De streek tussen de Monts de la Madeleine en Beaujolais, in het noorden van het département de la Loire, lijkt niet aangetast door het jachtige leven. Ze heeft haar eigen ritme. Het klimaat is soms ruw zoals in de Auvergne, de kerkjes schitteren zoals in de Bourgogne en de dorpjes stralen evenveel charme uit als in de Pierres Dorées. Maar haar grootste aantrekkingskracht gaat uit van de oprechte en gastvrije bevolking.
...

De streek tussen de Monts de la Madeleine en Beaujolais, in het noorden van het département de la Loire, lijkt niet aangetast door het jachtige leven. Ze heeft haar eigen ritme. Het klimaat is soms ruw zoals in de Auvergne, de kerkjes schitteren zoals in de Bourgogne en de dorpjes stralen evenveel charme uit als in de Pierres Dorées. Maar haar grootste aantrekkingskracht gaat uit van de oprechte en gastvrije bevolking. Wie in Roanne passeert, 85 kilometer ten westen van Lyon, brengt een bezoek aan Maison Troisgros, dat is evident . In dit beroemde restaurant houden drie generaties uitzonderlijke chefs al sinds 1930 de culinaire traditie van de streek hoog, maar tegelijk vergeten ze niet op tijd en stond te innoveren. Michel Troisgros is de absolute top: 3 sterren in de Michelingids, 4 in de Bottin Gourmand en een score van 19/20 in de GaultMillau. Zijn cuisine acidulée en vooral zijn zalm met zuring zijn wereldberoemd. En in het indrukwekkende keukenlaboratorium waar monsieur Troisgros de gastronomische grenzen verlegt, zetten een twintigtal jonge culinaire experts hun eindeloze zoektocht naar nieuwe smaken onverminderd voort. De meester-kok is een kunstliefhebber maar ook een mecenas en een ambassadeur van zijn streek. Hij geeft graag toe dat de kwaliteit van zijn keuken veel te danken heeft aan de producten waarmee hij kan werken. Zowat alles hier draagt het label bio of agriculture raisonnée. Troisgros is het middelpunt geworden van een legertje kaasboeren, chocolatiers, producenten van foie gras en andere specialisten die de eretitel Meilleur Ouvrier de France voeren. En dan zijn er natuurlijk ook de vele discipelen van de grote chef die nu op eigen vleugels vliegen en het gastronomische landschap met hun talent verrijken. Elke vrijdagochtend verzamelen boeren en kleine producenten zich op de markt van Roanne, tegenover de schouwburg. Er is keuze in over-vloed. Een handvol cantharellen wordt gewogen, mosterdblaadjes worden besnuffeld, een stuk Charolais of een zanderfilet wordt met zachtheid verpakt. Je krijgt de indruk dat heel de stad een feestmaal voorbereidt. Op zaterdag is het dan weer druk in de voetgangerszone van de rue Charles de Gaule (in de volksmond rue du Lycée) en de rue Maréchal Foch (rue du Commerce). Dankzij de textielnijverheid kende de stad in de sixties een grote bloei. Die tijd is voorbij maar grote namen als Carré Blanc, Devernois en Marcel Griffon hebben hier nog altijd hun hoofd-kwartier en hun fabriekswinkels. Hoewel de bevolking van Roanne in aantal is teruggelopen, is de stad mooier dan ooit. De gerenoveerde Place Saint-Etienne is een explosie van kleur. Recent opgegraven Gallo-Romeinse ovens, de donjon van een middeleeuws kasteel, vakwerkhuizen, gebouwen in renaissancestijl en enkele fresco's vormen de trots van de oude historische kern. Langs de uitgestrekte kaden aan beide oevers van de Loire liggen plezierboten die afgezakt zijn uit Digoin, tussen het Canal du Centre en het Canal de Bourgogne. En voor 's avonds is er de Scarabé, een futuristisch bouwwerk dat eind 2008 zijn deuren heeft ge-opend en dat nu concerten, voorstellingen en congressen ontvangt. Op zaterdag brengen we een bezoek aan één van de tradities van Roanne, het Maison Pralus, de tempel van de beroemde Pralulines. De brioche au pralines (geroosterde amandelen en hazelnoten in roze suiker) die in 1955 door Auguste Pralus werd gecreëerd, is vaak nagemaakt maar nooit geëvenaard. Vandaag moet ze de schijnwerpers wel delen met de verrukkelijke bonbons van zoon François, een even sympathiek en begaafd vakman als zijn beroemde vader. Een populaire activiteit op zondag is een wandeling naar de stuwdam van La Tâche, in de gemeente Renaison. De 19de-eeuwse dam, omgeven door hoge Douglas-sparren, is een magische plek en de fruitige wijn die hier in de Côte Roannaise wordt gemaakt - sinds 1994 een AOC - dankt zijn adelbrieven aan gepassioneerde wijnboeren als Robert Sérol en zijn zoon Stéphane. Hun wijn prijkt ook op de kaart van Michel Troisgros, die zelfs zijn eigen perceel in de wijngaarden heeft. Voor een stukje kaas bij de wijn, moet u op de heuvel zijn, in het middeleeuwse dorpje Saint-Haon-le-Châtel, omgeven door resten van oude vestingmuren. Hier, in het heiligdom van kaasmeester Hervé Mons, liggen niet minder dan 200 verschillende kazen te rijpen, bijna allemaal van rauwe melk gemaakt. Een mooiere selectie van de in totaal 450 variëteiten die Frankrijk rijk is, zult u niet makkelijk vinden. En ook de vakwerkhuizen met namen als A la fleur de lys (In de leliebloem) of Au cadran solaire (In de zonnewijzer) zijn een feest voor het oog. Het mooiste deel van de streek van Roanne vormen ongetwijfeld de Gorges de la Loire, ten zuiden van de stad. Hier is de langste rivier van Frankrijk nog wild. Hier kronkelt hij in spectaculaire meanders (mis voor-al die van Pet d'Ane niet) tussen de rotsen, langs bossen en middel-eeuwse dorpjes. In Villerest à Pommiers, Saint-Jean-Saint-Maurice en Saint-Priest-la-Roche heeft de tijd stilgestaan. En het Château de la Roche komt recht uit een sprookje. Verder naar het noorden wacht Le Crozet, een versterkte vesting uit de 13de eeuw, hoog op een rots. Een speelgoeddorpje is het, met een renaissancesfeer en prachtige huizen zoals het Maison du Connétable Bourbon of Maison Jean Papon. Het kleine museum, in een torentje uit de 15de eeuw, bezit onder meer een verrassende verzameling gastronomische menu's. En in de Auberge de la Gandelière maken Florence en Alain Gontard ganzenlever 'puur natuur'. Even verderop, voorbij Ambierle met zijn benedictijnerkerk met een dak van geglazuurde pannen, ontdekken we La Bénisson-Dieu, een slaperig dorpje aan de Teysonne met in zijn hart een mooie abdij. En dan is er nog Charlieu, op de oostelijke oever van de Loire. Dit stadje met middeleeuwse accenten (Hôtel-Dieu, Musée de la Soierie, benedictijnerabdij,...) is trots op zijn originele worst, de andouille. En wie een glaasje gezond water kan gebruiken, zakt af naar Saint-Alban, een oud kuuroord waar nog altijd lichtparelend water uit de grond borrelt. Tekst en foto's: S. Dauwe & J.J. Serol Pepite Photography