Hij ontspringt hoog in de Tibetaanse Himalaya en werpt zich daarna met veel gedruis, via watervallen en stroomversnellingen door China, Myanmar, Thailand en Laos. Maar wanneer de Mekong in Cambodja is beland, wordt hij breed en rustig. Uiteindelijk mondt de gigantische rivier uit in een immense delta in het buurland Vietnam. Maar ook daar steelt hij de show. Omdat de vloed in de Zuid-Chinese Zee zo sterk is, vloeit het zeewater namelijk 60 kilometer stroomopwaarts, terug richting het binnenland. In de periode van het wassende water (in oktober) stroomt ook de zijrivier van de Mekong, de Tongle Sap in de omgekeerde richting en hij voedt daarmee een echte binnenzee.
...

Hij ontspringt hoog in de Tibetaanse Himalaya en werpt zich daarna met veel gedruis, via watervallen en stroomversnellingen door China, Myanmar, Thailand en Laos. Maar wanneer de Mekong in Cambodja is beland, wordt hij breed en rustig. Uiteindelijk mondt de gigantische rivier uit in een immense delta in het buurland Vietnam. Maar ook daar steelt hij de show. Omdat de vloed in de Zuid-Chinese Zee zo sterk is, vloeit het zeewater namelijk 60 kilometer stroomopwaarts, terug richting het binnenland. In de periode van het wassende water (in oktober) stroomt ook de zijrivier van de Mekong, de Tongle Sap in de omgekeerde richting en hij voedt daarmee een echte binnenzee. Vlakbij het Tongle Sapmeer ligt Angkor, de hoofdstad van het oude rijk van de Khmers (802 - 1431). Dat deze fascinerende beschaving net hier tot bloei kwam is niet toevallig, want de bodem is buitengewoon vruchtbaar en dankzij een ingenieus irrigatiesysteem wisten de boeren tot drie rijstoogsten per jaar te verbouwen. En dat ze maar al te goed beseften dat ze de goden dankbaar moesten zijn om zoveel rijkdom, ziet u aan de alomtegenwoordige Nâgaversieringen in alle tempels van het land. Deze uit India afkomstige afbeeldingen van een meerkoppige cobra brengen hulde aan de rivier. De tempels van Angkor staan sinds 1995 op de lijst van het wereldpatrimonium van UNESCO en dat is meer dan terecht. Ze behoren tot de mooiste historische monumenten ter wereld en de laatste jaren verdringen zich tot 2 miljoen bezoekers op de site. Daardoor is het ooit zo rustige Siem Reap, aan de rand van de tempels, een snelgroeiende stad geworden. Maar ook de hectische hoofdstad Phnom-Penh herbergt verborgen schatten, zoals het koninklijk paleis met zijn uitgestrekte tuinen en elegante paviljoenen. De troonzaal van het complex is zonder meer spectaculair, met zijn Boeddha van goud en diamant. En dan zwijgen we nog over het ijzeren huis en de zilveren pagode met haar vijfhonderd vloertegels van massief zilver en de met fresco's beschilderde galerijen... Het Nationale Museum is een roze gebouw met een patio waar lotusbloemen in bekkens drijven. Bezoekers mediteren voor de standbeelden van Vishnu en Shiva, die nog uit het pre-Angkortijdperk dateren. Ze staan naast boeddhabeelden van recentere datum, toen de paleizen van Angkor er al verlaten bijlagen. In het Museum van Tuol Sleng wordt een minder glorierijk hoofdstuk van de Cambodjaanse geschiedenis toegelicht. Dit gebouw was een Frans lyceum maar het werd ten tijde van het regime van Pol Pot omgevormd tot een gevangenis. Tussen 1975 en 1978 werden hier meer dan 17 000 mensen opgesloten, gemarteld en terechtgesteld. Een bezoek aan dit gebouw dat niet toevalllig veel weg heeft van een concentratiekamp, bezorgt u koude rillingen, maar is noodzakelijk om ook maar een fractie te begrijpen van het verborgen trauma waarmee de Rode Khmer het Cambodjaanse volk heeft opgezadeld. Heel anders is de sfeer, bij valavond op de prachtige kade van Sisowath. Niets dan lachende gezichten lopen u hier voorbij, want zelfs na drie decennia burgerloog heeft het Khmervolk zijn glimlach niet verloren. Zes van de veertien miljoen Cambodjanen zijn kinderen. Ze zijn alomtegenwoordig: op straat, tussen de zwijgzame volwassenen die voor het leven zijn getekend en de zeldzame ouderlingen die de gruwel op een of andere manier hebben overleefd. Hoe stoïcijns ook, iedereen geniet met volle teugen van de hervonden vrede, al zijn de corruptie en de armoede nooit ver weg en wordt de kloof tussen rijk en arm steeds dieper. Gelukkig komt hier veel buitenlandse hulp terecht. Een groot aantal ngo's speelt al twintig jaar een cruciale rol in de ontwikkeling van het land. Helemaal in het zuiden van het land toont het koloniale stadje Kampot het andere gelaat van Cambodja. Bij de kapper maken vrouwen zich op voor een bruiloft... Op de centrale markt, onder een koperen hemel, richten andere vrouwen hun kraampjes in, bakken ze beignets of maken ze sap van suikerriet. Het omliggende platteland is fascinerend, een sprookje om langzaam te ontdekken, liefst per fiets. Voorbij de rijstvelden, de waterbuffels en de eenden wordt op de heuvels geurige peper verbouwd. En aan zee ligt Kep, een oud badstadje dat in 1908 door de Fransen werd gesticht en waar de Khmers nog altijd zeevruchten komen eten, terwijl de buitenlanders liever op uitstap gaan naar het Nationale park van Bokor. Daar bezoeken ze de ruïnes van een weerstation dat in de jaren twintig door de kolonisten werd gebouwd. De lucht is hier altijd koel en diep in de jungle ruisen de watervallen. Vanop een plateau ziet u de zee, aan de andere zijde de contouren van een katholieke kerk, een paleis, een postkantoor en een hotel, overwoekerd met mos en beklad met graffiti. Langs de kustlijn wisselen ongerepte witte zandstranden af met plekjes wilde natuur en schilderachtige vissersdorpjes. En plots is er Sihanoukville, een grote badstad die in de jaren vijftig door de gelijknamige koning gebouwd aan de golf van Kompong Som. Ze heeft onlangs een luchthaven gekregen en telt verscheidene stranden met strandlodges en roadhouses voor rugzaktoeristen: Serendipity, Victory,.... Aan de horizon krioelt het van de eilandjes zoals Bambous, waar u in rustige en eenvoudige bungalows een nacht Robinson Crusoë kunt spelen... Na een bezoek aan dit stukje paradijs willen de meeste toeristen naar Irrawaddy gaan kijken, naar de dolfijnen die er niet in de zee maar in het zoete water van de Mekong leven. De dolfijnenpopulatie sterft langzaam uit: door de vervuiling, de stuwdammen die de Chinezen stroomopwaarts hebben gebouwd en de vele motorbootjes die de rust verstoren. Tot in een recent verleden werd hier zelfs gevist met behulp van... dynamiet! Gelukkig is er nu een project op poten gezet om deze dolfijnen te redden. U kunt dus uw steentje bijdragen voor het goede doel en tegelijk uw geweten sussen vooraleer u uw ontdekkingstocht langs de dorpjes aan de rand van deze boeiende rivier voortzet. Tekst: Sophie Dauwe / Foto's: Pepite Photography