Solange staat niet alleen met haar vraag: het traditionele peetouderschap is grondig veranderd. Het begrip 'peter' en 'meter' treft u overigens in geen enkel Belgisch wetboek aan. De term bestaat alleen in het canonieke recht van de katholieke kerk. Volgens dat recht moeten de doopmeter en -peter de ouders bijstaan in de christelijke en deugdzame opvoeding van het kind en in geval van nood die rol van de ouders overnemen. Ze vormen een back-up en horen aanwezig te zijn bij de doop, de eerste communie, het vormsel en het kerkelijke huwelijk van hun petekind.
...

Solange staat niet alleen met haar vraag: het traditionele peetouderschap is grondig veranderd. Het begrip 'peter' en 'meter' treft u overigens in geen enkel Belgisch wetboek aan. De term bestaat alleen in het canonieke recht van de katholieke kerk. Volgens dat recht moeten de doopmeter en -peter de ouders bijstaan in de christelijke en deugdzame opvoeding van het kind en in geval van nood die rol van de ouders overnemen. Ze vormen een back-up en horen aanwezig te zijn bij de doop, de eerste communie, het vormsel en het kerkelijke huwelijk van hun petekind. Die religieuze rol lijkt uit het beeld verdwenen. Sterker: ook ouders die hun kinderen niet laten dopen, zoeken peetouders. Die lijken vooral te dienen voor cadeautjes en uitstapjes. En dat is ook waarop kinderen elkaars peter en meter beoordelen: de grootte van de geschenken die ze geven. Hebben peter en meter vandaag dan nog wel zin? "Jawel, maar hun rol is veranderd", zegt Dominique Verté, professor psychologie en agogische wetenschappen aan de VUB. "Als peter en meter ga je vandaag een plezierverbintenis aan met de ouders en met het kind. Althans in de eerste 12-13 levensjaren. Dan beteken je voor het kind een bijkomende prettige houvast. Een permanente Sinterklaas voor de feesten en leuke momenten van het leven. Die rol veran- dert in de puberteit. Als je een goede band met je petekind hebt opgebouwd, kan je in die moeilijke jaren een vertrouwenspersoon worden. Een buddy aan wie het kind dingen kan vertellen en zaken kan aftoetsen waarmee het niet meer graag naar de ouders of grootouders trekt." Een peter of meter is vandaag dus geen vervangouder of vervangopvoeder meer en mag dat ook niet willen zijn, meent onze deskundige: "Het is vandaag aan de grootouders om een anker in de branding te zijn wanneer er moeilijkheden in het gezin ontstaan. Of wanneer het kind terecht komt in een nieuw samengesteld gezin. Met andere woorden: we zien dat de rol van de grootouders voor een kind - ook als cultuuroverdragers - tegenwoordig steeds belangrijker wordt en de rol van de peetouders beperkter. Het is daarom zeker niet verstandig dat je als peter of meter een waardenpatroon aan je petekind opdringt of eisen aan het kind stelt." Nu peter en meter minder belangrijk zijn geworden, hoe valt het te verklaren dat ook vrijzinnige ouders een peetouder voor hun kind zoeken? Omdat ze hun kind die gulle gever niet willen ontzeggen? Wellicht. Al heeft het volgens professor Verté ook te maken met onze behoefte aan rituelen. "Of je nu gelovig bent of niet, we hebben in ons leven allemaal bepaalde overgangsrituelen, feesten en tradities nodig. Peter en meter horen daarbij, die zijn aanwezig op elk feest dat voor het kind een overgang betekent. Van de babyborrel over de verjaardag tot het afstudeerfeest en de bruiloft." Er zijn ook ouders die hun kind niet laten dopen maar de peter en meter die ze kiezen vragen een verklaring te ondertekenen waarin ze hun engagement formeel bevestigen. Als alternatief voor het katholieke doopregister. Onze professor vindt dat erover: "Als je iemand vraagt om peter of meter te zijn, dan doe je dat omdat je die persoon vertrouwt. Dat moet je niet op papier vastleggen. Het leuke aan het meter- en peterschap is dat het een informeel engagement is zonder veel regeltjes. Dat moet zo blijven." Vroeger wilde de traditie dat het peetouderschap eerst werd aangeboden aan de grootouders, aan een oom of tante, eventueel aan een broer of zus. Vandaag kiezen jonge ouders vaak voor mensen uit hun vriendenkring (de eigen generatie dus) of voor een combinatie. De peter is bijvoorbeeld een vriend, de meter een familielid. In de vele reacties die we over dit onderwerp ontvingen, lezen we dat u deze ontwikkeling betreurt. Het is misschien wel goed dat een kind een jongere peter of meter heeft, maar hoe betrouwbaar is zo'n vriend(in) op langere termijn? Is een bloedband niet sterker dan een vriendschapsband? Professor Verté is het hiermee niet eens: "Is het wel een goed idee dat grootouders tegelijk ook peter of meter zijn? Een petekind verwacht extra attenties en een unieke band met zijn peetouders. Grootouders mogen geen onderscheid maken tussen hun kleinkinderen en dus kan die speciale band nooit zo speciaal zijn. Verder kunnen er in familierelaties even goed breuken komen als in vriendschappen. De afwezigheid van een familieband kan zelfs een voordeel worden als het petekind ouder wordt. Tussen 14 en 25 jaar zoeken we onze eigen weg, nemen we afstand van onze familie. Een peter of meter buiten de familie kan dan wellicht beter de rol van vertrouwenspersoon spelen dan een familielid." De informele, lossere band met de familie en het petekind blijft niet zonder gevolgen. Dat ondervond Hubert. Hij is een vriend van de ouders en peter van hun dochter. Onlangs kreeg hij van die ouders een vriendelijke maar kordate brief waarin ze hem ontsloegen van zijn peterschap. Hun dochter vond dat haar peter te weinig aandacht en tijd aan haar besteedde en dus wilde ze iemand anders. Ook andere ontwikkelingen waren vroeger ondenkbaar. Meer en meer ouders kiezen voor meerdere peters en meters ("om zeker te zijn"). Het gebeurt ook geregeld dat een peter of meter, door een vroegtijdig overlijden of verhuis naar het buitenland, vervangen wordt door een nieuwe. De nieuwste trend: ouders die hun kind zelf een peetouder laten kiezen wanneer het daartoe in staat is. Werkt die lossere band in twee richtingen? Kunnen we weigeren als iemand ons vraagt peter of peter te worden? Of kunnen we onszelf achteraf 'ontpeteren' of 'ontmeteren'? Het blijven delicate kwesties. "Wanneer we als peter of meter gevraagd worden, betekent dit dat de ouders ons waarderen voor wie we zijn", benadrukt professor Verté. "Neen zeggen is dan moeilijk. Alles hangt af van de vraag hoe onze relatie met de ouders is. Zelf zou ik weigeren als ik al grootouder ben van het kind. Of als het gaat om ouders met wie de relatie vooral professioneel is (als je de baas bent van één van de ouders). Of nog als je het moeilijk hebt met de opvattingen van de ouders. We moeten ons steeds de vraag stellen: wat is de meerwaarde van het peetouderschap voor mij? Hoe ver wil ik in het leven van die mensen binnenstappen?" Ook ontslag nemen als peter en meter moet op een diplomatieke manier gebeuren. De kans bestaat dat de relatie met de ouders nadien fel bekoelt, voor zover dat al niet het geval is. De beste aanpak lijkt een persoonlijke brief aan de ouders en een aan het petekind (als dat oud genoeg is). Liefst gevolgd door een gesprek. In voorzichtige bewoordingen uitleggen waarom we de stap zetten en beklemtonen dat we bevriend willen blijven. Maar ook als we ja zeggen tegen het peter- of meterschap liggen er psychologische valkuilen op de loer. Zowel vroeger als nu zijn er mensen die hun petekind zien als een substituut voor het kind, voor het broertje of zusje dat ze zelf nooit gehad hebben. "Dat zijn de peters en meters die hun petekind overladen met geschenken en zichzelf opdringen", waarschuwt professor Verté. "Dit leidt onvermijdelijk tot onnodige conflicten met de ouders. Laten we dus liever volop genieten van de hedendaagse rol van peter en meter: we zijn nu en dan vrijblijvende weldoeners, we luisteren met veel plezier naar hun nieuwjaarsbrief, we zijn aanwezig op al hun feestjes. En als het kind ons later nodig heeft, zal het zelf wel naar ons toekomen." Ludo HugaertsNaarmate de rol van de grootouders vandaag almaar belangrijker wordt, vermindert de rol van de peetouders