De oorzaak. Polio (voluit poliomyelitis, of kinderverlamming) wordt veroorzaakt door drie verwante virussen en treft vooral kinderen.
...

De oorzaak. Polio (voluit poliomyelitis, of kinderverlamming) wordt veroorzaakt door drie verwante virussen en treft vooral kinderen. De gevolgen. Meestal gaat de ziekte haast ongemerkt voorbij, als een griepje. Bij een beperkt aantal patiënten tast het virus echter bepaalde cellen van het ruggenmerg aan, waardoor verlammingen ontstaan van bepaalde spieren of spiergroepen. Ongeveer 30% van de kinderen die getroffen worden door polio herstelt volledig, een andere 30% houdt er een lichte verlamming of spierverzwakking aan over, nog eens 30% heeft ernstigere verlammingen. In 10% treft de ziekte de ademhalingsspieren of de spieren die instaan voor het slikken. De preventie. In het begin van de twintigste eeuw kwam polio endemisch voor in onze streken. Sedert 1955 is een vaccin beschikbaar. In ons land werd dat eind jaren 50, begin jaren 60 reeds op grote schaal toegediend. Een kb van 26 oktober 1966 maakte de inenting tegen poliomyelitis verplicht. Ons land koos toen voor het Sabinvaccin, dat via de mond werd toegediend (het bekende 'lepeltje') en verzwakte, levende virussen bevatte. Drie dosissen van dit vaccin zijn verplicht. De herhalingsvaccinatie rond de leeftijd van 5 tot 6 jaar is niet verplicht maar wordt wel sterk aanbevolen. Het belang van een herhalingsvaccin. Het gebruik van dit vaccin heeft geleid tot de volledige uitroeiing van polio in ons land. In bepaalde landen in Afrika en Azië (vooral India, Nigeria, Pakistan en Afghanistan) blijft de ziekte echter hardnekkig aanwezig. Vandaar het belang om een herhalingsvaccin tegen polio te overwegen wanneer men naar deze landen reist, zeker indien dit in minder hygiënische omstandigheden gebeurt. De voor- en nadelen. Het vaccin met levende virussen had het voordeel goedkoop te zijn en gemakkelijk toe te dienen. Het nadeel was dat sommige virussen in de ingewanden bepaalde veranderingen zouden kunnen ondergaan waardoor ze opnieuw actief zouden worden en polio kunnen uitlokken. Dit risico werd geschat op 1 geval per 2,5 miljoen toegediende dosissen, maar het lag hoger bij een eerste toediening (1/750 000). Het alternatief. Om de nadelen van het vaccin met levende virussen te beperken, besliste de regering op 1 januari 2001 over te schakelen op het inspuitbare poliovaccin. Sedertdien (en tot nu toe) is nog nooit een geval van poliomyelitis na poliovaccinatie beschreven. De toekomst. Zolang de ziekte niet op wereldschaal uitgeroeid is, zal vaccinatie noodzakelijk blijven, ook in ons land. Het inspuitbare poliovaccin wordt gecombineerd met andere vaccinaties (difterie, tetanus, kinkhoest) die op dezelfde leeftijd worden toegediend, zodat geen extra prikje nodig is.