Memphis, dé muziekstad bij uitstek, is het startpunt voor mijn muzikale queeste langs Highway 61. Nergens ontstonden zoveel verschillende muziekstijlen als hier, in het diepe zuiden. Zonder Memphis geen blues en geen rock-'n-roll. Bezoekers stromen samen op het landgoed Graceland, de voormalige woonplaats van Elvis Presley en bedevaartsoord voor de King. Of in de legendarische Sun Studio en bij Stax Records, waar oude opnames het verleden tot leven brengen. In Beale Street zetten straatmuzikanten al een eeuw de toon.
...

Memphis, dé muziekstad bij uitstek, is het startpunt voor mijn muzikale queeste langs Highway 61. Nergens ontstonden zoveel verschillende muziekstijlen als hier, in het diepe zuiden. Zonder Memphis geen blues en geen rock-'n-roll. Bezoekers stromen samen op het landgoed Graceland, de voormalige woonplaats van Elvis Presley en bedevaartsoord voor de King. Of in de legendarische Sun Studio en bij Stax Records, waar oude opnames het verleden tot leven brengen. In Beale Street zetten straatmuzikanten al een eeuw de toon.Diep in de Mississippidelta volg ik Highway 61, ook de Blues Highway genoemd. De eerste halte is Tutwiler, een vergeten gehucht dat zijn bestaan dankt aan de Yellow dog-spoorlijn. Volgens de overlevering hoorde WC Handy in 1903, terwijl hij op dit perron op een trein wachtte, de vreemdste muziek ooit. Een man be speelde de slide-gitaar met een glijdend mes en zong. Handy baseerde later zijn eerste song hierop en die geldt als de allereerste blues. Enkele jaren later, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, stond WC Handy al bekend als de vader van de blues. Nu kleuren graffiti de blinde muren met heroïsche notenladders en portretten van Sonny Boy Williamson, die andere grootheid die vlakbij begraven ligt. Een blauw bordje van de Mississippi Blues Trail markeert de historische plek, maar glamour lijkt ver weg. Dichtgespijkerde ramen, lege straten, roestige caravans met een te grote pick-up truck voor de deur. Tutwiler heeft de blues.Levendiger gaat het er aan toe in Dockery Farms, de historische plantage langs de Sunflower River waar Charley Patton uit katoenplukkers geboren werd. Lang voor de aanleg van de snelweg ontsloot de spoorlijn de delta voor avonturiers, ondernemers en muzikanten. Will Dockery begon in deze wildernis in 1895 bossen te rooien. Dik tien jaar later werkten er 2.000 arbeiders op zijn plantages. "Dockery betaalde relatief goed, er was een gezondheidscentrum voor de katoenplukkers en een ontsluiting per spoor", vertelt de gids. Elke betaaldag was een feest. Uit die gelegenheidsmuzikanten werd een ster geboren: Charley Patton, een ongeletterd knechtenkind en de eerste bekende bluesmuzikant.Via de spoorweg veroverde hij de delta, met in zijn zog de jonge Robert Johnson en Howlin' Wolf. "Charley was tight", vertelt Bill Lester, de gepassioneerde liefhebber die bezoekers rondleidt langs de resterende plantagegebouwen. "Tight is véél cooler dan cool". Patton, een Jimi Hendrix avant la lettre, verdiende goed geld met zijn optredens in schuren en juke joints, de informele muziekbars waar vooral Afro-Amerikanen kwamen. "Elke toeschouwer betaalde 25 cent. Op grote plantages speelde hij voor duizend mensen, 250 dollar was toen een fortuin!" Maar zoals het in de blues gaat, stierf de gokkende rokkenjager eenzaam en berooid. "Geen kist, geen graf."Robert Johnson, volgens Eric Clapton de invloedrijkste bluesmuzikant aller tijden, heeft dan weer drie graven. Een kort leven gevat in legendes. Volgens getuigen verkocht hij op een kruispunt zijn ziel aan de duivel voor muzikaal supertalent. Werd hij vergiftigd door een bedrogen echtgenoot of door zijn eigen vriendin? En ligt hij begraven bij de Little Zion-kerk of op een van de andere vermoedelijke begraafplaatsen bij Greenwood?Feit is dat hij één van de stichtende leden is van de 27-Club - het trieste kransje populaire muzikanten die niet ouder werden dan 27, waartoe ook Jim Morrison, Kurt Cobain en Amy Winehouse behoren. Als eresaluut liggen lege whiskyflessen op zijn graf, een bescheiden steen in de schaduw van een majestueuze pecanboom.Zelfs een staatsgevangenis kan een bedevaartsoord worden, zo bewijst Parchman Farm, een hoog beveiligde gevangenis bezongen door Bukka White, Son House en vele anderen die er een harde tijd hadden. Op de eindeloze katoenplantages versmolten werkliederen, Mexicaanse gitaren en Afrikaanse ritmes tot de vroegste vorm van blues. Het Delta Blues Museum in Clarksdale, op het kruispunt van Highway 61 en 49, biedt inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de blues. Toch is het vooral op straat en in de juke joints, met muzikanten van vlees en bloed, dat de muziek tot leven komt."Toen ik mij hier tien jaar geleden vestigde, was downtown Clarksdale dood", vertelt Roger Stolle, eigenaar van muziekwinkel Cat Head Delta Blues & Folk Art. "Men verklaarde me gek". Passie voor de pioniers bracht hem naar het legendarische kruispunt, van de grootstad naar de delta. Talloze muzikanten passeerden langs de Blues Highway via Clarksdale naar Chicago ver in het noorden. Nu openen er downtown Clarksdale koffiehuizen, kunstgalerijen en platenwinkels. Het bluestoerisme boomt. Bluesclub Ground Zero, pal tegenover het museum, is de place to be. De burgemeester en Morgan Freeman zijn eigenaars, een bus Duitse toeristen en veel locals happen er een hamburger en een erg verteerbaar optreden weg.In Red's, een traditionele juke joint aan de spoorwegoverweg, ga ik ondergronds. Een handvol tafeltjes, rood licht als in een donkere kamer, bier uit flesjes en een zeer gevarieerd publiek van Lionel Richie lookalikes, stamgasten en Australische rugzaktoeristen. De stokoude bassist mankt, de drummer lijkt in trance en een tiener steelt de show. Een biertje krijgt hij de komende zeven jaren nog niet, maar King Fish ontpopt zich tot een gitaarwonderkind. De veertienjarige speelt solo, doorleefd en virtuoos. "Nu is hij in zijn sas", glimlacht zijn moeder verlegen. Ze grijpt de microfoon en heft hartverscheurend Ain't no sunshine aan.Midden in de velden parkeren we diep in de nacht bij een uitgeleefde koterij. De barak hangt met haken en ogen aan elkaar, maar hier woont al tientallen jaren Po'Monkey. Elke donderdagavond tovert luide livemuziek zijn schamele woonkamer om tot een authentieke juke joint, één van de laatste plekken waar de traditie van de woonkamerconcerten overleeft. Ga erheen voor het te laat is.Jo Fransen