Uit recente cijfers van de Nationale Bank blijkt dat Belgische gezinnen nog nooit zoveel kredieten hebben opgenomen: de som van alle uitstaande schulden heeft het historische record van 128,5 miljard euro bereikt !
...

Uit recente cijfers van de Nationale Bank blijkt dat Belgische gezinnen nog nooit zoveel kredieten hebben opgenomen: de som van alle uitstaande schulden heeft het historische record van 128,5 miljard euro bereikt ! Gelukkig is er de Wet op de Collectieve Schuldenregeling. Bovendien kan de fiscus voortaan een (deel van een) schuld 'onbeperkt uitstellen'.Het woord 'schuldbemiddeling' roept met-een een beeld op van onoverkomelijke financiële problemen. Toch is de bemiddelaar alles behalve een boeman. Hij wil net helpen voorkomen dat de put steeds dieper wordt. "We zouden liever regelaars worden genoemd, of probleemoplossers", zeggen de mensen op het terrein. Jo Van Campenhout en Luc Christiaens zijn allebei fulltime advocaat en schuldbemiddelaar. Een gesprek met hen levert een boeiend beeld op van het werk van, en vooral de mens achter de schuldbemiddelaar. Zij vormen niet de zwaarst getroffen groep maar zij blijven evenmin gespaard, ook al hebben ze misschien een goed pensioen en leven ze al 60 jaar schuldenvrij. De oorzaken liggen - net als bij jongeren - vaak in overconsumptie (te veel kredieten tegelijk), maar vijftigplussers krijgen er nog andere problemen bovenop, die eigen zijn aan hun leeftijd. Zo is het voor hen soms moeilijker om opnieuw werk te vinden. En eens gepensioneerd is er de plotse inkomensdaling, terwijl sommige kredieten nog verder lopen... Zeker als een van de partners wegvalt, zijn de problemen soms niet meer te overzien. Bovenop de financiële, duiken soms ook medische problemen op. En dan hebben we nog niets gezegd over het feit dat ouders meestal bereid zijn hun kinderen een financieel steuntje te geven als dat nodig is, maar dat omgekeerd de bereidheid veel minder groot is. De schulden van ouders zijn vaak het gevolg van het feit dat ze borg hebben gestaan voor hun kinderen. Nog een andere oorzaak van schulden bij iets oudere mensen zijn de successierechten. Het gebeurt dat mensen wel een onroerend goed hebben, maar daarom nog geen liggend geld om de successierechten op hun erfenis te betalen. Soms is het niet makkelijk dat onroerend goed te verkopen omdat er bijvoorbeeld een zakelijk recht op rust of er erfpacht in het spel is. Schuldbemiddeling start met een verzoekschrift tot de beslagrechter. Deze rechter maakt deel uit van een rechtbank van eerste aanleg (er is er één per gerechtelijk arrondissement). Meestal zijn het de OCMW's, het Leger des Heils of de Centra voor Algemene Welzijnszorg die de betrokkene op die mogelijkheid wijzen. De overheid zou best wat meer informatie mogen geven want veel mensen zijn zich er niet van bewust dat er een manier bestaat om uit hun uitzichtloze situatie te raken. Zo'n verzoekschrift is echter verre van een eenvoudig briefje. In Brussel bijvoorbeeld is het een 25 pagina's tellende bundel, met allerlei informatie om de beslagrechter een zo duidelijk mogelijk beeld te geven van de familiale en financiële toestand. De rechter moet dan binnen de 8 dagen beslissen of hij de betrokkene al of niet toelaat tot de procedure van schuldbemiddeling. In de praktijk duurt dit wel wat langer, want meestal stuurt de rechter nog een vraag om bijkomende informatie, waardoor de termijn verlengd wordt. Als hij zijn fiat geeft, duidt hij een schuldbemiddelaar aan die contact neemt met de persoon of familie in kwestie. Neen, het Hof van Cassatie heeft daarover uitspraak gedaan: één schuld is voldoende. Het gaat erom dat die ene schuld ervoor zorgt dat je er financieel niet meer uitraakt. Neen. Daarom raden we aan een exemplaar van het verzoekschrift te laten afstempelen door de griffier. Als de deurwaarder langskomt en de betrokkene toont dit document, dan is de kans groot dat de schuldeiser daar rekening mee zal willen houden. Pas wanneer de beslagrechter een officiële 'beschikking van toelaatbaarheid' heeft uitgesproken, heeft de betrokkene een echt wapen in handen tegen de schuldeisers. Vanaf dat moment moet de schuldeiser zijn schuld aangeven bij de bemiddelaar. Dus: geen deurwaarders meer en geen aangetekende brieven (ingebrekestellingen of aanmaningen). Iedereen wordt op de hoogte gebracht. Zo mag de werkgever het loon niet meer op de rekening van de persoon storten, want dat moet bij de schuldbemiddelaar terechtkomen. Heel belangrijk is ook dat vanaf het moment dat de betrokkene toegelaten is tot de procedure, de intresten stoppen met lopen. Moeten de mensen zelf naar de bemiddelaar komen, of gaat u naar hen? Wij geven er de voorkeur aan zelf naar de mensen toe te gaan. Het maakt het voor hen een stuk makkelijker als ze ons in hun eigen omgeving kunnen ontvangen en wij krijgen op die manier vlugger een beeld van de situatie. Sommige juristen vinden dit een inbreuk op de privacy, maar de ervaring leert ons dat mensen meer op hun gemak zijn als we naar hen toe gaan. Ze hebben daar ook alle documenten bij de hand. De wetgever heeft beslist dat schuldbemiddelaars advocaten, notarissen of gerechtsdeurwaarders moeten zijn of personen die door middel van een accreditatie toegelaten zijn om als schuldbemiddelaar te worden aangesteld (bijv. mensen die in een OCMW werken, of bij het leger des Heils). Een gedegen juridische kennis is zeker nodig, maar dit is maar een deel van het verhaal. Laat ons zeggen dat we één derde jurist zijn en dat de overige twee derden die nodig zijn om onze job uit te oefenen bestaan uit een geheel van vaardigheden zoals empathisch luisteren, makkelijk communiceren, kennis van het sociale landschap (welke hulp hebben de betrokken nodig? naar welke diensten kunnen we hen doorverwijzen?). We zijn ook een beetje psychologen. Want je moet je goed voorstellen dat de mensen die we bezoeken al heel lang in angst en onzekerheid leven. Zij durven amper hun brievenbus nog openen uit schrik voor wéér een brief van een schuldeiser. Het eerste wat vaak op tafel komt is dan ook de stapel of de schoendoos met ongeopende brieven en facturen... Anderzijds moeten wij ook mensen responsabiliseren. Om het met het voorbeeld van de schoendoos aan te tonen: wij vragen hen zelf alles te ordenen, terwijl we dat nochtans in hun plaats mogen doen. Maar dan laat je hen geen restje zelfrespect meer. Verder moeten we ook leren grenzen te stellen. Want hoeveel kansen geef je iemand? Dat is ontzettend moeilijk. Het is een leerproces. In feite zijn er twee belangrijke criteria waarmee we rekening houden: de menswaardigheid en de redelijkheid. Is het menswaardig iemand van 60 jaar een plan van 10 jaar op te leggen? Kan je iemand die leeft van euro 850 in de maand nog iets afnemen? Dat hangt ervan af. Om dit te begrijpen, is een kleine technische uitleg vereist. De wet heeft namelijk twee luiken: een minnelijke regeling en een gerechtelijke. Eerst wordt altijd minnelijk geprobeerd, via de schuldbemiddelaar. Die is niet gebonden aan een termijn. De duurtijd van het schuldbemiddelingsplan is eerst en vooral afhankelijk van de vraag of de betrokkenen hun huis willen behouden of niet. Willen ze hun huis niet verkopen, dan moeten alle schulden terugbetaald worden en dan kan het gebeuren dat het plan 10 jaar of langer duurt. Willen zij wel hun huis verkopen, dan is het mogelijk dat schulden worden kwijtgescholden en dat ze niet alles moeten terugbetalen. Dan kan het plan over een kortere termijn worden gespreid. Bij een gerechtelijke regeling is er wel een termijn bepaald: minimaal 3, maximaal 5 jaar. In de Brusselse Nederlandstalige situatie, die wij het best kennen, wordt zeker 95 % geregeld binnen het minnelijke luik. Dat hangt van het soort schuldeiser af. De huisbaas die nog huur te goed heeft is vaak veel soepeler dan de banken of kredietmaatschappijen. Gelukkig staat of valt het plan niet met de weigering van één schuldeiser. En we kunnen rechtsmisbruik inroepen als bijvoorbeeld een schuldeiser wiens eis maar 3 % van de schuldmassa vertegenwoordigt het plan niet wil aanvaarden. Dit gebeurt alleszins zo in Brussel. In sommige arrondissementen gaat men vlugger over tot een gerechtelijke aanzuivering. Ja, de wet voorziet dit. Als de financiële situatie verandert, kun je het plan laten aanpassen. Mits een eenvoudige brief van de schuldbemiddelaar naar de beslagrechter wordt het plan gestopt. Dan ligt de bal opnieuw in het kamp van de schuldbemiddelaar. Kan iemand een andere schuldbemiddelaar vragen? Ja, dat is mogelijk als er gewichtige redenen zijn. De betrokkene vraagt dit aan de beslagrechter, die kan beslissen om het dossier aan een andere bemiddelaar te geven. Gelukkig gebeurt dit niet vaak. Neen. Het zijn de schuldeisers die de namen doorgeven aan de 'Positieve kredietcentrale van de Nationale Bank'. Daar kunnen wij niets aan doen. Maar die lijst heeft voor ons zeker zijn voordelen. Wij nemen altijd onmiddellijk contact met de Nationale Bank. Zo zijn we soms op de hoogte van heel oude schulden die de mensen vergeten te melden zijn. Dat brengen wij dan meteen in orde. Na de schuldbemiddeling blijven ze nog een jaar op de lijst staan. Onze opdracht is dan echter afgelopen, zodat wij helaas niet op de hoogte gebracht worden of de schrapping al dan niet gebeurd is. Het zou een hele verbetering zijn moest dat wel gebeuren. Ja, in die zin dat de schuldbemiddelaar het bedrag van zijn kosten en erelonen (het ereloon bestaat uit forfaitaire vergoedingen) vooraf neemt van het geld dat opgespaard is op de rekening die hij voor de schuldenaar beheert. Als de inkomsten van de betrokkene lager liggen dan het voor beslag vatbare minimum, wordt ons ereloon ten laste gelegd van het Fonds ter bestrijding van de overmatige schuldenlast. Algemene info over schuldbemiddeling krijgt u bij: FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, North Gate III, koning Albert II laan 16, 1000 Brussel, tel. 02 206 50 51. U kunt er gratis de brochure bestellen Collectieve schuldenregeling - De wet van 5 juli 1998. Of u kunt deze brochure downloaden via www.mineco.fgov.be. Klik achtereenvolgens op 'Economische informatie', 'Publicaties' en 'Catalogus publicaties'. Nationale Bank van België, tel. 02 542 72 00, www.nbb.be (klik op 'Kredietcentrales') Diensten die zich bezighouden met schuldbemiddeling vindt u: voor Vlaanderen via tel. 02 553 34 37 voor Brussel in elk OCMW voor Wallonië via tel. 0800 11 901 (gratis nummer)Bij tijdelijke financiële problemen kunt u aan de bevoegde ontvanger van belastingen vragen om uw schuld gespreid te betalen. Dit verandert echter niets aan de schuld. Zij vermindert niet. In principe kan de fiscus immers geen belasting kwijtschelden. Sinds 1 januari 2005 kan onder bepaalde voorwaarden echter wel een 'onbeperkt uitstel van invordering' worden verkregen. Dan kan de belastingdirecteur een éénmalig bedrag vaststellen dat effectief moet worden betaald, terwijl de rest van de fiscale schuld niet wordt ingevorderd. Echt kwijtschelden is dit niet maar het verschil tussen 'kwijtschelden' en 'onbeperkt niet invorderen' is subtiel: in beide gevallen blijft de schuld in theorie bestaan. Bij kwijtschelding is echter niet voorzien dat de maatregel kan worden herroepen, terwijl bij 'uitstel van invordering' uitdrukkelijk door de wet is bepaald dat de gunst in bepaalde gevallen kan worden herroepen. Voor de belasting zelf is er sinds 1 januari 2005 de mogelijkheid van onbeperkt uitstel van invordering. Nalatigheidsinteresten en belastingverhogingen (zie verder) kunnen wél worden kwijtgescholden, zodat ze definitief niet meer moeten betaald worden. Welke belastingen komen in aanmerking? Enkel personenbelasting waartegen geen bezwaarschrift werd ingediend kan onbeperkt worden uitgesteld. Dat geldt dus niet voor de voorheffingen (met uitzondering van de onroerende voorheffing waarvoor het wél kan), de btw, de verkeersbelasting,... De belastingen gevestigd na vaststelling van fiscale fraude komen evenmin in aanmerking. Hoe verloopt de procedure? Alleen mensen van vlees en bloed - concreet betekent dit: de belastingplichtige en zijn/haar echtgeno(o)te) - kunnen een beroep doen op de genademaatregel. U richt het verzoek per aangetekende brief aan de belastingdirecteur wiens naam en adres u terugvindt op de jaarlijkse 'afrekening', dat is het (gele) aanslagbiljet waarop het precieze bedrag is vermeld dat u moet betalen. In uw brief legt u uit waarom u uw belasting niet kunt betalen. Vanzelfsprekend voegt u zoveel mogelijk bewijsstukken toe. De fiscus bezorgt u een ontvangstbewijs en onderzoekt de aanvraag. De belastingdirecteur kan het verzoek echter enkel in overweging nemen wanneer de schuldenaar te goeder trouw is, zijn schulden echt niet kan betalen en deze toestand buiten zijn wil om is ontstaan. Belastingplichtigen die deze gunstmaatregel al eens hebben verkregen, moeten 5 jaar wachten vooraleer zij een nieuw verzoek kunnen indienen. De belastingdirecteur moet binnen de zes maanden over het dossier beslissen. Bij een negatieve beslissing kunt u binnen de maand beroep aantekenen bij de Beroepscommissie (Koning Albertlaan II 33/40, 1030 Brussel), die op haar beurt binnen de drie maanden uitspraak moet doen. WEETJE Het staat de fiscus vrij, inlichtingen te vragen aan de banken en deze zijn verplicht te antwoorden. Het bankgeheim geldt hier dus niet! Gelden er nog voorwaarden? Slechts 1 voorwaarde staat uitdrukkelijk in de wet vermeld: de verzoeker moet - onmiddellijk of gespreid - een betaling doen van een som. Hoe groot deze som moet zijn, wordt echter niet bepaald. En welke andere voorwaarden de directeur kan opleggen staat evenmin in de wettekst. Kan de beslissing herroepen worden? De wet bepaalt dat de beslissing kan herroepen worden als blijkt dat de belastingschuldenaar: onjuiste informatie gaf de door de fiscus opgelegde voorwaarden niet nakomt zijn benarde financiële toestand heeft 'georganiseerd' bezittingen verbergt voor de fiscus of schulden voorwendt. Nalatigheidsinteresten Belastingen moeten betaald worden binnen de twee maanden na toezending van het aanslagbiljet. Wie te laat betaalt, is intresten verschuldigd (7 % per jaar). In tegenstelling tot de belasting zelf, kan de belastingdirecteur deze nalatigheidsinteresten wél geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. WEETJE In regel wordt geen vrijstelling verleend aan mensen die de hoofdsom (de belasting zelf) gespreid mogen afbetalen. Belastingverhogingen Een belastingverhoging is een straf die de fiscus mag opleggen als geen aangifte werd ingediend, of wanneer een aangifte onjuist of onvolledig was. Wordt er een verhoging opgelegd, dan kan de belastingplichtige een kwijtschelding vragen. Dit kan via de normale bezwaarprocedure of via een verzoek aan de minister van Financiën. Dit laatste kan nog op basis van een oud Regentsbesluit uit...1831! PRAKTISCH U kunt een modelverzoekschrift krijgen bij uw belastingkantoor of het downloaden van de site van de FOD Financiën via www.fiscus.fgov.be. Klik op 'Nieuwigheden', daarna op 'Onbeperkt uitstel' en 'Hoe uw verzoek indienen?' n A Annemie Baekelandt, advocate, Annemie Goddefroy en Jocelyne Minet - Foto's: Eddy Vangroenderbeek