Eerst en vooral wil prof. Van Cleemput benadrukken dat we ons nooit mogen blindstaren op een cholesterolwaarde alleen. "Het is het geheel van risicofactoren voor hart- en vaatziekten dat we moeten bekijken: cholesterol, rookgedrag, overgewicht, te weinig lichaamsbeweging, hoge bloeddruk en diabetes. Al die risicofactoren moeten stuk voor stuk aangepakt worden! Indien je door medicatie je cholesterolwaarde kan terugbrengen tot de streefwaarde, geeft je dat absoluut geen vrijgeleide om niets te doen aan de andere risicofactoren. We moeten altijd het volledige plaatje bekijken. Vandaar dat het allereerste advies aan patiënten steeds levenshygiënische maatregelen zullen zijn. "
...

Eerst en vooral wil prof. Van Cleemput benadrukken dat we ons nooit mogen blindstaren op een cholesterolwaarde alleen. "Het is het geheel van risicofactoren voor hart- en vaatziekten dat we moeten bekijken: cholesterol, rookgedrag, overgewicht, te weinig lichaamsbeweging, hoge bloeddruk en diabetes. Al die risicofactoren moeten stuk voor stuk aangepakt worden! Indien je door medicatie je cholesterolwaarde kan terugbrengen tot de streefwaarde, geeft je dat absoluut geen vrijgeleide om niets te doen aan de andere risicofactoren. We moeten altijd het volledige plaatje bekijken. Vandaar dat het allereerste advies aan patiënten steeds levenshygiënische maatregelen zullen zijn. "Professor Van Cleemput: "Het is echter wel zo dat een gezonde voeding van essentieel belang is om het risico op hart- en vaatziekten te beperken, maar dat het effect van een dieet op de cholesterolwaarde nooit spectaculair zal zijn. Dat betekent dat iemand die zijn uiterste best doet om zich aan zijn dieet te houden, zijn cholesterolwaarde met maximaal 5 tot 10 % zal zien dalen, met een streng vegetarisch dieet misschien met 15 tot 20 %. Maar om de totale cholesterolwaarde bij mensen met een hoog risico onder de streefwaarde van 175 mg/dl te krijgen, volstaat dat vaak niet. Daarom bestaat er bij mensen met een hoog risico tegenwoordig eigenlijk een zeer lage drempel om statines voor te schrijven. Met deze groep geneesmiddelen werden de voorbije jaren ontzettend veel onderzoeken gedaan en om welke groep patiënten het ook ging - mannen of vrouwen, diabetespatiënten, mensen met hoge bloeddruk,... - telkens werd niet alleen de cholesterolwaarde aanzienlijk naar beneden gehaald, maar werd ook aangetoond dat het risico op hart- en vaatziekten afnam. Want daar is het uiteindelijk toch om te doen. Een hoge cholesterol geeft geen pijn of jeuk. Waar het om gaat is dat de patiënten minder infarcten of beroertes zullen doen, minder overbruggingen nodig hebben enzovoort. " "Historisch gezien waren wij grote voorschrijvers van fibraten," legt professor Van Cleemput uit. "Dat komt omdat statines vroeger pas terugbetaald werden wanneer dieet en fibraten onvoldoende resultaat gaven. Maar fibraten werken minder spectaculair in op de cholesterol, wel op het gehalte aan triglyceriden in het bloed. En over het belang van deze triglyceriden als risicofactor voor hart- en vaatziekten was vroeger minder bewezen. Er bestonden veel minder studies over dan over de invloed van cholesterol. Dat is nu aan het veranderen omdat obesitas en het metabool syndroom meer en meer aandacht krijgen en deze mensen precies een zeer hoog triglyceridengehalte hebben. We kijken nu uit naar de resultaten van de grote Field-studie die de werking van fibraten bij 10 000 hoogrisicopatiënten onderzoekt. Als zou blijken dat een verlaging van het triglyceridengehalte met fibraten een belangrijke invloed heeft op het hart- en vaatrisico dan zal de aandacht voor de triglyceriden zeker toenemen en kunnen we twee risicofactoren aanpakken." De terugbetaling van de statines is al zo vaak gewijzigd dat het soms moeilijk te volgen is. "Vroeger werd een statine pas terugbetaald indien kon aangetoond worden dat het cholesterolgehalte hoog bleef ondanks het volgen van een dieet en een behandeling met de veel goedkopere fibraten gedurende voldoende lange tijd. Dat leidde tot een situatie dat we de cholesterol van mensen met een laag risico wel konden aanpakken, maar dat mensen met een hoog cardiovasculair risico soms niet in aanmerking kwamen voor terugbetaling. Nu worden de statines terugbetaald bij iedereen met een hoog risico, m.a.w. iedereen die reeds een infarct heeft gehad, een beroerte, die bewezen vaatlijden heeft of die een berekend risico heeft van meer dan 20 % over 10 jaar (berekend op basis van de richtlijnen van de European Task Force). Maar... dit geldt niet voor alle statines. We kunnen heel de terugbetalingsproblematiek echter omzeilen door producten voor te schrijven waarvoor we geen rekening moeten houden met de risicoverhoging: de generische producten en de producten die hun prijs voldoende hebben laten dalen, m.a.w. de oudere statines."Statines werken in op de cholesterolproductie door de lever. Maar vermits er een evenwicht bestaat tussen de aanmaak van cholesterol door de lever en de opname uit de voeding, zal de werking van de statines steeds getemperd worden. "Vermits men de dosis van deze producten niet kan blijven opdrijven, werd gezocht naar een product dat de absorptie van cholesterol in de darm zou aanpakken. Dat kwam er vorig jaar met ezetimibe. Vroeger waren er al producten zoals de galzuurbinders, maar die waren niet zo krachtig en gaven vooral veel nevenwerkingen. De resultaten met ezetimibe blijken veelbelovend. Dit product dat gecombineerd wordt met een statine, geeft een bijkomende cholesterolreductie van 20 tot 25 %. Tel daarbij de reductie van 35 tot 50 % die we met een statine kunnen bereiken en we hebben de mogelijkheid om de cholesterol in totaal 50 tot 65 % te doen dalen. (Nog) niet tot 75 % - de geneeskunde is geen wiskunde - maar we zijn wel in staat om het cholesterolgehalte bij haast iedereen onder de streefwaarde te krijgen. Of het de hoge dosis statines is of de combinatie van een statine met ezetimibe die de grootste invloed heeft op ons einddoel - de daling van het hart- en vaatrisico - wordt nog onderzocht." "Alle geneesmiddelen die we op dit ogenblik gebruiken streven in de eerste plaats naar een daling van de totale cholesterol en de triglyceriden", stelt prof. Van Cleemput nog. "Momenteel wordt er volop onderzoek gedaan met een nieuw product dat de HDL-cholesterol (de 'goede' cholesterol) met zo'n 50 % zou doen stijgen. De fibraten hebben ook wel enige invloed op deze waarde, maar de stijging bedraagt nooit meer dan 10-15 %. Blijft natuurlijk te bewijzen of deze stijging van de HDL-cholesterol daadwerkelijk een gunstige invloed heeft op het kransslagaderlijden, op de vernauwing van de halsslagaders enz. Dat zal de toekomst uitwijzen. "A