moeten voldoen aan isolatie-eisen: dat wordt aangegeven door de U-waarden van de gebruikte bouwdelen (daken, vloeren, muren,...). De strengere isolatie- en ventilatie-eisen duwen uiteraard de kostprijs omhoog maar dat verschil zal relatief snel worden teruggewonnen, bijvoorbeeld door het feit dat kleinere verwarmingsinstallaties nodig zijn. En doordat er minder verbruikt wordt voor verwarming (ev. koeling) liggen de energie-uitgaven drastisch lager dan in huizen die niet voldoen aan de eisen. Resultaat: meteen lagere energiekosten en toch altijd een aangenaam binnenklimaat. U bezit een woning van enkele jaren oud en u plant geen verbouwingen. Dus heb ik met al die nieuwe reglementeringen niks te maken!, denkt u? Wellicht vergist u zich, want sedert januari 2009 is ook voor de verkoop of de verhuur van een woning een energiecertificaat (voluit: energieprestatiecertificaat - EPC) nodig. Hoe beter de woning scoort op energetisch vlak, dus hoe minder energie ze nodig heeft, hoe hoger de verkoop- of verhuurwaarde. Het EPC is een officieel document dat weergeeft hoe energiezuinig een woning is. Het energieverbruik wordt aangeduid in kwh per m2 en per jaar. De woning krijgt een label, gaande van A (heel energiezuinig) tot E (helemaal niet energiezuinig). Het resultaat wordt ook nog eens op een kleurenbalk op het certificaat aangeduid: die gaat van groen (energiezuinig), via geel (middelmatig) naar rood. Hoe energiezuiniger een woning, hoe hoger de verkoop- en huurwaarde. Wie een woning verkoopt moet dit resultaat aan de toekomstige koper of huurder meedelen, zodat die een energiebudget kan opstellen en het vergelijken met andere huizen. Het certificaat stelt geen bijzondere eisen, maar het heeft dus een directe invloed op de verkoop- of huurprijs, en op termijn dus ook op de waarde van de erfenis van uw kinderen of kleinkinderen. Na een technische controle vult een erkende energie-auditor (zie kader p. 69: Waar vindt u een energie-auditor?) het certificaat in. Bij deze controle worden nagekeken: het dak, de muren, de vloer, de vensters, het isolatiemateriaal en de verwarmingsinstallatie. Er wordt ook rekening gehouden met het bouwjaar van de woning en met de oriëntatie. De controle en de behandeling van de gegevens duurt ongeveer een halve dag. Een energiecertificaat kost de eigenaar tussen de euro200 en de euro250 en blijft 10 jaar geldig. Wordt het huis in deze periode opnieuw verkocht of verhuurd, dan moet er geen nieuw certificaat worden gemaakt. Maar de nieuwe eigenaar of huurder moet wel een kopie van het certificaat krijgen. WEETJE Als er tussen twee controles door bepaalde energie-investeringen gebeurd zijn in de woning, dan kan het wél de moeite lonen een nieuw certificaat te laten opstellen! Als uw woning al wat ouder is, zal ze waarschijnlijk niet voldoen aan de nieuwe normen. Vooraleer u een slecht certificaat krijgt, kunt u beter een energie-audit aanvragen. Een analyse van uw woning zal duidelijk maken waar de grote energievreters zitten, hoe uw energieverbruik kan verlaagd worden en hoe groot de besparing kan zijn. Voor een energie-audit moet u een beroep doen op een energiedeskundige die gespecialiseerd is in woningen. U kunt heel wat tijd besparen door op voorhand de volgende zaken bij elkaar te zoeken: n facturen van gas, stookolie, elektriciteit n facturen en/of technische informatie van reeds uitgevoerde energiewerken (dakisolatie, vernieuwen stookketel of boiler, aanbouw veranda,...) n een schets of een plan van de woning met opgave van de afmetingen van alle buitengevels, deuren, ramen,... Wat krijgt u na de audit?Na de audit bezorgt de energie-deskundige u: n informatie over de mogelijke verbeteringen (muren, dak, vensters), de kostprijs van die verbeteringen en de besparingen die ze opleveren n info over de mogelijke verbeteringen van de verwarmingsinstallatie en de warmwaterproductie, hun kostprijs en de mogelijke besparingen n indien u dit gevraagd hebt informatie over ventilatie en zomercomfort n een fiscaal attest, nodig om gebruik te maken van de fiscale aftrek. Wat ook de resultaten zijn van deze energie-audit, ze verplichten u tot niets. U kunt ze rustig in de kast leggen en... niets doen, maar u kunt ook van deze kans gebruik maken om bepaalde verbeteringen (bijvoorbeeld de meest rendabele volgens het rapport) uit te voeren en te genieten van een lager verbruik en méér comfort. Wat kost het?Een energie-audit kost tussen de euro300 en de euro500, in functie van de grootte van de woning. Maar wie een energie-audit laat uitvoeren heeft recht op een fiscale aftrek van 40 %. Daartoe voegt u het fiscaal attest en een kopie van de factuur als bijlage toe aan de belastingaangifte van het jaar volgend op de audit. Isoleren, de verwarmingsketel vervangen, dubbele beglazing plaatsen, een zonneboiler of fotovoltaïsche panelen laten installeren,... het zijn ingrepen die meteen renderen (minder energieverbruik) en ook blijven renderen in de tijd (beter energiecertificaat, dus een betere huur- of verkoopprijs - lees in dit verband ook het artikel Zijn zonnepanelen interessant voor u?, p. 144). Helaas zijn dergelijke werken niet gratis... U kunt goedkope energie leningen sluiten (meer info bij uw bankier) en soms zelfs renteloze leningen (gepromoot door de overheid) zodat energiebesparende werken ook redelijk snel afgeschreven kunnen worden. De overheid wil het investeren in betere energieprestaties van de woning promoten door het geven van premies voor werken die het energieverbruik verlagen, zoals: n dakisolatie (meest rendabele investering met de kortste terugverdientijd), maar ook voor isolatiewerken aan de gevel, het plaatsen van hoogrendementsbeglazing (dubbele beglazing met een hoge isolatiewaarde) en zonnepanelen (daarover leest u meer in ons Dossier Wonen, p. 144). n het vervangen van een stookketel (gas of stookolie) door een condensatieketel (met een hoog rendement), de plaatsing van een warmtepomp, een zonneboiler, een groendak,... n Voor sommige werken kent de federale overheid een fiscaal voordeel toe, al dan niet aangevuld met premies van het gewest, de provincie, de gemeente en de energieleverancier. Het probleem van de premies is dat sommige gekoppeld zijn aan inkomstenvoorwaarden en dat ze beperkt zijn (tot een bepaald percentage van de factuur en eventueel tot een maximumbedrag). Sommige zijn cumuleerbaar, andere niet. Kortom, het premiesysteem is vrij ingewikkeld. Wilt u duidelijkheid ter zake, dan kunt u twee wegen volgen: 1. U gaat zelf op zoek naar alle mogelijke premies die voor u van toepassing kunnen zijn en op welke werken ze betrekking hebben. Daarna kiest u de prioritaire investeringen die u wilt doen en downloadt u de aanvraagformulieren voor de verschillende premies van het internet. Vergeet vooral niet na te kijken of u de werken door een geregistreerd of erkend vakman moet laten uitvoeren, of u eventueel zelf aan de slag mag gaan. Opgelet: voert u de werken zelf uit, dan maakt u sowieso minder winst omdat de premies en/of fiscale aftrek minder groot zijn en omdat voor een vakman het btw-tarief van 6% geldt maar voor een doe-het-zelver dat van 21%. 2. U laat u adviseren door een specialist, meer bepaald de energieambtenaar van uw gemeente. Soms is dat iemand van de technische dienst, soms van een andere dienst maar in ieder geval weet hij exact welke premies in uw gemeente toegekend worden, hij heeft de nodige formulieren ter beschikking en kan u helpen bij de administratieve rompslomp. Deze werkwijze zal u heel wat tijd en moeite besparen én u kunt er zeker van zijn dat u geen enkele premie of aftrek uit het oog verliest! n Jef Sels