Reizen naar Bhutan, een Himalayastaatje geprangd tussen India en China, is reizen in de tijd. In 17de eeuwse klederdracht verwelkomt mijn gids mij op de luchthaven. Net als iedereen hier draagt hij een gho, een kunstig geknoopte wollen badjas over lange witte kousen met een boord op de knie. Hoe stoffig ook de wegen, zijn lakschoenen glimmen als die van een schooljongen op zijn paasbest. Een al even traditionele stijl respecteren ook de nieuwbouwhotels aan de rand van de hoofdstad.
...

Reizen naar Bhutan, een Himalayastaatje geprangd tussen India en China, is reizen in de tijd. In 17de eeuwse klederdracht verwelkomt mijn gids mij op de luchthaven. Net als iedereen hier draagt hij een gho, een kunstig geknoopte wollen badjas over lange witte kousen met een boord op de knie. Hoe stoffig ook de wegen, zijn lakschoenen glimmen als die van een schooljongen op zijn paasbest. Een al even traditionele stijl respecteren ook de nieuwbouwhotels aan de rand van de hoofdstad. Voor een klein koninkrijk tussen machtige buren lijkt het behoud van de nationale identiteit niet vanzelfsprekend. Vandaar de verplichte dresscode, de opgelegde bouwstijl en het bannen van massatoerisme. Sinds de jaren '70 laat Buthan slechts reizigers met een behoorlijk budget toe. Geen rugzaktoeristen maar koppels of kleine groepjes met een eigen gids en een routeplan. Televisie en internet kent Bhutan sinds 1999, verkiezingen sedert 2007, een grondwet én een nieuwe koning kwamen er in 2008. Thimphu is een van de meest provinciale hoofdsteden ter wereld, zonder verkeerslichten. Ik verken de overdekte groentemarkt, een natuurgeneeskundeapotheek en Zorig Chusum, de nationale kunstschool waar jongelui de 13 traditionele ambachten aanleren. Hier zijn het schilderen van religieuze thangka's (banieren) en het boetseren van bodhisattva's (beelden van een verlicht wezen) geen allerindividueelste expressie, wel een getrouw reproduceren van overgeleverde archetypes. Zo ook de bouwstijl van de dzongs, de versterkte kloosters die de valleien beheersen. De witte forten met hoge muren, trotse torens en versierde erkers vormen het administratieve én religieuze centrum van de macht. De dzong van Thimphu ligt als een witte bruidstaart vlakbij het koninklijk paleis. Elders bezetten de kloosterburchten een strategische heuvel of een klif. De National Highway klimt langs dichte bossen esdoorn, den, eik en rododendron, met her en der een huis tussen landbouwterrassen, een stoepa op een kam, een gebedsmolen langs een rivier. "Volgens de grondwet moet 60 procent van het grondgebeid uit bossen bestaan", verduidelijkt mijn gids. "Duurzaamheid is een van de pijlers van ons concept van Bruto Nationaal Geluk, een ontwikkelingsvisie bedacht door onze vorige vorst". Voor zijn huwelijk verkoos de huidige koning het oude Winterpaleis van Punakha. Het gigantische complex, zes verdiepingen hoog, ligt pittoresk op de samenvloeiing van de Vader- en de Moederrivier. Op het binnenplein van dit Paleis van het Grote Geluk klimmen loodrechte trappen als een ladder naar de tempel. Schrikgoden en demonen langs de massieve deuren verjagen het kwaad, mandala's en levenswielen wijzen de weg van het achtvoudige pad. Vroeg in de ochtend weerklinken in de gebedshal mantra's en traag geroffel, een bezwerend ritueel met eeuwenoude Tibetaanse roots. De Bhutaanse versie van het Boeddhisme is doorspekt met mystieke figuren en legendes. Neem nu Drukpa Kunley (1455-1529), de Goddelijke Gek, een zonderling met 5.000 vrouwen die verlichting bracht ondanks een losbandig leven van wijn en 'wijven'. Gigantische fallussen versieren de gevels van de boerijen of hangen als maretak boven de deuren in het bergdorp waar het pad naar zijn heiligdom begint. Vooral voor vrouwen met een onvervulde kinderwens is deze gompa (klooster annex theologieschool) een bedevaartsoord. In de plaatselijke souvenirwinkel pronken grote rozige fallussen tussen T-shirts geborduurd met Kuifje in Bhutan. In de vallei van Bumthang, het cul-turele hart van het land, verblijf ik een nacht in een homestay. Mijn kamer is eenvoudig, de ervaring authentiek. De gastheer leert me de kunst van het boogschieten - de nationale sport. Terwijl pookt zijn zoon een gigantisch vuur op tot de rivierkeien witheet gloeien. Met een riek schudt hij de warme stenen in het houten bad, dat sissend en stomend op temperatuur komt. Het Bhutaanse hete-steen-bad is even weldoend als een Finse sauna, een ontspannende routine van warme baden en frisse buitenlucht, appelbrandewijn en een kampvuur. Al even heet is ema datse, een kaassaus met pikante pepers, het nationale gerecht dat als volwaardige groenteschotel bij elke maaltijd op tafel komt. Tijdens religieuze festivals komen de tempels echt tot leven. Gehuld in vogelmaskers of met demonenhoofden dansen monniken dagenlang op een ritme van schreeuwerige misthoorns en nerveus geroffel. Vroeg in de ochtend, op de laatste dag van het festival, schuift bij volle maan de menigte geduldig aan. Het is donker en bijtend koud. De throngdel, een gigantisch religieus doek dat zoveel betekent als 'verlossing op het eerste gezicht', wordt opgehangen tegen de kloostermuur. Het mag het daglicht niet zien, maar stervelingen die het geluk hebben het reliek met eigen ogen te beroeren, verdienen de hemel. Zo verdien ik in extremis mijn paradijs, net voor ik terug naar het heden reis. Tekst en foto's: Jo Fransen