1. Hoe gaat u ons pensioen betalen?

Om pensioenen en andere uitkeringen betaalbaar te houden, pleit Agalev voor een verbreding van de financiering van de sociale zekerheid. We willen minder lasten op de lonen van werkenden, en een verschuiving naar meer bijdragen van inkomsten uit vermogen en uit het gebruik van energie (sociale CO2/energieheffing, gecombineerd met een verlaging van de loonlasten en steun voor energiezuinige investeringen). Zo is er sociale én ecologische winst.
...

Om pensioenen en andere uitkeringen betaalbaar te houden, pleit Agalev voor een verbreding van de financiering van de sociale zekerheid. We willen minder lasten op de lonen van werkenden, en een verschuiving naar meer bijdragen van inkomsten uit vermogen en uit het gebruik van energie (sociale CO2/energieheffing, gecombineerd met een verlaging van de loonlasten en steun voor energiezuinige investeringen). Zo is er sociale én ecologische winst. Het wettelijk pensioen (dat méér moet zijn dan een minimumpensioen) betaalbaar houden kan alleen met een hogere werkgelegenheidsgraad en een lagere overheidsschuld. Wat telt, is de schuldpositie van de overheid, niet de miljarden euro's die zogezegd in het Zilverfonds zitten. Want het geld dat de regering daarin stort, wordt meteen opnieuw door de regering teruggeleend. De overheidsschuld mogen we niet verminderen via operaties die toekomstige begrotingen bezwaren in plaats van ze te verlichten, zoals de verkoop en het meteen terughuren van overheidsgebouwen. Om het wettelijk pensioen betaalbaar te houden, moet het aantal mensen dat deelneemt aan de arbeidsmarkt in Vlaanderen (de activiteitsgraad) toenemen. Enerzijds door uitkeringstrekkers te reïntegreren in de arbeidsmarkt o.a. door de fiscale en parafiscale lasten op de arbeidsinkomsten (afdrachten sociale zekerheid) ook op te leggen aan de vervangingsinkomens. De N-VA bepleit eveneens een algemeen volkspensioen voor iedereen en stimulansen voor aanvullende pensioenen. Net als de gezondheidszorg, de gezinsbijslagen en de zorgverzekering, wil de N-VA het volkspensioen financieren met bijdragen die geheven worden op het gehele inkomen (niet enkel het arbeidsinkomen), evenals op andere, niet-arbeidsgerelateerde belastingobjecten. Zo wordt de loonkost, vooral de parafiscale druk, sterk verlaagd. De vergrijzing wordt te veel afgeschilderd als een probleem. Uiteraard brengt ze uitdagingen mee: ouderen die wat minder zelfstandig zijn, moeten betaalbare zorgen op hun maat ontvangen, er moeten meer pensioenen uitbetaald worden,... De SP.A-ministers hebben daarom de middelen voor ouderenzorg verdubbeld en hebben het Zilverfonds opgericht, waarin ondertussen al 1,9 miljard euro zit. Voor de SP.A mag het wettelijk pensioen geen aalmoes worden. De gepensioneerde moet er alle normale uitgaven mee kunnen betalen. Senioren verdienen financiële zekerheid in de vorm van een wettelijk pensioen. Daaraan kan voor SPIRIT onder geen beding geraakt worden, wel integendeel: de verhoging van de laagste pensioenen staat hoog op ons politieke prioriteitenlijstje. Maar vóór het behoud van het wettelijk pensioen pleiten, wil niet zeggen dat je tegen aanvullende financiering bent. SPIRIT wil pensioensparen in al zijn vormen nog extra fiscaal stimuleren. We koppelen daaraan 2 voorwaarden. Pensioensparen mag geen privilege worden van een kleine groep bevoorrechten, maar moet een recht worden voor mensen uit alle lagen van onze bevolking. En ten tweede: het aanvullend pensioensparen mag geen alibi worden om te raken aan het wettelijk pensioen. Ruimte creëren voor aanvullende financiering kan ook op andere manieren dan via aanvullend pensioensparen. Veel senioren stellen hun ervaring na hun 65ste ook professioneel nog graag ten dienste, en kunnen op die manier nog een aardige cent bijverdienen. SPIRIT kan dit alleen maar toejuichen en wil de maximumbedragen die senioren kunnen bijverdienen fors de hoogte in. Het Vlaams Blok is zich uiteraard bewust van de problemen die een groeiende vergrijzing met zich meebrengt en evenzeer van het stijgende kostenplaatje dat ermee gepaard gaat. Het Vlaams Blok vindt evenwel zeer opmerkelijk dat we vandaag geconfronteerd worden met de 'betaalbaarheid' van het wettelijk pensioen terwijl de mensen in dit land tientallen jaren de hoogste pensioenbijdrage ter wereld hebben betaald. Het moet zijn dat de overheid niet echt zuinig met die centen is omgesprongen. Men mag evenmin de indruk krijgen dat het Zilverfonds alle problemen inzake betaalbaarheid van de wettelijke pensioenen gaat oplossen. Uiteraard moet de overheid het wettelijk pensioen blijven garanderen. Meer nog, de minimumpensioenen zouden moeten opgetrokken worden. Trouwens, het voeren van een gezonde gezinspolitiek die ertoe zou leiden dat het geboortecijfer opnieuw de hoogte ingaat, zou de nood inzake de betaalbaarheid al voor een stuk lenigen. Om de wettelijke pensioenen betaalbaar te houden wil de VLD zich concentreren op 3 maatregelen: de staatsschuld verder afbouwen. het Zilverfonds verder spijzen. Dit fonds werd juist opgericht om de betaling van de wettelijke pensioenen te vrijwaren. de activiteitsgraad optrekken. Dit betekent niet dat de pensioenleeftijd moet worden opgetrokken, maar dat maatregelen moeten worden getroffen om mensen langer aan het werk te kunnen houden. De VLD is voorstander van het stimuleren van het aanvullend pensioen. Niet met de bedoeling te raken aan het wettelijk pensioen, maar om mensen in staat te stellen hun levensstandaard op peil te houden na de pensionering. Agalev wil in geen geval een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Er moet wel een soepele overgang komen van werken naar pensioen (bv. via tijdskrediet). Maar die soepelheid mag er niet toe leiden dat mensen langer dan tot 65 jaar moeten werken om een wettelijk pensioen te krijgen. De ideale pensioenleeftijd is persoonsgebonden en wordt in grote mate bepaald door de aard van de tewerkstelling en van de beroepsactiviteit. Voor ons mag de wettelijke pensioenleeftijd niet naar omhoog: 65 jaar moet de wettelijke vastgestelde pensioenleeftijd blijven. Voor de N-VA moet zeker de reële uittredingsleeftijd worden verhoogd. Mensen treden te vlug uit het arbeidscircuit via bijvoorbeeld het brugpensioen. Dat verschilt van persoon tot persoon: niet iedereen begint op hetzelfde ogenblik te werken en veel hangt af van de aard van het werk. Er is dus geen ideale pensioenleeftijd. Anderzijds mag men niet blind zijn voor de maatschappelijke evoluties: onze loopbanen (dus de periode waarin we bijdragen betalen) worden steeds korter, en de periode waarin we dat niét doen (studies, pensioen) wordt langer. De kost voor de overheid neemt dus toe. Om dit alles te betalen, moet het werkende deel van de bevolking steeds meer inkomen genereren, we hebben dus een hyperactieve samenleving voor diegenen die werken. Dit is een vicieuze cirkel omdat daardoor mensen steeds vroeger op pensioen willen. Deze cirkel moet worden doorbroken. We moeten met z'n allen wat rustiger gaan werken, dan is het ook eenvoudiger om wat langer te werken. Werken tot de pensioenleeftijd is nu een uitzondering. In de toekomst zal dat meer moeten gebeuren. SPIRIT pleit voor een aangepaste werkomgeving voor oudere werknemers, uitgebreide formules van tijdskrediet en meer landingsbanen om één en ander voor iedereen draaglijk te maken. Deze maatregelen zorgen hopelijk voor een sterk verhoogde activiteitsgraad van oudere werknemers. Het debat over een verhoogde pensioenleeftijd kan op die manier nog een poos worden uitgesteld. De maximale pensioenleeftijd is inderdaad een onderwerp dat in de toekomst zeker voor heel wat discussies zal zorgen. Het ziet er niet echt naar uit dat het behouden van de pensioenleeftijd op 65 jaar houdbaar is. Aan de andere kant zijn er ook heel wat senioren die geïnteresseerd zijn om langer dan hun 65ste te werken. Het is niet verstandig dergelijke rijkdom aan ervaring verplicht uit het arbeidscircuit te smijten. Voor de VLD blijft de pensioenleeftijd behouden op 65 jaar. Om onze welvaartsstaat betaalbaar te houden, wil de VLD ervoor blijven ijveren om mensen zo lang mogelijk op de arbeidsmarkt actief te houden. Agalev wil geen lineaire afschaffing of inperking van het brugpensioen. Bij het brugpensioen willen we wel meer rekening houden met het aantal jaren dat iemand gewerkt heeft, eventuele onderbrekingen tijdens de arbeidsloopbaan en de aard van het werk om de leeftijd van het brugpensioen te bepalen. Het mee verrekenen van de gewerkte jaren geeft vooral laaggeschoolden, die vroeg begonnen zijn met werken en vaak zware arbeid hebben verricht, de kans om vroeger de brugpensioenleeftijd te bereiken. Zoals gezegd moet er een soepele overgang van werken naar pensioen komen. Het Agalevvoorstel tot uitbouw van een volwaardig tijdsfonds voor iedere werknemer biedt hier mogelijkheden. CD&V wil de bestaande brugpensioenregeling behouden als een sociale begeleidingsmaatregel bij de herstructurering of sluiting van ondernemingen en voor werknemers met bijzondere moeilijkheden. Daarom willen wij ook mogelijkheden ontwikkelen opdat betrokkenen toch nog û eventueel deeltijds en wanneer ze het zelf wensen û met een aangepast behoud van hun rechten opnieuw actief kunnen worden op de arbeidsmarkt. Die regeling moet ook openstaan voor andere oudere werklozen die geen brugpensioenregeling kunnen genieten. Tegelijkertijd willen we maatregelen nemen om te vermijden dat mensen in sommige beroepen op 55 jaar of vroeger uitgeblust zijn. Voor de N-VA zou het gamma mogelijkheden om vervroegd met pensioen te gaan (o.m. het brugpensioen) geleidelijk aan moeten afgebouwd worden. Wij zijn voorstander van uitgroeibanen. Het brugpensioen heeft duidelijk zijn nut bewezen. Het heeft een aantal sociale drama's, zoals de sluiting van Sabena en Renault, enigszins beperkt. Bovendien is het onverantwoord werknemers die al op 14 of 16 jaar aan een lastige job begonnen zijn, te bestraffen als ze voor de wettelijke pensioenleeftijd op rust gaan. Het brugpensioen moet dus ook in de toekomst een belangrijke rol kunnen spelen. Wel willen we dat de werknemers minder makkelijk afgedankt worden. Voor oudere werknemers die toch afgedankt worden, stelt de sp. a naast het brugpensioen, de mogelijkheid van een brugpremie voor: een financiële ondersteuning die het makkelijker maakt om elders aan de slag te gaan. Over het brugpensioen wil SPIRIT geen zand in de ogen strooien. In ons land zijn eenvoudigweg te weinig oudere werknemers aan de slag. Daardoor komt de financiering van onze sociale zekerheid en ons pensioenstelsel in het gedrang. De activiteitsgraad van mensen boven de 50 moet de hoogte in. Het brugpensioen zal in de toekomst daardoor wellicht minder evident worden. Het blijft wél een geschikt instrument om bijvoorbeeld bedrijfsfaillissementen sociaal te ondervangen. Of om oudere werknemers te ontlasten die tijdens hun loopbaan fysiek belastende arbeid verrichtten. In het afbouwen van het brugpensioen ziet het Vlaams Blok geen heil. Aan de discriminatie van bruggepensioneerden waarvan de echtgeno(o)t(e) een beroepsinkomen heeft, moet trouwens een einde worden gesteld. De VLD wil mensen zo lang mogelijk op de arbeidsmarkt houden. Wel moeten we anders gaan werken. Er is het tijdskrediet dat toelaat om op het einde van de loopbaan deeltijds te gaan werken, waardoor het minder belastend wordt voor de werknemer. De VLD wil ook het tele-werken promoten. Mensen verliezen heel wat tijd en energie in de verplaatsingen van en naar het werk. Die zijn ook zeer erg belastend voor oudere werknemers. Een aantal dagen tele-werken betekent dat men de tijd voor de verplaatsingen kan herleiden tot nul of drastisch kan verminderen (door te gaan werken in een satellietkantoor in de buurt). Tenslotte moeten we ook nadenken over andere taakinvullingen vanaf bepaalde leeftijden. A Annemie Goddefroy