Met natuurgids Bernard Dewetter hebben we om zeven uur 's avonds afgesproken aan het kruispunt van Baraque de Fraiture. Hij rijdt ons een klein kwartiertje voor naar een locatie die we vooral niet mogen onthullen. "Het is een observatiehut die Gidsenbureau mocht bouwen in een privébos vlakbij een dassenburcht", vertelt hij. "We willen niet dat de dieren verstoord worden door mensen die in het wilde weg gaan zoeken."
...

Met natuurgids Bernard Dewetter hebben we om zeven uur 's avonds afgesproken aan het kruispunt van Baraque de Fraiture. Hij rijdt ons een klein kwartiertje voor naar een locatie die we vooral niet mogen onthullen. "Het is een observatiehut die Gidsenbureau mocht bouwen in een privébos vlakbij een dassenburcht", vertelt hij. "We willen niet dat de dieren verstoord worden door mensen die in het wilde weg gaan zoeken." We lopen langs een beek waar bevers een indrukwekkende dam en burchten gebouwd hebben. Bernard houdt halt en vraagt ons vanaf nu zo stil mogelijk te zijn en de gsm's uit te schakelen. Volgt een steile klauterpartij naar een gecamoufleerde houten hut op de kam van de heuvel. Vóór de hut daalt het bos naar beneden, erachter strekt zich een akker uit. Drie kwartier lang blijven we geruisloos zitten op de houten banken (gelukkig mét kussentjes) en kijken we door de ramen naar de bomen en de varens vóór ons. Er beweegt niets, op een Vlaamse gaai en een spitsmuis na. Zij doen zich te goed aan de 'snoepjes' die de gids in de loop van de dag heeft gestrooid: nootjes en kwakjes pindakaas op boomstammen. Plots: beweging. Stil wijst Bernard naar een aarden hoop op zo'n honderd meter schuin naar beneden. We zien een groot en een kleiner dier. Het grote exemplaar verdwijnt snel, maar het kleinere zoekt zich snuffelend een weg naar de snoepjes. Op minder dan tien meter vóór ons smult hij van het lekkers. Hij lijkt op een grote kat, maar dan met een spitse snuit, zwarte en witte strepen op zijn kop, een dik achterlijf en een korte staart. Hij schrikt even op als onze fotograaf klikt, maar blijft dan verder eten. Na een paar minuten verdwijnt hij tussen de varens. Nog geen vijf minuten later zien we nog een wit-zwarte snuit verschijnen. Een das die met zijn voorpoten tegen een stam gaat staan om er de pindakaas af te likken. Nu pas dringt goed door dat we de terugkeer meemaken van een inheemse diersoort die bijna uitgestorven was. Omdat dassen en vossen dezelfde habitat (en soms burcht) delen, leed de das tot in 1982 mee onder de anti-hondsdolheidscampagnes tegen vossen (vergassing, gifaas, vernielen van burchten...). Net als we willen opstappen, snuffelt zich een derde das naar onze hut. Ook hij laat zich uitgebreid bewonderen. Op twee uur tijd kregen we dus drie mooie observaties voorgeschoteld. Het hadden er meer kunnen zijn, horen we van de gids. In de burcht leeft immers een familie van elf dieren. Wij hebben drie jongvolwassen dassen gezien. Die zijn minder schuw dan volwassen dieren of de kleintjes, die misschien werden afgeschrikt omdat onze fotograaf een raam had geopend om goed te kunnen fotograferen. "Als niemand foto's neemt en de ramen dicht blijven, zien we soms de hele familie", zegt de gids. Op zijn laptop laat hij filmpjes zien, gemaakt met een infrarood-warmtecamera die vlakbij de burcht hangt. Daarop zien we de hele dassenfamilie in actie. Maar ook hoe ze bij de minste storing als een schicht weer in hun burcht schieten. "Dassen zijn erg schuw", vertelt de gids. "Ze voelen zich veilig in hun gangenstelsel dat tot honderd meter lang kan zijn. Als alles rustig is, komen ze er tegen de schemering uit om voedsel te zoeken. Het zijn alleseters... en dol op pindakaas!" Een venenwandeling: aan het kruispunt van Baraque de Fraiture (het op één na hoogste punt van België) vertrekt een wandeling van 12 km (volg de groene vierkanten) rond een ven. Om dat te zien moet u het pad verlaten en het reservaat in. Dan gaat het verder langs het dorpje Bihain. Musée du Coticule: dit is de enige plek ter wereld waar coticula gevonden wordt. Met deze leisteen werd gereedschap gewet. Ludo Hugaerts