De zuurbes of Berberis is een bijzonder veelzijdige sierstruik. Eigenlijk moeten we over een hele familie spreken, want de naam Berberis staat tegenwoordig voor een grote verscheidenheid aan soorten en variëteiten. Eén ervan, de Berberis vulgaris, komt bij ons zelfs in het wild voor. Sommige houden hun blad het hele jaar, maar de soorten met de mooiste rode of roodbruine bladeren zijn 's winters (bijna) kaal. De bloemen verschijnen meestal midden of eind april en kunnen tot een eind in juni duren. Hoe mooi ze zijn, ziet u pas goed als u ze van dichtbij bekijkt. De hoofdkleur (geel, goudgeel ...

De zuurbes of Berberis is een bijzonder veelzijdige sierstruik. Eigenlijk moeten we over een hele familie spreken, want de naam Berberis staat tegenwoordig voor een grote verscheidenheid aan soorten en variëteiten. Eén ervan, de Berberis vulgaris, komt bij ons zelfs in het wild voor. Sommige houden hun blad het hele jaar, maar de soorten met de mooiste rode of roodbruine bladeren zijn 's winters (bijna) kaal. De bloemen verschijnen meestal midden of eind april en kunnen tot een eind in juni duren. Hoe mooi ze zijn, ziet u pas goed als u ze van dichtbij bekijkt. De hoofdkleur (geel, goudgeel of oranje) speelt vaak een subtiel spel met mauve vlekjes. Vele soorten tooien zich vanaf augustus ook nog eens met rode, blauwe, witroze of violette bessen. Een zuurbesstruik wordt bovendien zelden hoger dan 2 meter en dat maakt deze heester ook interessant voor kleinere tuinen. Al die kwaliteiten hebben hun prijs: vrijwel alle zuurbessoorten hebben vervelende doornen. Dat maakt ze weliswaar zeer geschikt als haag maar het vereist wel dat u stevige tuinhandschoenen (én een lange broek) aantrekt wanneer u ze snoeit of in hun omgeving werkt. l Berberis ottawensis Superba (onze foto): bladverliezend, trossen gele bloemen met mauve vlekjes en rode kelkblaadjes, purperrode bladeren en rode bessen. l Berberis darwinii: bladhoudend met bladeren die bovenaan donkergroen en onderaan lichtgroen zijn, bloeit al vroeg in april met dichte trossen gele bloemen, vraagt wel een beschutte standplaats. l Berberis buxifolia nana: groenblijvend dwergstruikje dat u, net als buxus, in vorm kunt snoeien en dat gele bloemen en blauwe bessen krijgt. l Berberis thunbergii: bladverliezend, wordt niet hoger dan 1,5 meter en heeft gele bloemen en glimmende helderrode bessen (de variëteit Atropupurea heeft in de herfst fraaie bronsroodbruine bladeren maar minder bessen). l Berberis koreana: bladverliezend met gele bloemen. In de herfst verkleurt het blad dieprood. De helderrode bessen blijven lang aan de struik. l Berberis rubrostilla: bladverliezend en met een opvallende kleur van de twijgen (geel of bruinrood), mooie bessen. Voor hagen kiest u liefst een bladhoudende soort met groene bladeren. Soorten met purperrode bladeren zet u beter niet in een groep samen, omdat ze te veel aandacht opeisen. Geef ze een solitaire plaats in het gazon of op een talud met bodembedekkers. Laagblijvende variëteiten kunt u op dezelfde manier als buxussen gebruiken. Berberis gedijt in elke grondsoort en op elke standplaats. Naargelang de zon de hele plant of alleen de bovenkant of één zijkant kan bereiken, kunt u wel voor de verrassing komen te staan dat de bladeren en de bessen aan de zonzijde een andere kleur hebben dan de delen die altijd in de schaduw blijven. Om te voorkomen dat de struiken onderaan kaal worden, snoeit u het best om de drie jaar de oudste takken weg. Wilt u liever een zuurbeshaag maken, dan snoeit u de struikjes na het aanplanten meteen tot de helft terug. nA Ludo Hugaerts