Trier ontdoet zich van zijn laatste nevelslierten. Scherven vroeg zonlicht priemen door het dunne wolkendek en zetten de Porta Negra in vuur en vlam. Toeristen fotograferen elkaar en de 2000 jaar oude Romeinse poort die op de Unesco Werelderfgoedlijst prijkt. Dit lijkt me een ideale plek om mijn Moezeltour te starten.
...

Trier ontdoet zich van zijn laatste nevelslierten. Scherven vroeg zonlicht priemen door het dunne wolkendek en zetten de Porta Negra in vuur en vlam. Toeristen fotograferen elkaar en de 2000 jaar oude Romeinse poort die op de Unesco Werelderfgoedlijst prijkt. Dit lijkt me een ideale plek om mijn Moezeltour te starten. Ik heb net mijn elektrofiets opgepikt en de eerste meters is het toch even wennen. Ik rijd voorzichtig balancerend naar de promenade bij de Moezel. Niet goed wetende wat ik mag verwachten, zet ik mijn krachtbron op stand één. De motor slaat aan en drijft mijn 25 kg zware fiets vooruit. Soms trap ik wel en soms niet mee, tot ik de juiste cadans beet heb. Het landschap glijdt voorbij. Steile hellingen vol wijnranken domineren de vallei. Het fietspad volgt als een schaduw de meanders van de rivier. Plots zwenkt de route naar rechts, bergop tussen de wijngaarden. Ik schakel over naar de tweede versnelling en vlieg ongewild in een spoedtempo de helling op. Luid bellend waarschuw ik tragere voorgangers voor mijn komst. Ik spurt ze voorbij en zie hun verwonderde blikken. Ze denken vast dat ik een ijzersterke conditie heb. Een grove inschattingsfout natuurlijk, want ik ben helemaal geen afgetrainde wielertoerist. Maar nu weet ik het zeker: een elektrisch aangedreven fiets is nauwelijks te onderscheiden van een gewoon exemplaar. De accu is ofwel mooi geïntegreerd in de bagagedrager ofwel in het frame boven de kettingkast. De e-bike is een paar centimeter langer dan een alledaags model, maar je moet al een arendsoog hebben om dat te zien. In een recordtempo snor ik tot Bernkastel-Kues, één van de mooiste dorpen langs de Moezel. In de oude binnenstad verlies ik meteen alle tijdsbesef. Het decor is perfect middel-eeuws. Oude vakwerkhuisjes in rood en wit hellen schuin voorover alsof ze elkaar een geheim toefluisteren en hullen de klinkerstraatjes in een diepe schaduw. In de steegjes lijkt er nauwelijks wat veranderd sinds de maliënkolder in de mode was. Bernkastel staat op de cover van elke Moezelfolder en dat heeft zo zijn gevolgen. Toeristen gewapend met een digitaaltje lopen elkaar voor de voeten. Toch bekoort dit stadje me en na een paar glaasjes witte wijn, besluit ik hier te overnachten. Ik lig al onder de wol wanneer ik plots besef dat de accu nog moet opladen. Na vijf à zes uur inpluggen wacht mij 70 km rijplezier zonder bezwete oksels, en daar wil ik nog wel even voor uit bed stappen. De volgende morgen staat de zon al hoog aan de hemel wanneer ik aan de dag begin. Tijd zat, waarom zou ik me haasten. Bergop, wind tegen, het maakt allemaal niets uit, mijn tempo blijft 25 km/u. En zo trap ik verder langs de kronkelende Moezel, die na elke bocht alleen maar mooier wordt. Ik rijd door Lösnich, Wolf, Traben-Trarbach en een dozijn andere wijndorpen. Overal langs de route word ik uitgenodigd om te proeven. Witte wijn, product van de rieslingdruif, is het handelsmerk van de Moezelregio. Winzers heten de wijnboeren en allemaal doen ze hun best om me in hun kelder te lokken. Maar ik bezwijk niet. Ik wil via Cochem in één ruk naar Koblenz fietsen. Trouwens, stoppen en vertrekken vergt extra energie en ik mag er niet aan denken met een lege batterij verder te moeten. Want fietsen met een minimale krachtinspanning went snel, en het gaat verbazend goed vooruit. n Tekst en foto's: Erwin Kennis