Dit is mijn huis, met een slaapvertrek, een keukentje en een graanzolder", zegt de oude vrouw. De lemen hut met strodak staat tussen andere woningen die samen met de vertrekken van de koning het paleis van Mozogo vormen. "Ik ben één van de 48 vrouwen van de koning van Oudjilla," lacht ze. "Ik kan het best stellen met de anderen. Maar deze hut is van mij. Dit is mijn wereld."
...

Dit is mijn huis, met een slaapvertrek, een keukentje en een graanzolder", zegt de oude vrouw. De lemen hut met strodak staat tussen andere woningen die samen met de vertrekken van de koning het paleis van Mozogo vormen. "Ik ben één van de 48 vrouwen van de koning van Oudjilla," lacht ze. "Ik kan het best stellen met de anderen. Maar deze hut is van mij. Dit is mijn wereld." Samen met de oudste zoon van de vorst wandelen we door het ommuurde paleis. Even later heet de oude koning van de Podokostam en de vader van 112 (!) kinderen ons hartelijk welkom. Drums weerklinken op het voorplein. De koning zet zich op z'n troon, terwijl een tiental echtgenotes rondjes dansen ter ere van de gasten uit het verre buitenland. Het was niet gemakkelijk om dit afgelegen paleis te bereiken. Op de met stenen bezaaide piste heeft onze jeep er uren over gedaan nadat we de stad Mora hadden bezocht. We zagen er moslims de moskee bezoeken maar hoorden ook typische muziek, zang en dans in een katholiek kerkje tussen de bananenplantages. Plus animistische geloofsriten bij de lokale koning. Zo is het overal in dit land, op de scheidslijn tussen West- en Centraal-Afrika. Tussen het uiterste noorden en de regenwouden in het zuiden wonen 275 etnische groepen: islamitische Fulani die op de markt handel drijven met Kirdi uit de bergen, de Mousgoum en de Kapsiki , herders van de Choa, de Bamiléké uit het zuiden en nog vele andere. Clichés zijn zelden waar maar Kameroen is wel degelijk Afrika in miniatuur. Ook de landschappen zijn overrompelend: langs de grens met Nigeria rijzen kolossale rotsen op uit het dorre land, dat voortdurend geteisterd wordt door de Harmattanwind. Alleenstaande pieken, vulkanische gesteenten en bizarre rotsformaties wisselen af met valleien. Daartussen liggen de dorpen van de Kapsiki met hun pottenbakkers, wevers en ambachtslui. In het schilderachtige bergdorpje Rhumsiki gaan we op bezoek bij de sorcier au crabe, de krabbentovenaar. Hij bestudeert de beestjes in zijn kalebas en doet in ruil voor een handvol geld een mysterieuze voorspelling voor de nabije toekomst. Nog verder naar het noorden, in een dorp van de Mafa, zien we een levensgroot aarden beeld van een van de voorouders. Overal staan hutten met puntdaken, telkens anders al naargelang de stam. "Hier begint de Sahel: het is een dorre streek, maar rijk aan volkeren, markten en bezienswaardigheden," zegt Dabala, onze gids. In Goulfey bezoeken we het ver-sterkte paleis van een sultan, dat nu als museum is ingericht. Dit is het land van de Kotoko, afstammelingen van één van de oudste culturen in Afrika. En in Pous staan we versteld van de Cases Mourla, huizen in klei die met hun ovalen vorm en abstracte motieven uniek zijn in Afrika. Vanuit de provinciehoofdstad Ngaoundéré vertrekt de nachttrein die ons duizend kilometer naar het zuiden moet brengen. Het is net het einde van de ramadan en rond het paleis van de lamido - de islamitische heerser - verzamelen muzikanten en rijk uitgedoste ruiters met bonte gewaden en hoeden, met lansen en indringende blikken. Dan verschijnt de in wit gehulde vorst: te paard en voor-afgegaan door een stoet van lijfwachten in het rood. Andere ruiters volgen hem voor een parade door de straten van de stad. Wat een spektakel van kleuren en fiere mannen! Maar pas na de eredienst geven de ruiters het beste van zichzelf: dan stuiven ze in volle draf over de rode aarde, joelen en zwaaien met hun wapens. Het lijken taferelen uit een andere tijd. "Lokale koningen zijn een erfenis van de tribale samenleving", legt Dabala uit. "Bij moslims heet zo'n koningdom een lamidat maar hier in het zuiden noemen we het een grande chefferie." Na een lange treinreis staan we voor het paleis van Bandjoun, met een opvallende ronde troonzaal met zuilen die met houtsnijwerk zijn versierd. Dit is het land van de Bamiléké. In het zuidwesten van Kameroen, op de hoogvlakten van Bamenda, is het leven guller: het heeft er geregend, alles is groen, de mensen lopen vrolijk heen en weer. Rode pistes leiden naar Foumban, waar het paleis van de sultan verhalen vertelt over de rijke kunstgeschiedenis van dit Afrikaanse land. We bezoeken ook de paleizen van Bali, Babungo en Bamendjoun, allemaal mooi versierd met beeld-houwwerk en fresco's die zowel het koninklijke en het dagelijkse leven uitbeelden. In Bafut bieden dorpelingen aardewerk aan en op de binnenplaats van het paleis dansen meisjes en roepen gemaskerde mannen geesten uit de donkere wouden op. Maar ook in dit zuiden eist de natuur de hoofdrol op. West-Afrika's hoogste bergvulkaan domineert de kust: met meer dan 4000 meter is de Mount Cameroon zelfs door niet-klimmers in twee dagen te bedwingen. In de donkere regenwouden van Campo-Ma'an leven chimpansees en laaglandgorilla's, maar hen ontmoeten vergt veel voorbereiding en nog meer geluk. De kans is veel groter dat u langs de kustlijn, in het uiterste zuiden Bakoko tegen het lijf loopt: kleine mensen die we te makkelijk pygmeeën noemen. Daar aan de baai van Kribi, met zijn eindeloze stranden, komen we helemaal tot rust tussen de palmbomen, en genietend van de milde bries die onze haren streelt. Tekst: Regine Van Hoecke, foto's: Mark Gielen