Jeugdliefdes blijken een onuitwisbare indruk te maken. Uit een eerdere peiling bij vijftigplussers blijkt dat twee op drie hun jeugdliefde graag nog een keer zouden ontmoeten. Bij een meerderheid speelt nieuwsgierigheid, maar zes procent wil toch graag weten of de gevoelens er nog zouden zijn bij een weerzien. Voordeel van zo'n oude vlam is dat u de kennismakingsfase kunt overslaan. Het nadeel is dat mensen natuurlijk evolueren, en de persoon die u toen hebt gekend wellicht niet helemaal meer dezelfde is. Wij vroegen relatietherapeut en seksuoloog Alfons...

Jeugdliefdes blijken een onuitwisbare indruk te maken. Uit een eerdere peiling bij vijftigplussers blijkt dat twee op drie hun jeugdliefde graag nog een keer zouden ontmoeten. Bij een meerderheid speelt nieuwsgierigheid, maar zes procent wil toch graag weten of de gevoelens er nog zouden zijn bij een weerzien. Voordeel van zo'n oude vlam is dat u de kennismakingsfase kunt overslaan. Het nadeel is dat mensen natuurlijk evolueren, en de persoon die u toen hebt gekend wellicht niet helemaal meer dezelfde is. Wij vroegen relatietherapeut en seksuoloog Alfons Vansteenwegen wat een mens, na al die jaren, kan en vooral mag verwachten. Alfons Van Steenwegen: Ik zou zeggen 'eerste verliefdheid roest minder'. Iets wat we voor het eerst beleven, maakt altijd een grote indruk. En verliefdheid is sowieso een zeer intense ervaring. Mensen zijn er compleet door van de kaart. Verliefdheid prent zich zeer diep in de mens in. En het weerzien met een jeugdliefde maakt de oude, intense gevoelens weer los, alsook de bijbehorende illusies. In ons hoofd is het verleden trouwens nooit voorbij. We kunnen het telkens opnieuw oproepen en levendig houden. Natuurlijk staat de jeugdliefde voor een ideaalbeeld, een illusie. Maar dat is zo bij alle verliefdheden, ongeacht of het om een jeugdliefde gaat. Na de verliefdheid moet er een dieper gevoel in de plaats kunnen komen. Anders houdt de relatie geen stand. Zoals bij alle relaties is verliefdheid alleen niet genoeg. Er moeten ook gelijkenissen zijn. Hoe meer partners gemeenschappelijk hebben, hoe groter de kans op slagen. En vaak is dat zo bij jeugdliefdes. Uw eerste liefde komt vaak uit de buurt, uit dezelfde school of hetzelfde milieu. Dus is het eigenlijk niet zo verwonderlijk dat mensen echt het geluk vinden wanneer ze opnieuw een relatie beginnen met hun jeugdliefde. Dat is ongetwijfeld zo in de midlife, meestal tussen 40 en 50, wanneer mensen de balans opmaken van hun leven. Ze zitten dan vaak al jaren in een relatie en zijn wat ontmoedigd of teleurgesteld en willen het gevoel dat alles weer mogelijk is. Vreemdgaan gebeurt het meest in die leeftijdscategorie. Na 55 is de midlife doorgaans over. Mogelijk schuift die fase op termijn wel op, omdat mensen nu vaak later trouwen en aan kinderen beginnen, maar daar heb ik geen onderzoek naar verricht. Het is natuurlijk zo dat we makkelijker oude liefdes kunnen terugvinden via sociale media als Facebook. Maar ook vroeger vond men wel manieren, hoor. Eigenlijk is de grootste verschuiving op relationeel vlak er gekomen toen vrouwen buitenshuis gingen werken. Dat schiep plots een zee van mogelijkheden om vreemd te gaan. Voor die emancipatiegolf ging een op vier mannen vreemd en een op acht vrouwen. Nu gaat zowel een kwart van de vrouwen als een kwart van de mannen vreemd. Ann Heylens